Aspecten/acties

Opdrachten

Uit FOSwiki

Ga naar: navigatie, zoeken


Soms heb je voor een groot spel enkele kleine "opdrachtjes" nodig. Deze lijst helpt je hierbij.

  1. Maak van 1 persoon in de groep een mummy.
  2. Maak een originele strip van 5 pagina's.
  3. Speel een deel uit uit een strip na met de hele groep.
  4. Drink 6 liter water op voor het einde van dit spel.
  5. Vorm de letters van een stripfiguur zonder schrijf of tekenmateriaal.
  6. Ieder groepslid moet met zijn tenen een knoop in een touw leggen.
  7. Er moet gedurende 2 min een boom worden uitgelachen.
  8. Potlood slijpen tot er niets meer overblijft.
  9. Voor al de letters van het alfabet een jongens en meisjes naam zoeken.
  10. Op elk toilet papiertje Rama schrijven.
  11. Zoek een spin en kom ze tonen.
  12. Verkleed iemand van je groepje met enkel natuurmateriaal.
  13. Sta 45 seconden handenstand tegen een boom (of 1 minuut met hulp).
  14. Voer een gesprekje met een boom, stel zeker 5 goede vragen en bedenk ook een antwoord.
  15. Vraag het lievelingsdier van elke leiding.
  16. Teken een stripfiguur.
  17. Maak een klein stripje.
  18. Maak een gedichtje.
  19. Een liedje van het kampthema.
  20. Kleed je zo orgineel mogelijk.
  21. Zoek 20 totemnamen in de scouts.
  22. Maak 5 knopen.
  23. Laat je schminken.
  24. Verkleed je in iets griezelig, geef iedereen van uw groep een litteken.
  25. Vraag aan alle leiding of ze iets moeten drinken, ga het dan ook halen.
  26. Iedereen een zoen op de wang met deze lippenstift.
  27. Bouw een kaartenhuisje van 3 verdiepingen.
  28. Een papieren vlieger die 5 meter ver vliegt.
  29. Zeg het alfabet achterste voren op.
  30. op een leeg rolletje overrollen.
  31. zo lang mogelijk A.
  32. Maak een bootje van papier.
  33. Met een vingerhoedje een beker vullen met water.
  34. Per twee vast gebonden aan de romp en zijwaarts lopen.
  35. Loop in ganzepas of kikkersprong.
  36. Loop in groep als een duizendpoot.
  37. Zoek binnen een straal van 50meter, waar je de goedkoopste pannenkoeken kunt eten.
  38. Verzamel 20 vreemde mensen en zing allemaal samen een (scouts)liedje + neem een groepsfoto.
  39. Teken of maak elk een een junglebookdier naar keuze in het zand.
  40. Bind per twee één van jullie voeten aan elkaar.
  41. Ga allemaal geblinddoekt in een treintje staan en doe de geluiden van een trein na. Alleen de eerste mag zien.
  42. Maak een mooie cirkel en ga op deze manier naar de volgende opdracht.
  43. verzamel ieder 1 handtekening ben je een jongen dan moet je een handtekening van een vrouw/meisje zoeken en ben je een meisje moet je een handtekening van een man/jongen zoeken
  44. Zoek een wild vreemde persoon(geen leiding) die je mag ingraven in het zand.
  45. Zoek een mannelijk persoon met de naam: Peter of Jan of Kevin en zoek een vrouw met de naam Sara(h) of Wendy of Liesbeth.
  46. Draag de leiding van punt a naar punt b.
  47. Loop in kettingvorm vb: )()()()()( naar het volgende punt.
  48. Schilder met je neus een heks.
  49. Maak een bezem voor meerdere persoon (minstens 4)* maak 2 personen uit je groepje en een halloweenmonster.
  50. Schrijf een rijmende toverspreuk.
  51. Maak een heksenhoed van natuurmateriaal.
  52. Maak een heksenkring met stenen.
  53. Bezemsteelrace: Maak met een lange tak, wat twijgjes en wat touw een bezem (of laat de kinderen het zelf doen). Dit doe je door de twijgjes aan het uiteinde van de tak te wikkelen. Zet buiten een parcour uit waarin ze moeten zigzaggen en klimmen, terwijl ze met een paar tegelijk op 1 bezem zitten (ze moeten allemaal de bezem blijven vasthouden en mogen hem niet loslaten, ondanks de obstakels).
