Opdrachten

Uit FOSwiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Soms heb je voor een groot spel enkele kleine "opdrachtjes" nodig. Deze lijst helpt je hierbij.

  1. schreeuw keihard: MAND!!
  2. maak een selfie met een random iemand
  3. probeer timmy van south park na te doen<3
  4. ga buiten staan en zeg IK BEN RONNIE FLEX
  5. geef iemand een blind makeover
  6. Maak van 1 persoon in de groep een mummy.
  7. Maak een originele strip van 5 pagina's.
  8. Speel een deel uit een strip na met de hele groep. (niet zo saai ze)
  9. Drink 6 liter water op voor het einde van dit spel. << heel ongezond.
  10. Vorm de letters van een stripfiguur zonder schrijf of tekenmateriaal.
  11. Ieder groepslid moet met zijn tenen een knoop in een touw leggen.
  12. Er moet gedurende 2 min een boom worden uitgelachen.
  13. Potlood slijpen tot er niets meer overblijft.
  14. Voor al de letters van het alfabet een jongens en meisjes naam zoeken.
  15. Op elk toiletpapiertje kaka schrijven.
  16. Zoek een spin en kom ze tonen.
  17. Verkleed iemand van je groepje met enkel natuurmateriaal.nd
  18. Sta 45 seconden handenstand tegen een boom (of 1 minuut met hulp). <<<<oh<<e<<<heeeeel ongezond
  19. Voer een gesprekje met een boom: stel zeker 5 goede vragen en bedenk ook een antwoord.
  20. Vraag het lievelingsdier van elke leiding.
  21. Teken een stripfiguur.
  22. Maak een klein stripje.
  23. Maak een gedichtje.
  24. Een liedje van het kampthema.
  25. Kleed je zo orgineel mogelijk.
  26. Zoek 20 totemnamen in de scouts.
  27. Maak 5 knopen.
  28. Laat je schminken.
  29. Verkleed je in iets griezelig, geef iedereen van uw groep een litteken.
  30. Vraag aan alle leiding of ze iets moeten drinken, ga het dan ook halen.
  31. Iedereen een zoen op de wang met deze lippenstift.
  32. Bouw een kaartenhuisje van 3 verdiepingen.
  33. Een papieren vlieger die 5 meter ver vliegt.
  34. Zeg het alfabet achterste voren op.
  35. op een leeg rolletje overrollen.
  36. zo lang mogelijk A.
  37. Maak een bootje van papier.
  38. Met een vingerhoedje een beker vullen met water.
  39. Per twee vast gebonden aan de romp en zijwaarts lopen.
  40. Loop in ganzepas of kikkersprong.
  41. Loop in groep als een duizendpoot.
  42. Zoek binnen een straal van 50meter, waar je de goedkoopste pannenkoeken kunt eten.
  43. Verzamel 20 vreemde mensen en zing allemaal samen een (scouts)liedje + neem een groepsfoto.
  44. Teken of maak elk een een junglebookdier naar keuze in het zand.
  45. Bind per twee één van jullie voeten aan elkaar.
  46. Ga allemaal geblinddoekt in een treintje staan en doe de geluiden van een trein na. Alleen de eerste mag zien.
  47. Maak een mooie cirkel en ga op deze manier naar de volgende opdracht.
  48. verzamel ieder 1 handtekening ben je een jongen dan moet je een handtekening van een vrouw/meisje zoeken en ben je een meisje moet je een handtekening van een man/jongen zoeken
  49. Zoek een wild vreemde persoon(geen leiding) die je mag ingraven in het zand.
  50. Zoek een mannelijk persoon met de naam: Peter of Jan of Kevin en zoek een vrouw met de naam Sara(h) of Wendy of Liesbeth.
