Onderweg

Uit FOSwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De tekst op deze pagina is overgenomen uit de Techniekengids,
het handboek over buitenleven voor JVG's-Aspiranten, VG's-Juniors en Seniors.

Te voet[bewerken]

In groep op stap gaan is natuurlijk erg leuk, maar onderweg moet je ook goed op je veiligheid letten. Als je zelf een route moet uitstippelen, vermijd je best zoveel mogelijk de grote wegen. Een route langs velden, door bossen en over wandelpaden is misschien verder, maar wel veel leuker en veiliger.



Als je de openbare weg op gaat, dan moet je je aan de verkeersregels houden. De belangrijkste verkeersregels voor voetgangers in groep zijn:

  • Loop steeds op het voetpad (links of rechts). Als er geen voetpad is, loop je op de berm. Indien er ook geen berm is, loop je achter elkaar en links van de baan. Gebruik hiervoor het fietspad of loop zo ver mogelijk van de baan.
  • Een baan oversteken doe je aan een zebrapad met of zonder verkeerslichten of op een andere voorziene oversteekplaats. Als je aan een zebrapad oversteekt, heb je voorrang ten opzichte van de andere weggebruikers. Maak echter eerst oogcontact, zodat je zeker weet dat je die voorrang ook zal krijgen.
  • Wanneer er binnen de 30 meter geen oversteekplaats is, mag je de baan oversteken op een open en zichtbare plek. Kies een plaats waar je goed ziet en goed gezien wordt. Steek dus niet over tussen geparkeerde auto’s, in een bocht, op de top van een helling of onder een brug. Wacht steeds tot iedereen er is en steek dan in groep over. Steek de baan loodrecht over en treuzel niet onderweg.


De volledige regelgeving vind je op de pagina Veilig op tocht.

Naast de officiële regels hou je best ook rekening met de volgende tips:

  • Zorg dat je steeds goed zichtbaar bent in het verkeer. Je draagt best altijd een fluovestje en/of fluobandjes.
  • De openbare weg is geen geschikte plek om te spelen!
  • Als je een lange tocht maakt, probeer dan een vast tempo aan te houden. Stap niet te snel en niet te traag, zodat je het tempo gedurende een langere tijd kan volhouden. Een wisselend tempo en lange pauzes maken je spieren enkel strammer waardoor de tocht veel lastiger zal lijken.
  • Als je in groep wandelt is het belangrijk dat iedereen kan volgen. De tragere stappers lopen best vooraan en geven het tempo aan.
  • Draag zorg voor elkaar.

Met de fiets[bewerken]

In groep op fietstocht[bewerken]

Ook met de fiets probeer je best een zo veilig en rustig mogelijke route uit te stippelen. Probeer drukke wegen te vermijden. Fiets langs wegen met een lage maximumsnelheid, langs aanbevolen fietsroutes en via fietstunnels.

Als je de openbare weg op gaat, dan moet je je aan de verkeersregels houden. De belangrijkste verkeersregels voor fietsers in groep zijn:

  • Rij steeds aan de rechterkant van de baan. Maar gebruik van de fietspaden. Als er geen fietspad is, moet je op de rijbaan fietsen. Rij in dat geval zo dicht mogelijk aan de rechterkant van de baan.
  • Steek de baan bij voorkeur over aan verkeerslichten of aan een voorziene oversteekplaats voor fietsers.
  • Je mag met twee naast elkaar rijden, tenzij het kruisen met een tegenligger onmogelijk is (binnen en buiten de bebouwde kom) of als er achteropkomend verkeer in aantocht is (buiten de bebouwde kom). Je herkent het begin en het einde van de bebouwde kom aan deze borden:
  • Steek je arm uit telkens als je van richting gaat veranderen, behalve als dit je evenwicht in het gedrang brengt.
  • Verleen voorrang aan voetgangers die op het zebrapad aanstalten maken om over te steken.
  • Volg de verkeersregels voor het verlenen van voorrang aan andere weggebruikers.
  • Hou je aan de verplichte rijrichting en rij niet in straten waar dit verboden is.
  • In veel eenrichtingstraten mag je met de fiets wel in twee richtingen. Doe dit echter enkel als dit uitdrukkelijk toegelaten wordt door een verkeersbord.



De volledige regelgeving vind je op de pagina Veilig op tocht.