  54. Een appel aan een touw opeten.
  55. Maak een vogelschrikker.
  56. Los volgende doolhoven op.
  57. Maak een spinneweb.
  58. Maak een handspin.
  59. Duw met je hoofd een bal tien lengtes.
  60. Kruip met zijn allen door een stuk krant zonder dat dit scheurt.
  61. Ga heel het terrein door in olifantenpashaak met je vingers een ketting van 2 meter.
  62. Schrap alle letters E uit 1 pagina van de krant. De overige tekst moet leesbaar blijven.
  63. Maak een tekening met je neus.
  64. Eén iemand trekt 20 kledingstukken aan.
  65. Loop per twee met een rauw ei tussen het voorhoofd naar de overkant van het veld.
  66. Spel 30 wasspelden op je hand.
  67. Zoek de eigenaar van volgend telefoonnummer xxxxxxxxxx.
  68. Spring 65 keer in een springtouw in 1 minuut.
  69. Leg je benen in je nek en steek je tong uit.
  70. Houdt een stok in evenwicht op je wijsvinger gedurende tien minuten. (in totaal)
  71. Bedenk een ritueel voor meer sneeuw in vlaanderen en voer dit uit.
  72. Breng de leiding iets op te eten en te drinken.
  73. Blaas een zeepbel met diameter +/- 10 cm.
  74. Noem 7 automerken.
  75. Houdt een ballon 5 minuten ononderbroken in de lucht.
  76. Maak een herfstkrans
  77. Drink 1,5 l water op
  78. Schrijf 40 woorden die iets met Halloween te maken hebben
  79. Schrijf een eng verhaal met deze woorden in: bang, ouders, geesten, piepende, + 24
  80. Maak een originele griezeltekening.
  81. Zeg wat je favoriete griezelmonster is en geef wat uitleg erover.
  82. Geef de titels van 5 van je favorietste griezelboeken of films.
  83. Maak een origineel griezelverhaaltje en beeld het uit.
  84. Een persoon uit de groep krijgt een naam op z’n voorhoofd geschreven, nu moet die persoon raden welke naam, door aan zijn groepsgenoten ja-nee vraag te stellen.
  85. Maak een menselijke piramide
  86. Maak een windroos uit natuurmateriaal.
  87. Verzamel 5 verschillende insecten
  88. Leg een schouderverband
  89. Een persoon uit het team beeld iets en de andere groepsleden moeten het raden. Maak geen geluid, je mag alleen je lichaam gebruiken.
  90. Maak een kroon uit natuurmateriaal.
  91. Sta in een kring en tel tot 20, zonder het tegelijkertijd te zeggen.
  92. Maak een kledingketting van 15 meter.
  93. Teken een cirkel met vier hoeken
  94. Leg een mastworp.
  95. Maak een sjorring.
  96. Welke graden heb je bij een brandwonden en hoe verzorg je deze?
  97. Verklaar volgende sporen?( toon ze dan in een teervoetboekje)
  98. Maak volgende sporen in natuurmateriaal?(dwaalspoor, 2/4 een opdracht,.. kies je zelf)
  99. Maak een brancard!
  100. Zing een liedje van Samson en Gert.
  101. Draai 10 x om je as en loop tot de aangeduide streep zonder te vallen.
  102. Noem 10 stripfiguren.
  103. Maak een toren met bierviltjes van minstens 20 cm. (dit is haalbaar!)
  104. Schrijf een balpel op
  105. Slijp tien potloden op
  106. Lepeltje dragen in mond met knikker in tot voorbij streep (te bepalen door de leiding)
  107. Beperkt aantal voeten op de grond in groep en blijven staan (aantal voeten te bepalen door leiding)
  108. Laat de klokken in een kerktoren luiden
  109. Met heel de groep op oud laken gaan staan en laken omdraaien.
  110. In plaats van met de groep cijferss op te zeggen zonder dat mensen tegelijk de nummers zeggen, doe je het met het alfabet. Dus de bedoeling is dat ze het alfabet opzeggen zonder iets af te spreken en als er personen tegelijkertijd iets zeggen dat ze dan helemaal opnieuw moeten beginnen.
  111. Het groepje zoekt een voorbijganger, en de opdracht is dat ze een liedje (ipv te neuriën) in hun handen klappen, de bedoeling is dat die voorbijganger het liedje raad. De opdracht is enkel geslaagd als de persoon het liedje raadt.