  51. Draag de leiding van punt a naar punt b.
  52. Loop in kettingvorm vb: )()()()()( naar het volgende punt.
  53. Schilder met je neus een heks.
  54. Maak een bezem voor meerdere persoon (minstens 4)* maak 2 personen uit je groepje en een halloweenmonster.
  55. Schrijf een rijmende toverspreuk.
  56. Maak een heksenhoed van natuurmateriaal.
  57. Maak een heksenkring met stenen.
  58. Bezemsteelrace: Maak met een lange tak, wat twijgjes en wat touw een bezem (of laat de kinderen het zelf doen). Dit doe je door de twijgjes aan het uiteinde van de tak te wikkelen. Zet buiten een parcour uit waarin ze moeten zigzaggen en klimmen, terwijl ze met een paar tegelijk op 1 bezem zitten (ze moeten allemaal de bezem blijven vasthouden en mogen hem niet loslaten, ondanks de obstakels).
  59. Een appel aan een touw opeten.
  60. Maak een vogelschrikker.
  61. Los volgende doolhoven op.
  62. Maak een spinneweb.
  63. Maak een handspin.
  64. Duw met je hoofd een bal tien lengtes.
  65. Kruip met zijn allen door een stuk krant zonder dat dit scheurt.
  66. Ga heel het terrein door in olifantenpashaak met je vingers een ketting van 2 meter.
  67. Schrap alle letters E uit 1 pagina van de krant. De overige tekst moet leesbaar blijven.
  68. Maak een tekening met je neus.
  69. Eén iemand trekt 20 kledingstukken aan.
  70. Loop per twee met een rauw ei tussen het voorhoofd naar de overkant van het veld.
  71. Spel 30 wasspelden op je hand.
  72. Zoek de eigenaar van volgend telefoonnummer xxxxxxxxxx.
  73. Spring 65 keer in een springtouw in 1 minuut.
  74. Leg je benen in je nek en steek je tong uit.
  75. Houdt een stok in evenwicht op je wijsvinger gedurende tien minuten. (in totaal)
  76. Bedenk een ritueel voor meer sneeuw in vlaanderen en voer dit uit.
  77. Breng de leiding iets op te eten en te drinken.
  78. Blaas een zeepbel met diameter +/- 10 cm.
  79. Noem 7 automerken.
  80. Houdt een ballon 5 minuten ononderbroken in de lucht.
  81. Maak een herfstkrans
  82. Schrijf 40 woorden die iets met Halloween te maken hebben
  83. Schrijf een eng verhaal met deze woorden in: bang, ouders, geesten, piepende, + 24
  84. Maak een originele griezeltekening.
  85. Zeg wat je favoriete griezelmonster is en geef wat uitleg erover.
  86. Geef de titels van 5 van je favorietste griezelboeken of films.
  87. Maak een origineel griezelverhaaltje en beeld het uit.
  88. Een persoon uit de groep krijgt een naam op z’n voorhoofd geschreven, nu moet die persoon raden welke naam, door aan zijn groepsgenoten ja-nee vraag te stellen.
  89. Maak een menselijke piramide
  90. Maak een windroos uit natuurmateriaal.
  91. Verzamel 5 verschillende insecten
  92. Leg een schouderverband
  93. Een persoon uit het team beeld iets en de andere groepsleden moeten het raden. Maak geen geluid, je mag alleen je lichaam gebruiken.
  94. Maak een kroon uit natuurmateriaal.
  95. Sta in een kring en tel tot 20, zonder het tegelijkertijd te zeggen.
  96. Maak een kledingketting van 15 meter.
  97. Teken een cirkel met vier hoeken
  98. Leg een mastworp.
  99. Maak een sjorring.
  100. Welke graden heb je bij een brandwonden en hoe verzorg je deze?
  101. Verklaar volgende sporen?( toon ze dan in een teervoetboekje)
  102. Maak volgende sporen in natuurmateriaal?(dwaalspoor, 2/4 een opdracht,.. kies je zelf)
  103. Maak een brancard!
  104. Zing een liedje van Samson en Gert.
  105. Draai 10 x om je as en loop tot de aangeduide streep zonder te vallen.
  106. Noem 10 stripfiguren.
  107. Maak een toren met bierviltjes van minstens 20 cm. (dit is haalbaar!)
  108. Schrijf een balpel op
  109. Slijp tien potloden op
  110. Lepeltje dragen in mond met knikker in tot voorbij streep (te bepalen door de leiding)
  111. Beperkt aantal voeten op de grond in groep en blijven staan (aantal voeten te bepalen door leiding)
  112. Laat de klokken in een kerktoren luiden
  113. Met heel de groep op oud laken gaan staan en laken omdraaien.
  114. In plaats van met de groep cijferss op te zeggen zonder dat mensen tegelijk de nummers zeggen, doe je het met het alfabet. Dus de bedoeling is dat ze het alfabet opzeggen zonder iets af te spreken en als er personen tegelijkertijd iets zeggen dat ze dan helemaal opnieuw moeten beginnen.
