Belonen & straffen

Uit FOSwiki
Ga naar: navigatie, zoeken


Deze pagina is een onderdeel van de pagina Leiden zonder lijden.

Indien het gedrag van je leden voor jou niet aanvaardbaar is, zit je in de probleemzone. Uiteraard zouden we liefst zoveel mogelijk gedrag in de geen-probleemzone krijgen. Het verduidelijken van grenzen, regels en afspraken en het oplossen van problemen om gedrag in de geen-probleemzone te krijgen, hebben we reeds besproken. Belonen en straffen kunnen ook een rol spelen in het beïnvloeden van gedrag.

Gewenst gedrag belonen[bewerken]

Belonen is positief reageren op gewenst gedrag, waardoor dit gedrag sneller zal herhaald worden. Als je wil dat je leden het gewenste gedrag aanhouden, dan zal je voldoende moeten belonen.

Soorten beloningen[bewerken]

Sociale beloningen[bewerken]

Complimenten, schouderklopjes, een knuffel of een knipoog, … vormen de belangrijkste beloningen. Je kan er nooit te veel van geven. Wie waardering krijgt, gaat geloven in zichzelf.

Activiteitsbeloningen[bewerken]

Samen een zelf gekozen spel spelen, langer mogen opblijven, de afwas niet moeten doen, … Het zijn activiteiten die je leden graag doen of waar ze graag van verlost zijn. Het hoeft niet steeds spectaculair te zijn. Activiteitsbeloningen versterken vaak het samen-gevoel. Ze zorgen voor een prettige sfeer, meer contact en samenwerking.

Materiële beloningen[bewerken]

De kamptrofee, een schat, een uitermate lekker dessertje, … zijn tastbare dingen die scouts & gidsen kunnen belonen voor gewenst gedrag. Let hier wel mee op. Kinderen moeten leren dat beloningen niet steeds materieel moeten zijn. Tastbare cadeautjes kunnen gerust af en toe, maar gebruik ze enkel voor bijzondere inspanningen.

Straf kwijtschelden[bewerken]

Een straf kwijtschelden of verminderen is ook een beloning. Doe dat niet te vaak, anders verliest de straf haar invloed.

Aandachtspunten[bewerken]

Als je beloningen geeft, let je best op de volgende aandachtspunten:

Belofte maakt schuld[bewerken]

Wat je belooft, moet je ook doen. Als na bepaald gewenst gedrag een beloning werd beloofd, dan moet die er ook komen.

Over (on)voorspelbaarheid[bewerken]

Het is beter om vaak te belonen dan om groots te belonen. Toch geef je best niet na elk gewenst gedrag materiële of activiteitsbeloningen. Als je altijd beloont, leer je kinderen dat ze nooit meer iets voor niets moeten doen, dat niets kan of moet zonder beloning. Beloningen verliezen hun waarde en kinderen gaan steeds grotere beloningen eisen. Een verrassende beloning, heeft vaak een grotere waarde dan een voorspelbare. Zorg dan ook voor voldoende afwisseling.

Betekenisvol & zinvol[bewerken]

Een beloning moet voor het kind of de jongere ook de betekenis van een beloning hebben. Kies ze af en toe ook samen. Een beloning werkt het best als ze nauw aansluit bij het gedrag dat ze wil versterken.

Ongewenst gedrag niet belonen[bewerken]

Als gedrag niet beloond wordt, is de kans groot dat het kind na verloop van tijd het gedrag niet meer zal vertonen. Dit werkt voornamelijk voor storend gedrag dat gericht is op aandacht trekken. In dit geval kan negeren soms beter werken dan bestraffen, aangezien straffen ook een vorm van aandacht geven is. Belangrijk is dat je niet het kind, maar het gedrag moet negeren.

VOORBEELD

Aan tafel tikt Jeffrey voortdurend met zijn mes tegen zijn gamel. In plaats van hier op te reageren, negeer je dit gedrag. Als hij daarna een verhaal begint te vertellen over zijn hondje Loebas ga je er geïnteresseerd op in.

