Alcohol & drugs bij JVG's-Aspiranten

Uit FOSwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Drugs in al hun vormen zitten overal, net als het gebruik ervan. Ook scouting wordt er dus hoe dan ook op de een of andere manier mee geconfronteerd. Niet alle druggebruik is problematisch. En niet elk problematisch druggebruik is dat om dezelfde reden.

Zo zijn softdrugs dat, omdát het gebruik ervan in vele gevallen niet toegelaten is (bvb. in het openbaar en door/in het bijzijn van minderjarigen). Overmatig drankgebruik is dan weer problematisch door het verkeerd omgaan met een legale drug. Eigenlijk is elke vorm van gebruik (legaal of illegaal) dat een gevaar betekent of kan betekenen voor de persoon of zijn omgeving, problematisch te noemen.

Uiteraard is er meer dan alleen probleemgebruik. Scouts en gidsen drinken wel eens een pintje of een glas wijn zonder dat daar brokken van hoeven te komen. Los van scouting start de experimenteerperiode van jongeren al vroeg. Uit cijfers van 2002 blijkt dat 78% van de 12- tot 14-jarigen (JV/JG’s-Aspiranten) al eens alcohol gedronken heeft. Bij de 15-jarigen en ouder loopt dit op tot méér dan 90%. Meer dan de helft van de 17- tot 18-jarigen drinkt minstens wekelijks alcohol. Deze cijfers tonen een sterke stijging t.o.v. 2000. We kunnen dus echt wel zeggen dat jongeren steeds vaker en steeds vroeger met alcohol in contact komen.

Meer dan ooit wordt alcohol aantrekkelijk aangeboden aan jonge tieners: alcoholpops smaken naar frisdrank en worden in hippe en onschuldig lijkende verpakkingen gepresenteerd. Hun succes is zo groot dat ze zelfs bier van de troon hebben gestoten.

Regels en afspraken

Om met deze werkelijkheid om te gaan, is het belangrijk dat je in de eenheid een duidelijk drugsbeleid hebt. In 2003 publiceerde FOS Open Scouting de brochure “Drugs in de eenheid”. Hieronder vind je enkele aandachtspunten i.v.m. omgaan met alcohol en andere drugs binnen je tak.

  1. Het doel van een drugsbeleid is niet alleen maar regels en sancties bedenken. Met je drugsbeleid wil je problemen vermijden en enkel regels formuleren zoals “wie rookt op paaskamp mag niet mee op zomerkamp” zal het probleem van roken bij de JV/JG’s-Aspiranten niet wegnemen. In de eerste plaats biedt een drugsbeleid je de kans om een context te creëren waarin de problematiek bespreekbaar is. Een drugsbeleid geeft een signaal over wat kan en niet kan, wat onze waarden zijn, wat onze visie is.
  2. Hou rekening met de wet. Binnen scouting kunnen we veel regels en afspraken maken, maar we kunnen niet beslissen om opeens door het rode licht te rijden. Zo zijn tot op vandaag, 2006, softdrugs roken bij de scouts en openbare dronkenschap onaanvaardbare juridische risico’s, zeker met jonge tieners zoals de JV/JG’s-Aspiranten.
  3. Neem je rol op als verantwoordelijke leid(st)er. We mogen nooit vergeten dat we het vertrouwen krijgen van ouders om hun kinderen onder onze hoede te nemen. We moeten zorg voor hen dragen. Als we als leiding onbedachtzaam zouden omgaan met alcohol en andere drugs, zou er van een vertrouwensrelatie met de ouders al snel geen sprake meer zijn.
  4. Hou er rekening mee dat naar de scouts gaan erg belangrijk kan zijn voor de JV/JG’s-Aspiranten. Scouting kan een erg belangrijke rol spelen in hun leven. Die rol mag niet in het gedrang komen doordat ze in de fout gaan met alcohol of sigaretten (of in het ergste geval andere drugs). Met enkel een wetboek of een bijbel kom je niet tegemoet aan eventuele problemen. Een open dialoog, een goed gesprek zal vaak meer resultaat hebben dan een wekenlange schorsing. Hoe hard regels ook nodig zijn, ze zijn niet altijd de beste oplossing voor iedereen. Tracht die veiligheid in te bouwen en zorg dat je door je regels niet met je rug tegen de muur komt te staan.
  5. Wees realistisch. Uitersten in gelijk welke richting leveren niets op en worden haast zeker niet gedragen door de groep.

Drugs bij de JV/JG’s-Aspiranten… Laat me niet lachen?