  115. Het groepje zoekt een voorbijganger, en de opdracht is dat ze een liedje (ipv te neuriën) in hun handen klappen, de bedoeling is dat die voorbijganger het liedje raad. De opdracht is enkel geslaagd als de persoon het liedje raadt.
  116. Doe de plopdans. Maar dat is niet zo simpel als je denkt .. de welpen moeten met minstens twee personen aan elkaar vastgebonden zijn. Dus als je een groepje hebt van zes mensen, dan creëer je drie groepjes van twee mensen aan elkaar vastgebonden. En dan moeten ze héél luid en enthousiast de plopdans doen.
  117. Doe de macarena
  118. Laat de welpen hun benen vastbinden aan elkaar en een paar rondjes ergens rondhuppelen.
  119. Een liedje gorgelen met water in de mond.
  120. Met een ei tussen de voorhoofden van het één punt naar het andere zonder het te breken. 1ei per paar.
  121. Voor iedereen een koosnaampje zoeken.
  122. Een Wc-rol aftellen, op elk blaadje een nummer schrijven
  123. Gedurende de namiddag moet er heel de tijd iemand tegen ... (vul voorwerp in) .... aan het babbelen zijn!
  124. Iedereen moet getekend worden en wij moeten van minstens 10 tekeningen kunnen zeggen wie dat er getekend werd.
  125. Er moeten 5 levende diertjes naar ons gebracht worden
  126. Jullie moeten met elke letter van het alfabet een naam vinden. Je moet een meisjeslijst hebben en een jongenslijst!
  127. Een gedichtje voor de leidsters maken
  128. Help iemand uit de nood
  129. Help een oud vrouwtje oversteken
  130. Er moeten 500 set-ups gedaan worden, maar er mag maar een iemand tegelijk dat doen
  131. Iedere leidster moet tenminste 1 keer goed gemasseerd worden
  132. Er moeten 50 bootjes geplooid worden , deze moeten genummerd worden
  133. Iedereen moet 5 staartjes in zijn haar hebben
  134. Kleur het haar van minstens 3 personen in een andére kleur.
  135. Maak een gedichtje van 10 regels.
  136. Organiseer een veldloop
  137. Gorgel een liedje.
  138. Rol 1 iemand in wc-papier en maak je weer los zonder handen.
  139. Geef, met je mond, 2 minuten lang een ei door zonder ze te breken.
  140. Praat in het totaal - elk om beurt- 2 minuten lang over "de banaan". (zonder euh te zeggen)
  141. Iedereen van de groep moet 10 keer in het springtouw springen.
  142. Maak een liedje op een bekende melodie.
  143. Maak een soepje met bekende elementen uit de natuur. (zoals gras, aarde, blaadjes, ...)
  144. Drink dat soepje (zie vorige opdracht)
  145. Verzamel de handtekeningen van alle leiders die op dat moment aanwezig zijn.
  146. Sta in een kring en geef de bal 5 ronden, heel vlug, door zonder ze te laten vallen.
  147. Sta op een stoel en aanbid elk om beurt de bomen, de bloemen en dergelijke.
  148. Huppel rond als een konijn? Gebruik je vingers als oren en roep wortel, wortel, ...
  149. Draai 20 rondjes rond je vinger en loop dan op een rechte lijn.
  150. Schilder met je neus een landschap: boom, zon, gras, bloemen, ...
  151. Speel rollend tapijt (over een afstand van een meter of 10).
  152. Beeld een potje aardbeienyoghurt uit
  153. Beeld de taj mahal uit
  154. Draai allemaal een touwtje, met aan het uiteinde een suikertje, rond je tong.
  155. Leg bij 1 iemand uit de groep 10 vlechtjes in het haar.
  156. Leg telkens per 2 een parcours af (bv. slalom om kegels), waarbij het linkerbeen van de ene persoon verbonden is met het rechterbeen van de andere persoon.