  112. Doe de plopdans. Maar dat is niet zo simpel als je denkt .. de welpen moeten met minstens twee personen aan elkaar vastgebonden zijn. Dus als je een groepje hebt van zes mensen, dan creëer je drie groepjes van twee mensen aan elkaar vastgebonden. En dan moeten ze héél luid en enthousiast de plopdans doen.
  113. Doe de macarena
  114. Laat de welpen hun benen vastbinden aan elkaar en een paar rondjes ergens rondhuppelen.
  115. Een liedje gorgelen met water in de mond.
  116. Met een ei tussen de voorhoofden van het één punt naar het andere zonder het te breken. 1ei per paar.
  117. Voor iedereen een koosnaampje zoeken.
  118. Een Wc-rol aftellen, op elk blaadje een nummer schrijven
  119. Gedurende de namiddag moet er heel de tijd iemand tegen ... (vul voorwerp in) .... aan het babbelen zijn!
  120. Iedereen moet getekend worden en wij moeten van minstens 10 tekeningen kunnen zeggen wie dat er getekend werd.
  121. Er moeten 5 levende diertjes naar ons gebracht worden
  122. Jullie moeten met elke letter van het alfabet een naam vinden. Je moet een meisjeslijst hebben en een jongenslijst!
  123. Een gedichtje voor de leidsters maken
  124. Help iemand uit de nood
  125. Help een oud vrouwtje oversteken
  126. Er moeten 500 set-ups gedaan worden, maar er mag maar een iemand tegelijk dat doen
  127. Iedere leidster moet tenminste 1 keer goed gemasseerd worden
  128. Er moeten 50 bootjes geplooid worden , deze moeten genummerd worden
  129. Iedereen moet 5 staartjes in zijn haar hebben
  130. Kleur het haar van minstens 3 personen in een andére kleur.
  131. Maak een gedichtje van 10 regels.
  132. Organiseer een veldloop
  133. Gorgel een liedje.
  134. Rol 1 iemand in wc-papier en maak je weer los zonder handen.
  135. Geef, met je mond, 2 minuten lang een ei door zonder ze te breken.
  136. Praat in het totaal - elk om beurt- 2 minuten lang over "de banaan". (zonder euh te zeggen)
  137. Iedereen van de groep moet 10 keer in het springtouw springen.
  138. Maak een liedje op een bekende melodie.
  139. Maak een soepje met bekende elementen uit de natuur. (zoals gras, aarde, blaadjes, ...)
  140. Drink dat soepje (zie vorige opdracht)
  141. Verzamel de handtekeningen van alle leiders die op dat moment aanwezig zijn.
  142. Sta in een kring en geef de bal 5 ronden, heel vlug, door zonder ze te laten vallen.
  143. Sta op een stoel en aanbid elk om beurt de bomen, de bloemen en dergelijke.
  144. Huppel rond als een konijn? Gebruik je vingers als oren en roep wortel, wortel, ...
  145. Draai 20 rondjes rond je vinger en loop dan op een rechte lijn.
  146. Schilder met je neus een landschap: boom, zon, gras, bloemen, ...
  147. Speel rollend tapijt (over een afstand van een meter of 10).
  148. Beeld een potje aardbeienyoghurt uit
  149. Beeld de taj mahal uit
  150. Draai allemaal een touwtje, met aan het uiteinde een suikertje, rond je tong.
  151. Leg bij 1 iemand uit de groep 10 vlechtjes in het haar.
  152. Leg telkens per 2 een parcours af (bv. slalom om kegels), waarbij het linkerbeen van de ene persoon verbonden is met het rechterbeen van de andere persoon.