Naast de officiële regels hou je best ook rekening met de volgende tips:

  • Zorg dat je steeds goed zichtbaar bent in het verkeer. Je draagt best altijd een fluovestje en/of fluobandjes.
  • De openbare weg is geen geschikte plek om te spelen!
  • Draag bij voorkeur een fietshelm. Zo’n helm vermindert de kans op hoofdletsels met 85%.

Een goed uitgeruste fiets[bewerken]

Als je op fietstocht gaat moet je fiets uiteraard in orde zijn. Een fiets moet minstens uitgerust zijn met:

  • een bel hoorbaar tot op 20 meter,
  • twee goed werkende remmen (één op het voorwiel en één op het achterwiel),
  • twee goed werkende lichten (wit of geel vooraan, rood achteraan),
  • voldoende reflectoren:
    • aan weerszijden van de pedalen,
    • per wiel twee dubbelzijdige reflectoren op de spaken en/of een witte reflecterende strook aan weerszijden van elke band,
    • vooraan een witte reflector en achteraan een rode.

Een lekke band herstellen[bewerken]

Het gebeurt wel eens dat je fietsband leeg loopt en dat het niet helpt om hem op te pompen. Je binnenband zal dan waarschijnlijk een lek hebben. Om het probleem op te sporen en te herstellen volg je de volgende stappen:
1. Demonteer het wiel.
2. Duw op het ventiel om de band helemaal te laten leeglopen.
3. Lepel met drie bandlichters de buitenband los van de velg en klem de bandlichters achter de spaken.
4. Haal het ventiel door de velg en haal de binnenband uit de buitenband. Als er een moertje rond je ventiel zit, moet je dit eerst losdraaien.
5. Pomp nu de binnenband terug op en dompel deze onder in water. Op de plaats waar je luchtbelletjes ziet opborrelen zit het lek in je band. Duid deze plek aan met een stift of een stukje krijt.
6. Maak met een stukje schuurpapier de plaats op en rond het lek iets ruwer en breng vervolgens lijm aan. Schuur en lijm een oppervlakte die iets groter is dan de plakker die je zal gebruiken om het lek te dichten. Laat de lijm enkele minuten drogen.
7. Neem nu de plakker, verwijder de folie en kleef hem recht op het lek. Duw de plakker goed aan en wrijf goed langs de randen.
8. Herhaal vanaf stap 5 om te controleren of er nog meer gaatjes in de fietsband zitten.
9. Als er geen gaatjes meer zijn, breng je de binnenband opnieuw aan. Steek eerst het ventiel door de velg en maak dit vast. Leg dan de binnenband rond het wiel en pomp de band lichtjes op. Leg vervolgens de buitenband weer rond het wiel door de band met duim en wijsvinger rond het wiel te trekken.
10. Monteer het wiel.

Met het openbaar vervoer[bewerken]

Tram, bus, metro[bewerken]

Voorbereiding[bewerken]

De vertekuren van de bus of tram kan je terugvinden op het internet of aan de halte waar je wil opstappen. Het uurschema bevat heel wat interessante informatie.

Voordat je opstapt haal je best een vervoerbewijs in een verkooppunt, in een krantenwinkel of aan de automaat. Als je zonder vervoerbewijs rijdt, heb je kans dat je een boete moet betalen wegens zwartrijden. Er zijn verschillende soorten vervoerbewijzen: abonnementen, 10-rittenkaarten, biljetten, dagpassen, … In bemande verkooppunten kan je navragen welk vervoerbewijs voor jou het voordeligst is. Als je niet op voorhand gepland had om de bus te nemen, kan je aan een iets duurder tarief een biljet kopen bij de chauffeur.

De bus- of tramrit[bewerken]

Ga altijd vijf minuten voor het vertrekuur aan de halte staan. Het kan immers zijn dat de bus of tram door het verkeer wat vroeger of wat later passeert. Als de bus of tram komt aangereden, maak dan duidelijk aan de chauffeur dat je wil opstappen door je hand op te steken. Eens de bus of tram gestopt is en haar deuren opent, laat je eerst de mensen afstappen voor je zelf opstapt.

Onmiddellijk na het opstappen, moet je het vervoerbewijs ontwaarden in het ontwaardingsapparaat of bij de chauffeur. Als je nog geen vervoerbewijs hebt, koop dit dan onmiddellijk na het opstappen bij de chauffeur. Probeer gepast te betalen, zodat de chauffeur geen tijd verliest met het zoeken van wisselgeld.