  157. Vul een fles water door met je mond water over te brengen van een emmer naar een fles, elk om beurt.
  158. Verzamel 5 rode (of gele, groene, ...) voorwerpen.
  159. Verzamel 5 voorwerpen waarvan de naam met een y begint
  160. Doe lippenstift op je lippen en kus een blad helemaal vol.
  161. Teken 2 krijtjes op over een bepaald onderwerp.
  162. Neem de vingerafdrukken van 5 leiders
  163. Schilder ......... (naam invullen van een persoon of leider) op papier.
  164. Was elkaars voeten.
  165. Schmink 2 personen van de groep in een clown.
  166. Poets de schoenen van ..... of ...... (naam invullen van leiders)
  167. Maak een piramide (3 hoog).
  168. Vraag 5 haren aan een leider en breng ze terug naar hier.
  169. Drink zo vlug mogelijk met de hele groep 1 fles water leeg.
  170. Sta met de hele groep op 1 stoel.
  171. Schrijf een liefdesbrief naar de hoofdleider.
  172. Verzamel elk 5 papiertjes met een verschillende kleur.
  173. Maak met grassprietjes het woord GRASSPRIETJES
  174. Doe de nijlpaardparingsdans (zelf te verzinnen) met liedje of geluiden.
  175. Zeg het alfabet van achter naar voor op.
  176. Speel Kippenkoers.
  177. 6 meter bruggetje = Iedereen staat in een rij met de benen gespreid. De laatste kruipt door de benen naar voor en sluit vooraan aan. Ga zo door tot er 6 meter is afgelegd.
  178. Raadsels: Zoek de voornamen in de volgende zinnen:
    1. Gaan we met de krakende kar elke dag de baan op?
    2. De sheriff ranselde de rover nog eens flink af.
    3. Er zijn hier zoveel mensen dat elke gast onmogelijk een stoel kan vinden.
    4. Ik lees anders meer dan 3 boeken per maand.
    5. Door de grotten van Han stroomt een rivier.
    6. Maak een woord van 10 letters of meer met allemaal verschillende letters.
  179. Schop 15 ballen in het doel. (leider speelt keeper)
  180. Ga met lippenstift op de mond 10 kussen geven aan leider ........
  181. Maak elk een hoedje en een bootje van papier.
  182. Gorgel het liedje "hoedje van papier".
  183. 3 minuten absolute stilte.
  184. Schrijf van elke leider de kleur van de ogen op.
  185. Speel Abortusje: alle ballons moeten ontploffen.
  186. Maak, met papier, een slinger van 5 meter.
  187. Poets, met je vinger, je tanden. (was eerst je handen)
  188. Eet een citroen op.
  189. Giet elk een fles water over het hoofd van leider ....... (de leider in kwestie moet niet noodzakelijk op voorhand op de hoogte gebracht worden).
