Problemen oplossen

Uit FOSwiki
Ga naar: navigatie, zoeken


Deze pagina is een onderdeel van de pagina Leiden zonder lijden.

Ondanks alle goede afspraken kan er af en toe toch eens iets misgaan in je tak of eenheid. Jade zit aan de kant te snikken, Louis en Kaat zijn aan het vechten, Baloe wordt bijna gek van de roepende Welpen of de Seniors en hun moderator worden het maar niet eens over de bestemming van het buitenlands kamp.

Natuurlijk vergt elk probleem een eigen aanpak, maar er zijn ook enkele algemene principes die je best in je achterhoofd houdt:

  • Problemen kan je in de eerste plaats vermijden door een leuk programma. Als iedereen zich amuseert, is er minder kans dat er problemen ontstaan!
  • Problemen los je best op in een rustige sfeer. Probeer de probleemsituatie stop te zetten en zorg dat de betrokkenen kalm zijn. Probeer zelf ook steeds rustig te blijven. Als je jezelf niet kan beheersen, maak je de situatie alleen maar erger. Je hebt dan meer kans dat je verkeerd of overdreven reageert.
  • Scouts & gidsen betrekken in het oplossingsproces leidt hen naar zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Naast het oplossen van problemen willen we vooral ook stimuleren dat kinderen en jongeren zelf oplossingsvaardigheden ontwikkelen. Je leden betrekken in de probleemoplossing is dan ook erg belangrijk.
  • Het einddoel van elk oplossingsproces is dat iedereen zich goed voelt en liefst voor lange tijd. Probeer daarom steeds naar oplossingen te (helpen) zoeken waarbij er geen winnaars en verliezers zijn, maar waarin beide partijen zich kunnen vinden. Zoek ook steeds oplossingen op lange termijn.

Om een probleem goed te kunnen oplossen moet je eerst en vooral goed weten bij wie het probleem precies zit. Bij een probleem tussen jezelf en één van je leden of tussen je leden onderling, kan het probleem zich op drie plaatsen bevinden:

  • Probleem bij de ander: het kind is ergens boos om, heeft iets niet graag, is ergens droevig om, …
  • Probleem bij jezelf (of de tweede partij): jij bent ergens boos om, hebt iets niet graag, bent ergens droevig om, …
  • Probleem bij beiden: zowel de ander als jijzelf zijn ergens boos om, hebben iets niet graag, …

Probleem bij de ander[bewerken]

VOORBEELD

Jade zit snikkend langs de kant. Baloe komt naar haar toe. “Maar meisje toch, wat is er nou?” Baloe gaat naast haar zitten en slaat een arm om haar heen. Jade begint haperend te vertellen. “We waren tikkertje aan het spelen en Jacob was ‘m en toen …”. Haar verhaal stokt door een nieuwe huilbui. Baloe strijkt haar zachtjes over het haar. Langzaam bedaart Jade wat. Baloe vraagt: “En wat gebeurde er toen?”. Jade gaat verder …

Actief luisteren[bewerken]

De eerste stap bij het oplossen van een probleem, is een duidelijk beeld krijgen van het probleem. Een probleem bestaat uit een aantal feiten en uit het gevoel dat de persoon daarbij heeft. Je eerste taak zal er dan ook uit bestaan het kind of de jongere zijn of haar verhaal te laten doen en ernaar te luisteren. Hierdoor laat je blijken dat je belangstelling hebt voor wat hij of zij voelt. Zo geef je het kind het gevoel dat het de moeite waard is. Dring jezelf echter niet op. Als iemand niet onmiddellijk over een probleem wil praten, is dat zijn of haar eigen keuze.

Een goede luisterhouding is hierbij erg belangrijk. Om een duidelijk zicht op het volledige probleem te krijgen, zal je zowel naar informatie over de feiten als over het gevoel van het kind of de jongere moeten vragen. Bij het vragen naar informatie over de feiten probeer je een helder beeld te krijgen van de situatie. Een vraag naar gevoelens stel je om jouw indruk van hoe iemand zich bij die situatie voelt te toetsen.