Zorg ervoor dat de bus- of tramrit ook voor de reizigers rondom je aangenaam blijft. Schuif zo ver mogelijk door in de bus of tram, zodat de volgende reizigers vlot kunnen opstappen. Zorg dat je bagage niet in de weg staat van andere mensen en plaats geen bagage op de zitplaatsen. Sta je zitplaats af aan mensen die moeilijker te been zijn. Eet, drink of rook niet op de bus of tram en laat geen afval achter. Praten, lachen en muziek beluisteren is leuk, maar beperk het lawaai, zodat de andere reizigers ook nog kunnen praten, rusten of lezen.

Als je wil afstappen moet je dit kenbaar maken aan de chauffeur door tijdig te bellen.

Trein[bewerken]

Voorbereiding[bewerken]

De vertrekuren van de treinen kan je terugvinden op het internet of op de gele affiches in de stations. Zoek eerst de affiche die geldig is voor de dag dat je met de trein wil rijden. Er zijn namelijk affiches voor weekdagen en affiches voor weekend- en feestdagen.

Zoek vervolgens naar het juiste tijdstip en de juiste bestemming. Eens je je trein gevonden hebt, kan je ook het uur van aankomst op je bestemming lezen en het perron van waarop je de trein zal moeten nemen. In de tweede kolom vind je het type trein en eventuele opmerkingen waarmee je rekening moet houden. De verklaring van de gebruikte afkortingen en symbolen vind je onderaan in de legende.

Als je het station binnen wandelt en meteen een trein wil nemen, kan je in de meeste stations ook gebruik maken van de schermen. Zij geven niet alleen de vertrekuren van de treinen weer, maar ook de vertragingen (in het rood) en de spoorveranderingen (in de gele kaders).

Je mag enkel met de trein rijden als je een geldig vervoerbewijs op zak hebt. Indien je geen abonnement of meerrittenkaart hebt, zal je een treinbiljet moeten kopen aan het loket in het station. Enkel indien het station geen loketten heeft of als de loketten gesloten zijn, mag je een vervoerbewijs op de trein kopen. Je moet dan wel voor het opstappen aan de conducteur laten weten dat je nog geen biljet hebt. Hij of zij zal dan langskomen om je een biljet te verkopen.

De treinrit[bewerken]

Ga ten laatste vijf minuten voor de vertrektijd van je trein op het perron staan. Treinen stoppen in elk voorzien station, je hoeft dus niets te doen om de trein te doen stoppen. Hou voldoende afstand als de trein het station binnenrijdt. Laat eerst de reizigers uitstappen voor je zelf instapt.

Op de trein hoef je je vervoerbewijs niet te ontwaarden. De conducteur komt langs om dat voor jou te doen.

Zorg ervoor dat de treinrit ook voor de reizigers rondom je aangenaam verloopt. Sta je zitplaats af aan mensen die moeilijker te been zijn en plaats geen bagage in de doorgangen of op de zetels. Maak niet te veel lawaai, zodat anderen ongestoord kunnen lezen of praten. Op de trein mag je eten en drinken, maar gooi je afval daarna wel in de voorzien afvalbakjes. Een knopje om te bellen voor een halte zal je op de trein niet vinden. De trein stopt in elk voorzien station.

In het water[bewerken]

Wanneer je op tocht een riviertje, vijver of zee tegenkomt, is het verleidelijk om een duik in het water te nemen. Hou in en rond het water steeds rekening met de volgende veiligheidstips:

  • Ga bij voorkeur op zoek naar bewaakte zwemzones. Lees de informatieborden en hou rekening met de kleur van de vlag die uithangt.
  • Let op de waterkwaliteit. Bacteriën, algen of afvalwater kunnen je ziek maken of huiduitslag bezorgen.
  • Hou rekening met de stroming. Zelfs kalm water kan soms een heel verraderlijke onderstroming hebben.
  • Hou rekening met de wind. Die kan je soms ongemerkt laten afdrijven in een richting die je niet wil.
  • Zwem nooit in je eentje. Zorg dat er steeds iemand in de buurt is die je in geval van nood kan komen helpen.
  • Ga nooit te ver af van de oever of het strand.
  • Neem eventueel een drijfhulpmiddel mee.
  • Duik nooit in water waarvan je de diepte niet kent! Je kan je hoofd stoten tegen de bodem of rotsen.
  • Draag watersandalen om je voeten te beschermen tegen scherpe stenen of schelpen.