  190. fluit het refrein van een liedje van een Nederlandse zanger of zangeres
  191. doe je grote teen in je mond en hou die dan 3 of 5 seconden in je mond
  192. trek een gekke bek/ een gek gezicht
  193. Maak een tekening/verhaal over ... en stuur dit op
  194. Ga met de ....(fiets/bus/tevoeg) naar de ... en zoek de openingstijden op
  195. Zoek het woord
  196. Bel nummer 013-xxxxxxx en zeg het wachtwoord
  197. Speel 4 op een rij
  198. Speel onderuit
  199. Speel het stokkenvangspel
  200. Speel twister
  201. Speel dr Bibber
  202. Speel bal doorgeven
  203. Ga sjoelen
  204. Speel tangram
  205. Doe het ski-parcours
  206. Doe het stelt-parcours
  207. Speel boter, kaas en eieren
  208. Doe de brancardrace
  209. Doe een sponzenrace
  210. Doe de oberrace
  211. Ga naar de markt, zing een lied en ga met de pet rond
  212. Speel triominos
  213. Bel aan en vraag een tomaat
  214. Ruil een ei in iets waardevols door een ruiltocht
  215. Zoek een gratis verse komkommer
  216. Eet een pot augurken
  217. Eet een pot zilveruitjes
  218. Maak een salade en eet die op
  219. Ga de eendjes voeren
  220. Kleur een stoeptegel in
  221. Hoeveel ... (banken, bomen, ...) staan er op het ... (dorpsplein, ...)
  222. Zet een grote pijlentocht uit
  223. Volg de pijlentocht
  224. Bel aan en vraag een boterham
  225. Maak een vlieger en laat die op
  226. Bel aan en vraag beleg naar keuze
  227. Smeer een boterham en eet die met z'n allen op
  228. Maak de leiding nat
  229. Ga onder de sproeier staan
  230. Speel de toren van Pisa
  231. Maak een kan ranja aan
  232. verzamel 10 veren, minstens 3 verschillende soorten
  233. maak een verentooi
  234. teken een ... (dier)
  235. maak een palmboom van kranten
  236. maak een stoeptekening in een bepaalde straat
  237. leg contact met Afrika via de PC
  238. speel een spelletje op de computer
  239. zoek in de bibliotheek de voornaam op van Livingstone
  240. verzin een rebus
  241. los een rebus op
  242. zoek een fles
  243. lever flessen in
  244. speel zakdoekje leggen
  245. gooi met een waterballon
  246. gooi flessen met water om
  247. maak een flessenorgel en speel er een liedje op
  248. doe de afwas
  249. blaas de afwas droog
  250. beeld tv-programma's uit
  251. maak een anti-racisme poster
  252. speel telefoontje
  253. zeg de maaltafels op van 37 (uit het hoofd)