Soms is de indruk die je van een situatie hebt niet de juiste (zie “waarnemen”). Aangezien je reactie zal afhangen van de situatie en de gevoelens van het kind, is het belangrijk dat je zeker weet dat je de situatie juist hebt ingeschat en het verhaal van het kind juist hebt geïnterpreteerd. Je moet dan ook controleren of jouw beoordeling correct is. Dit doe je door actief te luisteren (zie “communicatie”). Maak duidelijk hoe jij het verhaal begrepen hebt en vraag na of jouw gedachte of indruk klopt.

Communicatiestops vermijden[bewerken]

Het is belangrijk dat je het kind zelf laat bepalen of het een probleem heeft. Het is niet omdat jij iets geen probleem vindt, dat het kind dit ook zo ervaart. Toon dat je het kind en zijn of haar probleem erkent en dat je bereid bent om te helpen zoeken naar een oplossing. Vaak blokkeer je de communicatie door zelf te bepalen of er een probleem is, wat het probleem is en hoe het moet opgelost worden.

VOORBEELD

Een van je Bevers is op kamp een paar sokken kwijt. Hij komt huilend met zijn verhaal bij jou. Enkele voorbeelden van reacties die de communicatie blokkeren:

  • Bevelen, voorschrijven of eisen: “Stop met huilen en ga mee verder spelen.”
  • Waarschuwen of dreigen: “Als je ze niet terug vindt, zullen je ouders erg kwaad zijn.”
  • Moraliseren of preken: “Als je beter op je spullen zou letten, zou je zoiets niet tegenkomen.”
  • Adviseren of zelf een oplossing voorstellen: “Ik zal ze wel even voor je zoeken.”
  • Beleren of argumenteren: “Je begrijpt toch wel dat je beter op je spullen moet letten.”
  • Oordelen, bekritiseren of beschuldigen: “Dat is je eigen fout.”
  • Honing om de mond smeren: “Zo’n flinke Bever als jij maakt toch geen probleem van een verloren paar sokken?”
  • Schelden of belachelijk maken: “Is het niet wat kinderachtig om als een kleuter te huilen om een paar verloren sokken?”
  • Interpreteren of analyseren: “Je bent natuurlijk bang dat je ouders boos zullen worden.”
  • Uitvragen, vragen stellen of ondervragen: “Heb je ze wel opgeruimd? Stop je wel elke dag je vuile was in je waszak?”
  • Geruststellen of meeleven: “Een paar verloren sokken is helemaal niet erg hoor. Je moet je dat niet zo aantrekken.”
  • Zich terugtrekken, het probleem afwenden, afleiden: “Dat zullen we later wel oplossen.”

Door bovenstaande reacties kunnen kinderen en jongeren het gevoel krijgen dat je hen niet in staat acht om het probleem te definiëren of op te lossen. In het ergste geval geef je hen het gevoel dat je hun gevoelens niet belangrijk vindt.

Zelf een oplossing laten formuleren[bewerken]

Dikwijls is het probleem al gedeeltelijk opgelost als je het kind door actief te luisteren de kans geeft zijn of haar probleem duidelijk te formuleren. Overdrijf dus niet met je hulpvaardigheid. Er zijn heel wat situaties die je scouts & gidsen zelf kunnen oplossen. Indien er toch nog naar een oplossing gezocht moet worden, is het jouw taak om het kind naar een oplossing te begeleiden. Dit wil niet zeggen dat je het kind of de jongere een kant-en-klare oplossing moet voorschotelen, wel dat je hem of haar zelf een oplossing laat formuleren.

VOORBEELD

Bever, huilend: “Ik vind mijn sokken niet meer.” Keeo: “Begrijp ik het goed dat je al je sokken kwijt bent?” Bever, half lachend half huilend: “Nee, één paar sokken.” Keeo: “Waar heb je al gezocht?” Bever: “Overal! In mijn rugzak en onder mijn rugzak en in de zak van Pieter.” Keeo: “Heb je je sokken misschien ergens anders uitgedaan?” Bever: “Oh het was daarstraks keiwarm tijdens het spel. Misschien heb ik ze wel op het plein uitgedaan en daar laten liggen.” En de Bever stormt weg om te gaan kijken.

Belangrijk: het probleem ligt niet bij het kind indien je zijn of haar gedrag wil veranderen omdat het jou stoort. Ook al ervaar je dit als een probleem dat bij het kind ligt, eigenlijk ligt het probleem dan bij jou.