ALCOHOL

Uit bovenstaande cijfers blijkt dat drie op de vier 12- tot 14-jarigen al eens alcohol dronk. Niets wijst erop dat de JV/JG’s-Aspiranten van FOS Open Scouting daarop een uitzondering zouden vormen, ook niet binnen de scouts.

Iedereen kent ook wel het verschijnsel van meegesmokkelde drank op kamp, die dan in het geniep in de tent of in de bosjes wordt leeggedronken. Je kan dit als onschuldig kattenkwaad beschouwen, maar er zijn toch een aantal ernstige risico’s aan verbonden, die duidelijk maken dat enige controle en toezicht nodig is.

  • JV/JG's-Aspiranten hebben niet veel ervaring met alcohol en drinken dus al snel veel te veel, zeker als ze sterke drank consumeren. Dit kan makkelijk leiden tot misselijkheid en braken. In het slechtste geval treedt er zelfs een coma in die soms de dood tot gevolg kan hebben.
  • JV/JG’s die dronken zijn, zullen even hard als andere mensen dronken gedrag vertonen, met alle gevaren van dien. Alcohol heeft als effect dat je zorgeloos, rustig, slaperig en ontspannen wordt, maar soms wordt je er ook zorgeloos, stoutmoedig of zelfs agressief van. Dronken JV/JG’s-Aspiranten lopen het risico om zich onverantwoord te gedragen stellen dat henzelf en hun omgeving in gevaar brengt. Door hun gebrek aan ervaring met alcohol wordt dit risico alleen maar groter
  • Als er alcohol voorhanden is, bestaat er vaak groepsdruk om mee te drinken. Zo kunnen JV/JG’s-Aspiranten meegesleept worden of zelfs onder druk gezet worden om alcohol te drinken, wat een erg onaangename ervaring is.

TABAK

Roken oefent nog steeds een grote aantrekkingskracht uit op heel wat JV/JG’s-Aspiranten. Sigaretten roken is zowel voor jongens als voor meisjes een stoere verboden vrucht. Dat het niet mag op school, thuis (uitzonderingen niet te na gesproken) en bij de scouts maakt het alleen maar aantrekkelijker. Samen in een verborgen hoekje enkele sigaretten staan paffen is dan reuze spannend.

Over de gezondheidsrisico’s van roken zijn al hele bibliotheken volgeschreven. De overheid spendeert heel veel geld aan antitabakcampagnes en stuwt de prijzen van tabak de hoogte in om de drempel te verhogen voor jongeren om het eerste pakje te kopen. Daarnaast mogen tabakverkopers geen rookwaren meer verkopen aan -16-jarigen. Nochtans begint 60 % van de rokers voor zijn 13de. De JV/JG-Aspirantenleeftijd is dus de leeftijd bij uitstek waarop mensen beginnen te roken.

Iedereen kent genoeg rokers in zijn of haar omgeving om te weten dat roken heel erg verslavend is. Eens je bent begonnen, is het bijzonder moeilijk om nog te stoppen. Het is dus ongetwijfeld mede een taak van scouting om geen klimaat te scheppen waarin roken tof is of je een bepaalde status geeft, zeker niet voor jonge tieners zoals de JV/JG's-Aspiranten. Hier dringt een eenheidsbeleid zich dus op.

Naast de gezondheidsrisico’s zijn er nog een aantal andere gevaren aan roken verbonden, zeker bij de JV/JG’s-Aspiranten. Daarom moet je er heel omzichtig mee omspringen.

  • Als je het niet gewend bent, gaat roken gepaard met heel wat fysieke ongemakken: je kan er hoofd- en maagpijn van krijgen, je moet er hard van hoesten en je krijgt er buikkrampen van. Bovendien wordt je er duizelig van.
  • Omdat roken bij JV/JG’s-Aspiranten meestal niet mag, gebeurt het vaak haastig, in het geniep en op de gekste plaatsen. Daarbij gebeurt het wel eens dat peuken onbedachtzaam of ijlings weggegooid worden, zonder ze goed te doven. Dit kan tot brand leiden.
  • Net als alcohol brengt tabak heel wat groepsdruk met zich mee.

ANDERE DRUGS

Cannabis, XTC en andere drugs zijn voor JV/JG’s volstrekt illegaal. Je kan ze dus niet tolereren in je eenheid. Bovendien kan het gebruik ervan door JV/JG’s-Aspiranten wijzen op ernstige problemen. 11- tot 14-jarigen zijn immers nog erg jong om met dergelijke producten in aanraking te komen. In dit geval moet je goed met de leiding overleggen wat er dient te gebeuren, wie je moet aanspreken en naar waar je eventueel kan doorverwijzen als er een dieperliggend probleem is.