  153. Vul een fles water door met je mond water over te brengen van een emmer naar een fles, elk om beurt.
  154. Verzamel 5 rode (of gele, groene, ...) voorwerpen.
  155. Verzamel 5 voorwerpen waarvan de naam met een y begint
  156. Doe lippenstift op je lippen en kus een blad helemaal vol.
  157. Teken 2 krijtjes op over een bepaald onderwerp.
  158. Neem de vingerafdrukken van 5 leiders
  159. Schilder ......... (naam invullen van een persoon of leider) op papier.
  160. Was elkaars voeten.
  161. Schmink 2 personen van de groep in een clown.
  162. Poets de schoenen van ..... of ...... (naam invullen van leiders)
  163. Maak een piramide (3 hoog).
  164. Vraag 5 haren aan een leider en breng ze terug naar hier.
  165. Drink zo vlug mogelijk met de hele groep 1 fles water leeg.
  166. Sta met de hele groep op 1 stoel.
  167. Schrijf een liefdesbrief naar de hoofdleider.
  168. Verzamel elk 5 papiertjes met een verschillende kleur.
  169. Maak met grassprietjes het woord GRASSPRIETJES
  170. Doe de nijlpaardparingsdans (zelf te verzinnen) met liedje of geluiden.
  171. Zeg het alfabet van achter naar voor op.
  172. Speel Kippenkoers.
  173. 6 meter bruggetje = Iedereen staat in een rij met de benen gespreid. De laatste kruipt door de benen naar voor en sluit vooraan aan. Ga zo door tot er 6 meter is afgelegd.
  174. Raadsels: Zoek de voornamen in de volgende zinnen:
    1. Gaan we met de krakende kar elke dag de baan op?
    2. De sheriff ranselde de rover nog eens flink af.
    3. Er zijn hier zoveel mensen dat elke gast onmogelijk een stoel kan vinden.
    4. Ik lees anders meer dan 3 boeken per maand.
    5. Door de grotten van Han stroomt een rivier.
    6. Maak een woord van 10 letters of meer met allemaal verschillende letters.
  175. Schop 15 ballen in het doel. (leider speelt keeper)
  176. Ga met lippenstift op de mond 10 kussen geven aan leider ........
  177. Maak elk een hoedje en een bootje van papier.
  178. Gorgel het liedje "hoedje van papier".
  179. 3 minuten absolute stilte.
  180. Schrijf van elke leider de kleur van de ogen op.
  181. Speel Abortusje: alle ballons moeten ontploffen.
  182. Maak, met papier, een slinger van 5 meter.
  183. Poets, met je vinger, je tanden. (was eerst je handen)
  184. Eet een citroen op.
  185. Giet elk een fles water over het hoofd van leider ....... (de leider in kwestie moet niet noodzakelijk op voorhand op de hoogte gebracht worden).