Probleem bij jezelf[bewerken]

VOORBEELD

De ochtend voor je bosspel sta je op met barstende hoofdpijn. Als je aan het lokaal komt, begint het tot overmaat van ramp te hagelen. Je bosspel kan niet doorgaan en je moet met je Welpen in het lokaal spelen. Je moet nog even nadenken hoe je je regenactiviteit precies gaat organiseren en waar het materiaal ligt. Ondertussen proberen vier Welpen je tegelijkertijd te vertellen wat ze op school gedaan hebben en begint een ander groepje tikkertje te spelen. Ze zijn erg druk en roepen allemaal door elkaar.

Het is soms moeilijk in te zien dat een probleem bij jezelf ligt. We zijn er ons niet steeds van bewust dat wat voor ons een probleem is, voor de Welp of VG in kwestie helemaal geen probleem is. Indien iets voor jou een probleem vormt, zal je dan ook eerst en vooral de ander met je probleem moeten confronteren. Je zegt wat je dwars zit en hoe jij je daarbij voelt.

De IK-boodschap[bewerken]

Daarvoor gebruik je een IK-boodschap. Een volledige IK-boodschap bestaat uit drie delen:

  1. Het gedrag van het kind dat jij ongewenst of onaanvaardbaar vindt.
  2. Hoe jij je daar als leid(st)er bij voelt.
  3. Waarom dat voor jou als leid(st)er een probleem is.

VOORBEELD

  • Ik vind het enorm lastig
  • dat jullie hierbinnen zo ontzettend veel lawaai maken,
  • want ik heb barstende hoofdpijn vandaag.

Elk van deze elementen draagt bij tot het beter begrijpen van jouw gevoel. Zorg er dan ook voor dat je IK-boodschap steeds volledig is. Tracht ook steeds je primair gevoel te benoemen. Meestal ligt er aan je boosheid een ander gevoel ten grondslag zoals ongerustheid, angst of pijn. Eventueel kan je ook een alternatief voor hun gedrag voorstellen, maar het is nog veel leuker als ze zelf een oplossing zoeken. Gebruik een IK-boodschap ook niet als gecamoufleerd bevel.

Als je boos bent mag je IK-boodschap gerust ook boos klinken. Let er wel op dat je boodschap niet kwetsend wordt. Bewaar je zelfbeheersing en begin niet te roepen. Gun jezelf desnoods een paar minuten pauze om terug tot jezelf te komen.

Het resultaat van je IK-boodschap hangt af van de algemene relatie die je met je leden hebt. Uiteraard kan je enkel van je leden verwachten dat ze rekening houden met je gevoelens, als je zelf ook de gewoonte hebt om rekening te houden met hun gevoelens. Een eenmalige IK-boodschap zal dan ook weinig resultaat opleveren als je verder niet bewust let op je begeleidershouding. Als je echter een goede band hebt met je leden, is de IK-boodschap een ideale manier om toe te geven dat iets voor jou een probleem vormt. Je leden zullen soms erg vindingrijk zijn om het probleem voor je op te lossen.

Een IK-boodschap heeft uiteraard niet altijd succes. In de eerste plaats kan je dan proberen om je boodschap te herhalen. Je kan ook een tweede IK-boodschap formuleren om duidelijk te maken dat je je genegeerd voelt. Je kan ook overschakelen op actief luisteren. Misschien zit het kind ook ergens mee en ligt het probleem dus bij jullie beiden.

Probleem bij beide betrokkenen[bewerken]

Tot slot kan het probleem ook bij beide partijen liggen. De twee partijen (bijvoorbeeld jijzelf en een lid of twee leden onderling) hebben een meningsverschil, tegengestelde opvattingen of wensen. Conflicten zijn op zich niet slecht: de grenzen worden duidelijker gesteld, gevoelens kunnen geuit worden en je kan een nieuwe richting uitgaan. Conflicten evolueren echter niet altijd vanzelf in de goede richting en kunnen soms escaleren tot een hoogoplopende ruzie. Een oplossingsgerichte aanpak is dan ook noodzakelijk. Er bestaan verschillende soorten conflicten, die elk hun eigen aanpak vergen.

Belangen- of behoefteconflict[bewerken]

Dit soort conflicten ontstaat in situaties waarin twee of meerdere (groepen) mensen op hetzelfde ogenblik verschillende of net dezelfde belangen of behoeftes hebben en er niet tegelijk aan beide wensen kan voldaan worden.

