Muzikale namiddag
Uit FOSwiki
Auteur: Onbekend
Tak(ken): alle
Aantal leden: Onbekend
Groepen: Onbekend
Aantal begeleiders: Onbekend
Taakomschrijving van de begeleiders: Onbekend
Soort activiteit: Onbekend
==Enkele opwarmingsspelletjes==
Muzikale knuffelpartij
De kinderen rennen door de gymzaal of speelplaats terwijl er een pittig muziekje wordt gespeeld. Als de muziek stopt, geven de kinderen elkaar een zoen. Daarna speelt de muziek verder en gaan de kinderen weer rondrennen (nu samen met een vriendje, als ze dat willen). Als de muziek nu weer stopt, omhelzen tenminste drie kinderen elkaar. Het spel gaat zo door en de kinderen omhelzen elkaar in steeds groter wordende groepen totdat uiteindelijk alle kinderen één grote muzikale omhelzing vormen.
Muzikaal hoepelspel
De kinderen verdelen zich in groepjes van twee. Ieder paar gaat binnen een hoepel staan. De twee kinderen in de hoepel houden deze dan op borsthoogte of ter hoogte van hun middel vast. Er wordt muziek gespeeld, terwijl de kinderen in hun hoepel door de ruimte dansen. De kinderen moeten dan wel in dezelfde richting bewegen en dezelfde maat aanhouden. Telkens wanneer de muziek stopt, gaan de kinderen uit twee verschillende hoepels samen verder door hun hoepels over elkaar heen te schuiven en er met z’n vieren in te gaan staan. Dit gaat door totdat er zoveel mogelijk kinderen binnen zoveel mogelijk op elkaar gestapelde hoepels staan.
Stoelendans (waarbij niemand afvalt)
Net als in de competitieve versie wordt er muziek gespeeld en wordt er steeds een stoel weggehaald, als de muziek stopt. In dit spelletje moeten de kinderen echter proberen met z’n allen op de overblijvende stoelen te gaan zitten, waarbij ze elkaar vasthouden of op elkaars schoot gaan zitten.
Verkenning van de geluiden die ons omzingen
Luisteren naar de geluiden opgenomen op cassette
Vertellen wat ze gehoord hebben, bv. Verkeerslawaai : auto’s, bromfietsen, vrachtwagens, ... tsjilpen van een mus, iemand horen kuchen, zichzelf horen slikken.
Imiteren van de omringende geluiden door lichaamsinstrumenten
Samen bespreken met welke instrumenten we kunnen imiteren :
- handen: klappen, wrijven, tikken, slaan, ...
- voeten: stampen, tikken, schuifelen, ...
- vingers: trommelen, knippen, krassen, tikken, ...
- stem/mond: sissen, kuchen, hoesten, lachen, blazen, gillen, zingen, ...
Geluidsraadsels
Eenvoudig verhaaltje naar voor brengen door imitatie van geluiden, andere kinderen raden. Mogelijke onderwerpen : station, brandweer, de markt, geluiden in de vroege ochtend. Enkel gebruik maken van lichaamsinstrumenten.
Liedje zingen
Begeleid door lichaamsinstrumenten (koor + orkest).
Liedje zingen
Begeleid door gevonden materiaal uit de omgeving.
Zelf instrumenten maken en versieren
Tonen van enkele afgewerkte voorbeelden
Bv. Glasdrum + drumstick = spel met blikjes, bellenband, bellenstok, schellenstokje (= paleida), schudbekers, handkleppers, schuurders,... Dit alles wordt uitgestald met daarrond het nodige materiaal. Dit om te voorkomen dat het een verwarde toestand wordt.
Verdelen van de groepjes per twee of drie
Diegenen die schudinstrumenten, drum, bellenstok, ... maken, elk apart.
Versieren van hun eigen instrumenten met behulp van verf, behangpapier, enz.
Liedje zingen, begeleid met eigen instrumentjes
Benodigdheden :
- glasdrum : glazen potjes, stukjes vel (plastiek), koord of elastiek
- drumstick : houten kraal, houtlijm, rond hout, lapjes stof
- spel met blikjes : platte kartonnen doos, blikjes van verschillende grootte
- bellenband : brede elastiek, narrebelletjes, nietmachine, nylondraad
- bellenstok : stokjes, schroefogen, narrebelletjes
- paleida : latjes, nageltjes, lichte hamer, kroonkurken
- schudbeker : doosjes, plastiek bekers, rijst, maïs, spliterwten
- schudkokers : WC-rolletjes, keitjes
- claves : stokjes
- handkleppers : plankjes
- schuurders : plankjes, blokjes, grof schuurpapier
- trompet : stukjes tuinslang, trechters
- trommel : waspoedertonnetjes
Nog enkele leuke spelletjes voor een muzikale namiddag
Dansende ballen
Materiaal: verschillende soorten ballen
Spel:
- om beurt laat ieder z’n bal vallen
- laat om beurt de bal 3 maal stuiten
- drie soorten ballen na elkaar
bv. pingpongbal, tennisbal, grote bal
- stuiten op een lied dat je zingt
- stuiten op de maat van de muziek
Verhuisspel
Materiaal: cassetterecorder, muziek
Spel: De kinderen zitten in een kring. Op een signaal schuift ieder een plaats naar links (of rechts). Daar deze begrippen bij de meeste kinderen nog niet bekend zijn, kun je in de kring met een gekleurde pijl aangeven naar welke kant ze moeten verhuizen (bv. een oranje pijl wijst naar links. De begrippen links of rechts hoef je dan verder niet te noemen. Je verwijst alleen naar de pijl.
De signalen kunnen zijn :
- verhuizen als de muziek zacht klinkt
- bij een bepaalde herkenningsmelodie
- als de muziek heel hard klinkt
- als de muziek heel snel gaat
- zolang je op een stoel zit, spelen de kinderen met hun instrumentje mee