  254. Zoek enkele materialen en maak hiermee een orkestje, waarbij je een liedje zingt
  255. Boots 12 dierengeluiden na, zodanig dat een leid(st)er ze kan raden
  256. Beeld 5 beroepen uit zodanig dat de leid(st)er ze kan raden
  257. Maak een strijdkreet
  258. Jodel gedurende 1 minuut
  259. Beeld een spreekwoord uit. 1 persoon beeldt uit, de rest moet raden
  260. Zing gedurende 5 minuten
  261. Beeld het volgende uit:
    1. Een trouwfoto
    2. Een klasfoto
  262. Loop rond als baby's
  263. Prijs een vuilbak aan
  264. Vertel een goede mop
  265. Vertel een verhaal over 2 verliefde duimspijkers
  266. Doe een dansje met een leid(st)er
  267. Speel een toneeltje van ongeveer 10 minuten
  268. Verklaar je liefde aan een stoel/boom/struik/paal
  269. Vertel een spannend verhaal van minimaal 12 zinnen
  270. Zing een lied uit Tien om te zien
  271. Maak een reclamespot over tandpasta met look / oogschaduw / scheerschuim / babyluiers / onderbroeken / WC-papier
  272. Organiseer een computerspelletje met levende personen
  273. Scheld gedurende 1 minuut een steen/boom/paal uit
  274. Loop met z'n allen als kippen zonder kop
  275. Trek gedurende 2 minuten gekke bekken
  276. Zing het kamplied
  277. Roep zo hard je kunt "..."
  278. Probeer een leid(st)er te laten lachen
  279. Vertel een sneeuwbalverhaal
  280. Probeert een ijskast te verkopen aan de NOORDPOOL
  281. Geef een ode aan...
  282. Dans een fragment uit het Zwanemeer
  283. Speel allen 2 minuten "standbeeld"
  284. Voer de indianendans uit
  285. Beeld een duizendpoot uit
  286. Speel Romeo en Julia met...
  287. Speel gedurende 5 minuten de mosselman
  288. Er moet een Afrikaanse dans uitgevonden worden
  289. Maak een eigen liedje op een bekend melodietje
  290. Noem 10 sporten op
  291. Noem 10 tekenfilms
  292. Vraag de naam van de intendant
  293. Noem ... voetballers/ ... sportfiguren/ ... zangers/ ... sprookjesfiguren
  294. Maak een liedje over "..." op het refrein van "Broeder Jacob"
  295. Noem "..." woorden die eindigen op –aar/-ig/-ons
  296. Noem "..." woorden die van achter naar voren kunnen gelezen worden, zonder van betekenis te veranderen
  297. Los de volgende rebus op:
  298. Noem 10 verschillende soorten smurfen
  299. Noem "..." voornamen die beginnen met een " ..."
  300. Noem "..." verschillende soorten snoepjes
  301. Hoeveel woorden bevat het "ONZE VADER"?
  302. Noem een naam met elke letter van het alfabet
  303. Noem een aantal namen van planten/rivieren/eigennamen/enz. die met een bepaalde letter eindigen of beginnen
  304. Stel een afschuwelijk menu samen van 10 gangen (het mag niet eetbaar zijn)
  305. Maak een zin van 20 woorden zonder een r of een n
  306. Noem "..." verschillende stripfiguren
  307. Noem "..." TV-programma's
  308. Maak een ketting met namen (JaN – NicO – OlivieR – RiK – KatrieN - ...)
  309. Noem 10 dingen om te drinken
  310. Noem 5 sigarettenmerken
  311. Noem 10 bieren
  312. Wanneer is het eerstvolgende schrikkeljaar?
  313. Wat zijn de kleuren van de verschillende afdelingen?
  314. Noem 5 personages uit Samson en Gert
  315. Noem de kleuren van de regenboog
  316. Uit wat bestaat het FOS-uniform?
  317. Wie is de vriend van Piet Pienter?
  318. Hoeveel flesjes cola zitten er in een bak?
  319. IKHEYGHTTDFHUFRGGHYRTUTTDGJH ZEG DIT NA
  320. Bijt een zode gras doormidden
  321. Hou een stok tegen je lichaam geklemd, hou je kin tegen de stok en kijk omhoog. Draai nu 10 rondjes, leg de stok op de grond en probeer over de stok te springen.
  322. Graaf een put met een koffielepeltje
  323. Bouw met acht verkenners muren rondom de leiding (met een deurke in)
  324. Drink cola en laat tien boertjes na elkaar
  325. Besluip een schoen alsof het een prooi is
  326. Loop achter een tennisbal die Moeflon net heeft weggegooid
  327. Doe koprol met twee (vijf keer)
  328. Klim minstens vijf meter hoog in een boom
  329. Maak een dierentuin met drie diertjes
  330. Eet zo snel mogelijk een papke leeg (met twee)
  331. Eet een halve rauwe aardappel op
  332. Maak cocktailsaus met alleen je tong
  333. Sta twee minuten geblinddoekt op één been
  334. Blaas minstens 20 seconden op een fluit zonder te ademen
  335. Noem binnen één minuut vijf spreekwoorden of gezegden
  336. Zeg het alfabet achterstevoren op
  337. Leg je benen in je nek en steek je tong uit
  338. 3 adjes water
  339. Loop per twee met een rauw ei tussen het voorhoofd naar de overkant en terug (10 meter ofzo)
  340. Speel voetbal met alleen je hoofd (zes verkenners)
  341. Om ter snelst een das knopen
  342. Leef vandaag in de omgekeerde wereld. Doe alles verkeerd. Je start met kantine in je pyjama. Daarna ga je je douchen. Dan mag je je kleren aandoen en de rest van opdrachten afwerken. ’s Middags eet je boterhammen en ’s avonds warm. Voor je naar je bed gaat is het ontbijt.
  343. Neem vanaf 10u ’s morgens tot 22u ’s avonds een andere identiteit aan. Je krijgt een ander paspoort. Je moet ook kleden naar je naam. Vanaf dat je reageert op je eigen naam of je eigen naam gebruikt dan krijg je een zwarte stip op het gezicht.