VOORBEELD

  • Twee Bevers willen met dezelfde bal spelen.
  • Het grijze en het rode nest willen allebei eerst aanschuiven voor het eten.
  • De Seniors gaan op buitenlands kamp. Een deel van de Seniors wil een trekkamp in de Zwitserse Alpen. Zij willen graag lange tochten maken door de bergen. Enkele andere Seniors en de moderator zien dit minder zitten en willen liever naar een vaste locatie in Frankrijk. Daar kunnen ze ook mooie tochten maken en kunnen ze een prachtig tentenkamp opbouwen.

Bij conflicten tussen leden hoef je niet steeds in te grijpen. In heel wat situaties zullen je leden er zelf in slagen tot een goede oplossing te komen. Als je zelf betrokken partij bent, kan je verschillende kanten op. Je kan je machtspositie gebruiken en op die manier je wil doordrukken. Of je kan simpelweg toegeven. In beide gevallen zal er echter iemand zich minder goed voelen bij de gekozen oplossing. Het is dan ook verstandiger om door middel van overleg op zoek te gaan naar een oplossing waar iedereen zich goed bij voelt. Dit kan je door de geen-verlies-methode te gebruiken.

De Geen-Verlies-Methode[bewerken]

Het is belangrijk om een behoeftenconflict niet te zien als een strijd om wie er gelijk heeft of wie meer invloed heeft. Bij de geen-verlies-methode zoeken leid(st)ers en leden samen naar een oplossing voor een probleem. Beide partijen kunnen oplossingen voorstellen, die dan geëvalueerd worden. Er is geen dwang of machtsvertoon en een oplossing wordt pas aanvaard als beide partijen er tevreden mee zijn. We onderscheiden in deze methode 6 fasen:

  1. Het probleem nauwkeurig definiëren: Breng je probleem als wens naar voren en zeg duidelijk wat je wil. Ga na wat de anderen als probleem zien en laat hen hun precieze behoeften aangeven. Je krijgt op die manier een opeenvolging van IK-boodschappen en actief luisteren. Hou er rekening mee dat het voorgelegde probleem niet steeds het echte probleem is. Actief luisteren is dan ook de boodschap. Opmerking: Indien het conflict te hevig is, wacht je beter tot beide partijen gekalmeerd zijn. Creëer eerst het juiste klimaat vooraleer je aan de slag gaat.
  2. Brainstorm over mogelijke oplossingen: Laat iedereen ideeën voor mogelijke oplossingen naar voor brengen. Spreek nog geen oordeel uit over de verschillende ideeën.
  3. Evalueren van de voorgestelde oplossingen: Bekijk en bespreek de verschillende oplossingen. Welke oplossingen kunnen uitgevoerd worden? Welke zijn niet haalbaar? Ook hier zal je actief moeten luisteren en gebruik maken van IK-boodschappen.
  4. Kiezen van de ‘beste’ oplossing: In deze fase is het belangrijk dat je geen oplossingen opdringt. Als een partij niet achter een gekozen oplossing staat, is de kans groot dat ze ze ook niet zal uitvoeren. Als er een oplossing gekozen is, kan je onmiddellijk afspreken hoe ze zal worden uitgevoerd.
  5. Realiseren van de gekozen oplossing: Voer uit wat je samen beslist hebt.
  6. Evalueren van het resultaat: Na de uitvoering van de oplossing bekijk je samen of dit de goede keuze was. Indien dat niet het geval was, begin je opnieuw met het probleem nauwkeurig te definiëren.

Waardenconflict[bewerken]

Bij een waardenconflict gaat het niet meer om tegengestelde wensen of behoeften, maar om verschillen in ideeën, opvattingen, waarden en normen. Het gaat over wat ‘goed’ of ‘fout’ is, over wat aanvaardbaar en onaanvaardbaar is of over wat ‘hoort’ of ‘niet hoort’. Als je jezelf hoort denken ‘dat doe je toch niet’ of je hoort jezelf zeggen ‘het is voor je eigen bestwil’, dan heb je te maken met een waardenconflict.

