Gewenst & ongewenst gedrag

Uit FOSwiki
Ga naar: navigatie, zoeken


Deze pagina is een onderdeel van de pagina Leiden zonder lijden.

Grenzen[bewerken]

Gedrag kan je eenvoudig opsplitsen in gedrag dat je aanvaardbaar of gewenst vindt en gedrag dat je onaanvaardbaar of ongewenst vindt. Dit is niet hetzelfde als ‘stout’ of ‘braaf’ zijn. Onder ongewenst gedrag verstaan we elk gedrag dat je om één of andere reden wil veranderen. Je hebt waarschijnlijk liever een Welp die plezier heeft, dan een Welp die huilend aan de kant zit. Je vindt het leuker als een Senior mee aan tafel zit, dan wanneer hij stiekem om de hoek een sigaret zit te roken.

Schema gedrag.png

De scheidingslijn tussen die twee wordt bepaald door verschillende grenzen.

Formele & informele grenzen[bewerken]

Formele grenzen zijn de grenzen die uitdrukkelijk vastliggen, zoals regels en afspraken. Regels bepaal je met de leiding en leg je op aan je leden. Afspraken bepaal je samen met je leden. Deze grenzen zijn voor iedereen duidelijk omdat ze uitgesproken of neergeschreven zijn. Je kan regels en afspraken bijvoorbeeld neerschrijven in een reglement of charter.

Informele grenzen bepalen het gedrag dat je verwacht omdat het volgens jou ‘logisch’ is. Deze grenzen zijn niet uitgesproken of neergeschreven. Je verwacht dat iedereen er zich aan houdt uit gezond verstand. Verschillende referentiekaders en leefwerelden kunnen echter tot erg verschillende verwachtingen leiden. Je loopt dus het gevaar dat deze onuitgesproken verwachtingen niet voor iedereen even logisch of duidelijk zijn.

VOORBEELD

Formeel: In je eenheidsboekje vraag je aan iedereen om stipt op tijd te komen voor de activiteiten.
Informeel: Je vindt het logisch dat iedereen stipt op tijd komt en herhaalt dit dus niet meer uitdrukkelijk.

Eenheids-, tak- & persoonlijke grenzen[bewerken]

Binnen je eenheid en tak bestaan er meestal heel wat grenzen, regels en afspraken. Deze gelden over het algemeen voor iedereen en in alle situaties. Daarnaast heb je ook je eigen persoonlijke grenzen, die verschillen van persoon tot persoon.

VOORBEELD

Eenheids- & takgrenzen:

  • Je hebt met je Seniors de afspraak gemaakt dat ze op kamp aan het kampvuur twee pintjes mogen drinken.
  • Je verwacht dat iedereen elke week in perfect uniform komt.

Persoonlijke grenzen:

  • Je zegt tegen je Zeehonden duidelijk dat ze niet op je rug mogen springen, omdat je een zwakke rug hebt.
  • Je bent laat gaan slapen en reageert door je vermoeidheid erg kort op je leden die tijdens een vrij moment aan het roepen zijn.

(In)consequentieprincipe[bewerken]

Bij het stellen van grenzen ben je tegelijkertijd consequent en inconsequent. Het consequentieprincipe houdt in dat je steeds hetzelfde reageert op hetzelfde gedrag van hetzelfde kind in de dezelfde omstandigheden. Dit brengt met zich mee dat je goede afspraken moet maken binnen je leidingsploeg.

In de praktijk zal je echter merken dat het zelden voorkomt dat alle factoren hetzelfde zijn. Zelfs als je probeert om consequent te zijn, merk je dat wat je vandaag nog aanvaardt, volgende week in een andere situatie onaanvaardbaar is. Heel wat zaken zorgen ervoor dat de grens tussen aanvaardbaar en onaanvaardbaar regelmatig verschuift. Deze verschuiving kan te maken hebben met (of veroorzaakt worden door) jezelf, je leden of de situatie.

Inconsequentie.png

Wees dan ook eerlijk tegen je leden en leg hen uit waarom je soms inconsequent bent.

Bepalen van de probleemzone[bewerken]

Als je leden gedrag vertonen dat jij aanvaardbaar vindt, doet er zich geen probleem voor. Indien je het gedrag van je leden niet aanvaardbaar vindt, heb je wel een probleem. We spreken dan ook van de “geen-probleemzone” en de “probleemzone”.

Probleemzone.png

Deze zones kunnen op verschillende manieren bepaald worden. In het ene uiterste worden de grenzen volledig door je leden bepaald en aanvaardt de leiding elk gedrag. Op die manier bestaat er voor jou geen probleemzone, aangezien je nergens een probleem van maakt. In het andere uiterste bepaal jij als leiding alle grenzen en aanvaard je enkel gedrag dat je zelf uitdrukkelijk hebt opgedragen.