  344. Zorg dat niemand jullie ziet tussen 13u30 en 14u30, per persoon die jullie ziet, krijg je een strafopdracht.
  345. Zoek 26 voorwerpen, elk beginnend met een letter van het alfabet. Dus je moet met alle letters een voorwerp hebben.
  346. Mooi kampmeubel sjorren (zetels en/of hangmatten) OF een eiland van ons kampterrein maken (schets vind je bij de leiding) + schommel maken
  347. Er moeten 20 bootjes of hoedjes geplooid worden en je moet ze nummeren.
  348. Maak een vlag van jullie kamp (NOORD of ZUID) en hang deze aan je patrouilletent.
  349. Om 16u moet er 1 persoon 15 kledingstukken aanhebben
  350. Ga hout gaan sprokkelen
  351. Hou 1 uur een vuur aan
  352. Alle JVG’s + JVG leidingen moeten getekend worden en de leiding moeten er minimum de helft van herkenen.
  353. Een bol wol in gelijke stukken snijden van 10 cm.
  354. Van 14u tot 15u moet er constant iemand tegen “sjoesjoe” praten. Je mag wisselen van personen.
  355. Een kaartenhuis van 6 verdiepingen hoog bouwen.
  356. Een deel van de groep blijft op het kampterrein en het ander deel gaat met een leiding naar het dorp (tussen 14 en 18u). De groep op het kampterrein krijgt 5 foto’s van plaatsen in het dorp. Ze mogen via de telefoon 3 hints per foto geven aan de groep in het dorp. Zij moeten dan de plaats of de straat vinden waar die foto is.
  357. Doe elk 1 goede daad voor een leiding van de jvg’s naar keuze. Maar met je groep moet je wel zorgen dat alle leiding iemand van jullie groep een goede daad heeft gegeven.
  358. Zorg dat jullie tegen de avond zelf jullie aardappelen geschild hebben
  359. Bekijk allemaal samen de film “The Hunger Games”.
  360. Zorg dat je elk 8 uur slaapt (’s nachts)
  361. Bewijs dat je sterker bent dan de leiding in touw trekken.
  362. Bewijs je uithoudingsvermogen door zolang mogelijk een sjorbalk boven jullie hoofd te houden.
  363. Bewijs dat je kan richten gooi met een bal in een emmer probeer dit met je ploeg 10 keer. dit moet ook snel gebeuren.
  364. Zorg ervoor dat tijdens deze opdrachten 1 persoon van de groep de grond niet geraakt.
  365. Maak een om ter mooiste wigwam van takken uit het bos.
  366. Bouw een alarmsysteem rond je tent
  367. Zoek honderd grassprietjes en verzamel ze per 10
  368. Zorg dat jullie allemaal gecamoufleerd zijn
  369. Zorg voor een interview en film het waarbij een journalist een pinguïn interviewt.
  370. Kom terug met 15 groene kledingstukken aan.
  371. Spring 250 keer in de lucht.
  372. Hou je hoofd 10 min in een emmer water (elkaar aflossen)
  373. Maak een spandoek voor coca cola.
  374. Loop rond en overtuig heel het kamp dat de jvg’s de beste zijn.
  375. Smijt 3 bekers in elkaar 70 keer over en weer
  376. Bouw een toren door met zen allen op elkaar te gaan liggen (net als een hamburger)
  377. Klim in een boom
  378. Bind je vast aan een vriendje en loop het terrein 2 keer rond
  379. Maak zelf een frisbee of zoek iets dat als frisbee kan dienen en gooi het 30 keer over en weer
  380. Zet een onderbroek op je hoofd en boven je broek en loop het kampterein af roepend ik ben superman
  381. Maak een pruik van gras
  382. Maak je gezicht volledig zwart met een kurk en briket
  383. Pluk 20 grassprietjes en sorteer deze van klein naar groot
  384. Zoen een boom
  385. drink melk met thee
  386. kruip twee rondjes om de tafel als een rups
  387. Laat 2 mensen om de beurt een vod uitwringen, degene die er geen druppel meer uitkrijgt, verlies
  388. Hang een potlood aan een touwtje aan je broek en probeer het zonder aan te raken in een (frisdrank)flesje te krijgen
  389. vul een lege zakdoekendoos met pingpongballetjes, bind deze op je rug en schud ze er zo snel mogelijk uit
  390. dassengevecht
  391. hanengevecht
  392. bananen oorlog voeren
  393. pak 10 w.c. papiertjes en schrijf en binnen 30 sec. je naam op. (op alle 10)
  394. Laat je 1 minuut kietelen door andere mensen.