Waardenconflicten zijn meestal moeilijker op te lossen dan belangenconflicten. Dikwijls is het minder vanzelfsprekend om duidelijk te maken waarom een bepaald gedrag voor jou een probleem vormt. Je vindt dat je leden betere mensen worden als ze een bepaald gedrag vertonen. Wat voor jou ‘een beter mens’ is, hangt uiteraard volledig samen met jouw waarden, normen en overtuigingen.

Wees je er steeds van bewust dat jouw waarden bepaald worden door jouw referentiekader. Je leden kunnen een heel ander referentiekader hebben, doordat ze bijvoorbeeld uit een andere cultuur, klasse, gezinssituatie, opleiding, … komen. Het is dan ook belangrijk om een goed evenwicht te vinden tussen respect tonen voor hun achtergrond en overtuigingen en het meegeven van een aantal waarden die we binnen scouting belangrijk vinden.

Compromis[bewerken]

Net als bij een behoeftenconflict kan je proberen om door middel van de geen-verlies-methode tot een oplossing te komen. Het is vooral belangrijk om van elkaar te weten te komen op welk punt jullie tegenover elkaar staan. Soms lost het conflict zich al grotendeels op door er rustig over te praten. Zo kan je ook meer begrip krijgen voor elkaars waarden.

Waarden doorgeven[bewerken]

Het kan ook gebeuren dat je bepaalde dingen zo belangrijk vindt dat je er geen compromis over wil sluiten. Voor je deze beslissing neemt is het goed hier grondig over na te denken. Hoe belangrijk vind je het? Gaat het eerder om een verschil in smaak of gewoonte of gaat het echt om tegengestelde waarden? Als het gaat om waarden die je echt belangrijk vindt en die je graag wil meegeven aan je leden dan kan je voor volgende oplossingen kiezen:

  • Je legt hen uit waarom jij die bepaalde waarde belangrijk vindt en stimuleert hen op die manier om hun gedrag aan te passen.
  • Je adviseert hen om hun gedrag te veranderen.
  • Je verplicht hen om hun gedrag te veranderen: Je maakt gebruik van je gezag en beslist wat er moet gebeuren. Later kan je op de situatie terugkomen en uitleggen waarom je deze beslissing hebt genomen.

Als je wil dat je leden bepaalde waarden overnemen, moet je ze natuurlijk eerst zelf volgen. Je kan je leden niet verplichten hun tent op te ruimen als je zelf een zootje gemaakt hebt van het materiaalhok. Respect voor materiaal moet van beide kanten komen.

Aanpassen[bewerken]

Uiteraard kan het ook gebeuren dat je je kan vinden in de overtuiging van je leden. In dat geval is het aan jou om je aan te passen.

Ruzie & agressie[bewerken]

Meestal slaag je erin om conflicten met of tussen je leden door middel van een goed gesprek tot een vredevol einde te brengen. In het slechtste geval mondt een conflict echter uit in een hoogoplopende ruzie waarbij misschien zelfs gevochten wordt.

De basisprincipes blijven dezelfde: los het probleem op in een rustige sfeer, waarbij de betrokkenen zelf naar een oplossing zoeken waarin iedereen zich kan vinden. De geen-verlies-methode kan ook hier handig van pas komen. Het uiteindelijke doel is een win-win-situatie: alle betrokkenen moeten zich achteraf opgelucht voelen. Het is niet de bedoeling dat er een winnaar uit de strijd komt.

In stapjes:

  • Stop de conflictsituatie en kalmeer de betrokken partijen. Verwijder voorwerpen waar ruzie over is en haal vechtende jongeren uit elkaar. Zorg dat je zelf niet in de ruzie of vechtpartij betrokken raakt. Ga pas over naar de volgende stap als iedereen gekalmeerd is. Dit kan betekenen dat je even een rustpauze moet inlassen. Neem hiervoor zeker voldoende de tijd.
  • Luister naar je leden en verzamel informatie. Pas actief luisteren toe om te controleren of je alles juist begrepen hebt. Luister steeds naar beide partijen!
  • Laat de betrokkenen samen tot een oplossing komen, bijvoorbeeld door middel van de geen-verlies-methode.
  • Maak duidelijke afspraken voor de toekomst.
  • Rond de toestand af. Geef de kinderen of jongeren de kans om het weer goed te maken. Trap ook zelf niet na en zorg dat er geen negatieve sfeer blijft hangen.

Lees ook ...[bewerken]


Belonen & straffen - Pesten - ADHD