De ideale aanpak ligt zoals steeds ergens in het midden. In een ideale situatie geef je je leden de kans om mee de grenzen te bepalen. Je laat hen daarbij niet aan hun lot over, maar geeft hen voldoende ondersteuning. Op die manier krijg je een open en positief klimaat waarin met iedereen rekening kan gehouden worden. Af en toe zal je echter ook eisen moeten stellen, regels moeten opleggen en afspraken moeten maken om op die manier voldoende structuur en veiligheid te bieden en het scoutsleven overzichtelijk en voorspelbaar te houden. Hoe duidelijker het daarbij is waarom deze regels en afspraken gelden, hoe makkelijker je leden zich er aan zullen houden.

In de praktijk zal je zien dat iedere leid(st)er er een eigen stijl op nahoudt. De ene laat de teugels graag een beetje los, terwijl de andere meer gesteld is op duidelijke regels. Het is in de eerste plaats belangrijk dat je je bewust bent van je eigen stijl. Daarnaast is het ook een pluspunt als je binnen je leidingploeg een mix van verschillende stijlen kan bekomen.

Een duidelijk kader[bewerken]

Grenzen verduidelijken[bewerken]

Aangezien iedereen een eigen referentiekader heeft, zal iedereen ook andere waarden, normen en grenzen naar voor schuiven. Informele grenzen – waarbij je ervan uitgaat dat iedereen die logischerwijze ook kent – dragen dus het gevaar in zich dat niet iedereen zich bewust is van deze grenzen. Wat jij logisch vindt, vinden je leden daarom nog niet vanzelfsprekend. Probeer de grenzen daarom zo expliciet mogelijk duidelijk te maken (zonder daarom een ellenlang reglement te moeten opstellen). Wees je ook bewust van je persoonlijke grenzen en communiceer deze duidelijk.

Mogelijke gevolgen[bewerken]

Formuleer – eventueel samen met je leden – de mogelijke gevolgen van grensoverschrijdend gedrag. Uiteraard is het niet mogelijk om voor elk gedrag het gevolg te bepalen. Enkele richtlijnen kunnen echter wel voor duidelijkheid en voorspelbaarheid zorgen.

In team[bewerken]

Stel eenheids- en takregels in team op, zodat je met je leidingploeg duidelijk op één lijn staat. Waak er bij de opvolging van regels en afspraken over dat je niet telkens dezelfde leid(st)er in de boemanpositie duwt. Zoek een goed evenwicht tussen regels en afspraken. Afhankelijk van de leeftijd van je leden kan je samen tot heel wat afspraken komen.

Nuttige regels[bewerken]

Een overdaad aan regels remt kinderen en jongeren af. Je leden hebben ruimte nodig om zich te ontwikkelen en fouten te mogen maken. Stel regels en afspraken bij als ze niet meer aangepast zijn aan de leeftijd van je leden, als niemand er nog de zin van inziet en niemand er zich nog aan houdt. Hoe duidelijker het is voor je leden waarom bepaalde grenzen gesteld worden, hoe makkelijker ze zich eraan zullen houden.

Het goede voorbeeld[bewerken]

Hou je zelf ook aan de regels en afspraken, anders kan je niet van je leden verwachten dat zij er zich aan houden.

Grensbewaking & gedragsbeïnvloeding[bewerken]

Uiteraard wil je zoveel mogelijk gedrag in de geen-probleemzone krijgen. Eerst en vooral kan je dat doen door het gewenste gedrag zoveel mogelijk te stimuleren. Je kan dit gedrag versterken door er op één of andere manier een positief gevolg aan te koppelen.

Daarnaast zal je ook moeten reageren op ongewenst gedrag. Probeer problemen in de eerste plaats op te lossen door een goed gesprek. Dikwijls lost het al heel veel op als je het probleem goed in kaart kan brengen en daarna samen een oplossing kan bedenken. Bovendien leren kinderen en jongeren hier veel meer van dan wanneer je hen zelf niet laat meedenken.

Het is niet nodig – en ook niet aan te raden – om onmiddellijk over te gaan tot straffen. Eerst moet je zeker zijn dat de grenzen duidelijk zijn, pas als zich daarna herhaaldelijk problemen voordoen, kan straffen een oplossing bieden. In de volgende hoofdstukken gaan we hier dieper op in.

Samenvatting[bewerken]

  • Regels duidelijk maken en afspraken opstellen. Eventueel ook verduidelijken wat de gevolgen kunnen zijn als bepaalde regels overtreden worden.
  • Gewenst gedrag aanmoedigen.
  • Bij ongewenst gedrag steeds nagaan of de grenzen duidelijk en gekend zijn. Indien dit niet het geval is moet je deze eerst duidelijk maken. Je kan je leden immers niet kwalijk nemen dat ze ongewenst gedrag vertonen als ze niet weten dat hun gedrag ongewenst is.
  • Ongewenst gedrag bijsturen met behulp van praten, waarschuwen, afspraken herhalen, … (zie 'problemen oplossen').
  • Indien het ongewenst gedrag aanhoudt: overgaan tot straffen.

Lees ook ...[bewerken]


Problemen oplossen - Belonen & straffen - Pesten - ADHD