Ongewenst gedrag bestraffen[bewerken]

Indien je zeker bent dat de grenzen duidelijk zijn en deze toch telkens opnieuw overtreden worden, kan je overgaan tot straffen. Grenzen verduidelijken kan veel straffen voorkomen. Dit geldt ook voor je persoonlijke grenzen. Veel “slechte” straffen worden namelijk gegeven op het moment dat je persoonlijke grenzen overschreden worden, aangezien je op dat moment makkelijker je zelfbeheersing verliest. Pas wanneer de grenzen duidelijk zijn en het kind of de jongere deze doelbewust doorbreekt, is het belangrijk duidelijk te maken dat hier een gevolg aan verbonden is.

Straffen is het laten volgen van iets onaangenaams op ongewenst gedrag van het kind, met als doel het ongewenst gedrag in de toekomst te laten verminderen of verdwijnen.

Soorten straffen[bewerken]

Sociale straffen[bewerken]

Een boze blik, fronsende wenkbrauwen, een standje, misprijzen, …

Activiteitenstraffen[bewerken]

Het kind moet iets vervelends doen of mag iets leuks niet doen.

Materiële straf[bewerken]

Het kind moet iets fijns afgeven of krijgt iets wat niet fijn is.

Fysieke straf[bewerken]

Fysieke straffen zoals een draai om de oren of op de blote knieën op de kiezels zitten gebruik je uiteraard niet! Dit is niet alleen strafbaar, het heeft ook geen nut en het schaadt je vertrouwensband met het kind of de jongere.

Psychologische straffen[bewerken]

Ook psychologische straffen zoals vernederen en belachelijk maken gebruik je niet. Ze doen een kind of jongere vaak nog meer pijn dan een fysieke straf.

Aandachtspunten[bewerken]

Ook bij het uitdelen van straffen hou je best een aantal aandachtspunten in je achterhoofd:

Betekenisvol & zinvol[bewerken]

Een straf volgt best direct op het ongewenst gedrag. Hoe sneller, hoe duidelijker de link met het ongewenst gedrag en hoe groter het effect van de straf. Indien je echter te boos bent, bestaat de kans dat je te zware of onrealistische straffen zal uitspreken. In dat geval is het beter eerst een cooldownperiode in te lassen en pas een straf te bepalen als je wat rustiger bent.

Het kind moet de straf ook ervaren als een straf. Sommige kinderen zullen het als “cool” beschouwen wanneer ze uit hun bed gehaald worden of in een andere uitzonderingspositie geplaatst worden. Op dat moment ervaart het kind de straf niet langer als een straf. Een straf is het meest zinvol wanneer ze nauw aansluit bij het gedrag van het kind. De straf moet met andere woorden iets te maken hebben met het gedrag waarop ze volgt. Een straf moet in verhouding staan tot de ernst van het onaanvaardbaar gedrag.

Over (on)voorspelbaarheid[bewerken]

Wanneer je wil dat een straf effectief ongewenst gedrag doet afnemen, dan moet je consistent straffen. Dit betekent dat telkens wanneer het gedrag zich voordoet er ook een straf moet volgen. Inconsistent straffen veroorzaakt onduidelijkheid bij het kind en kan het gedrag in het slechtste geval zelfs versterken.

Belofte maakt schuld[bewerken]

Wanneer je een straf afspreekt met de groep of een kind dan moet je die straf ook effectief uitvoeren. Indien dit niet gebeurt zal het ongewenste gedrag niet afnemen en bovendien zal je vrij snel je gezag verliezen. Je beloftes uitvoeren kan natuurlijk enkel als je realistische straffen uitspreekt. Dit houdt in dat ze uitvoerbaar zijn en dat ze in verhouding staan tot het ongewenst gedrag. Loze dreigementen hebben op lange termijn zeer weinig effect. Wanneer echter blijkt dat je ongelijk had, dan moet je dit durven toegeven aan het kind.

Een straf met een eind![bewerken]

Wanneer de straf afgelopen is, dan is de fout van het kind ook goedgemaakt. Kom dan later ook niet steeds terug op het gebeurde. Het kind zal anders de veiligheid en geborgenheid missen die het nodig heeft. Het is aan te raden dat de persoon die het kind straft, ook de straf afsluit. Zo vermijd je dat één persoon de boeman wordt. Het is ook zijn of haar taak om duidelijk te maken dat alles weer in orde is en dat er met een schone lei gestart wordt.