  186. fluit het refrein van een liedje van een Nederlandse zanger of zangeres
  187. doe je grote teen in je mond en hou die dan 3 of 5 seconden in je mond
  188. trek een gekke bek/ een gek gezicht
  189. Maak een tekening/verhaal over ... en stuur dit op
  190. Ga met de ....(fiets/bus/tevoeg) naar de ... en zoek de openingstijden op
  191. Zoek het woord
  192. Bel nummer 013-xxxxxxx en zeg het wachtwoord
  193. Speel 4 op een rij
  194. Speel onderuit
  195. Speel het stokkenvangspel
  196. Speel twister
  197. Speel dr Bibber
  198. Speel bal doorgeven
  199. Ga sjoelen
  200. Speel tangram
  201. Doe het ski-parcours
  202. Doe het stelt-parcours
  203. Speel boter, kaas en eieren
  204. Doe de brancardrace
  205. Doe een sponzenrace
  206. Doe de oberrace
  207. Ga naar de markt, zing een lied en ga met de pet rond
  208. Speel triominos
  209. Bel aan en vraag een tomaat
  210. Ruil een ei in iets waardevols door een ruiltocht
  211. Zoek een gratis verse komkommer
  212. Eet een pot augurken
  213. Eet een pot zilveruitjes
  214. Maak een salade en eet die op
  215. Ga de eendjes voeren
  216. Kleur een stoeptegel in
  217. Hoeveel ... (banken, bomen, ...) staan er op het ... (dorpsplein, ...)
  218. Zet een grote pijlentocht uit
  219. Volg de pijlentocht
  220. Bel aan en vraag een boterham
  221. Maak een vlieger en laat die op
  222. Bel aan en vraag beleg naar keuze
  223. Smeer een boterham en eet die met z'n allen op
  224. Maak de leiding nat
  225. Ga onder de sproeier staan
  226. Speel de toren van Pisa
  227. Maak een kan ranja aan
  228. verzamel 10 veren, minstens 3 verschillende soorten
  229. maak een verentooi
  230. teken een ... (dier)
  231. maak een palmboom van kranten
  232. maak een stoeptekening in een bepaalde straat
  233. leg contact met Afrika via de PC
  234. speel een spelletje op de computer
  235. zoek in de bibliotheek de voornaam op van Livingstone
  236. verzin een rebus
  237. los een rebus op
  238. zoek een fles
  239. lever flessen in
  240. speel zakdoekje leggen
  241. gooi met een waterballon
  242. gooi flessen met water om
  243. maak een flessenorgel en speel er een liedje op
  244. doe de afwas
  245. blaas de afwas droog
  246. beeld tv-programma's uit
  247. maak een anti-racisme poster
  248. speel telefoontje
  249. zeg de maaltafels op van 37 (uit het hoofd)
  250. Zoek enkele materialen en maak hiermee een orkestje, waarbij je een liedje zingt
  251. Boots 12 dierengeluiden na, zodanig dat een leid(st)er ze kan raden
  252. Beeld 5 beroepen uit zodanig dat de leid(st)er ze kan raden
  253. Maak een strijdkreet
  254. Jodel gedurende 1 minuut
  255. Beeld een spreekwoord uit. 1 persoon beeldt uit, de rest moet raden
  256. Zing gedurende 5 minuten
  257. Beeld het volgende uit:
    1. Een trouwfoto
    2. Een klasfoto
  258. Loop rond als baby's
  259. Prijs een vuilbak aan
  260. Vertel een goede mop
  261. Vertel een verhaal over 2 verliefde duimspijkers
  262. Doe een dansje met een leid(st)er
  263. Speel een toneeltje van ongeveer 10 minuten
  264. Verklaar je liefde aan een stoel/boom/struik/paal
  265. Vertel een spannend verhaal van minimaal 12 zinnen
  266. Zing een lied uit Tien om te zien
  267. Maak een reclamespot over tandpasta met look / oogschaduw / scheerschuim / babyluiers / onderbroeken / WC-papier
  268. Organiseer een computerspelletje met levende personen
  269. Scheld gedurende 1 minuut een steen/boom/paal uit
  270. Loop met z'n allen als kippen zonder kop
  271. Trek gedurende 2 minuten gekke bekken
  272. Zing het kamplied
  273. Roep zo hard je kunt "..."
  274. Probeer een leid(st)er te laten lachen
  275. Vertel een sneeuwbalverhaal
  276. Probeert een ijskast te verkopen aan de NOORDPOOL
  277. Geef een ode aan...
  278. Dans een fragment uit het Zwanemeer
  279. Speel allen 2 minuten "standbeeld"
  280. Voer de indianendans uit
  281. Beeld een duizendpoot uit
  282. Speel Romeo en Julia met...
  283. Speel gedurende 5 minuten de mosselman
  284. Er moet een Afrikaanse dans uitgevonden worden
  285. Maak een eigen liedje op een bekend melodietje
  286. Noem 10 sporten op
  287. Noem 10 tekenfilms
  288. Vraag de naam van de intendant
  289. Noem ... voetballers/ ... sportfiguren/ ... zangers/ ... sprookjesfiguren
  290. Maak een liedje over "..." op het refrein van "Broeder Jacob"
  291. Noem "..." woorden die eindigen op –aar/-ig/-ons
  292. Noem "..." woorden die van achter naar voren kunnen gelezen worden, zonder van betekenis te veranderen
  293. Los de volgende rebus op:
  294. Noem 10 verschillende soorten smurfen
  295. Noem "..." voornamen die beginnen met een " ..."
  296. Noem "..." verschillende soorten snoepjes
  297. Hoeveel woorden bevat het "ONZE VADER"?
  298. Noem een naam met elke letter van het alfabet
  299. Noem een aantal namen van planten/rivieren/eigennamen/enz. die met een bepaalde letter eindigen of beginnen
  300. Stel een afschuwelijk menu samen van 10 gangen (het mag niet eetbaar zijn)
  301. Maak een zin van 20 woorden zonder een r of een n
  302. Noem "..." verschillende stripfiguren
  303. Noem "..." TV-programma's
  304. Maak een ketting met namen (JaN – NicO – OlivieR – RiK – KatrieN - ...)
  305. Noem 10 dingen om te drinken
  306. Noem 5 sigarettenmerken
  307. Noem 10 bieren
  308. Wanneer is het eerstvolgende schrikkeljaar?
  309. Wat zijn de kleuren van de verschillende afdelingen?
  310. Noem 5 personages uit Samson en Gert
  311. Noem de kleuren van de regenboog
  312. Uit wat bestaat het FOS-uniform?
  313. Wie is de vriend van Piet Pienter?
  314. Hoeveel flesjes cola zitten er in een bak?
Persoonlijke instellingen
Powered by MediaWiki