Basispijlers van de seniorwerking

Uit FOSwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Voorwoord

Seniorwerking, een vervolg op de V/G-werking ? Eigenlijk zou dit zo wel gesteld kunnen worden. Op voorwaarde echter dat men rekening houdt met de mentaliteit van de 16-18 jarigen en het feit dat ze reeds een stap dichter staan bij de maatschappij van morgen. Houdt men rekening met het voorgaande, dan zal al vlug besloten worden dat seniorwerking geen 'vervolg' is doch eerder een 'begin' : Het engagement van de senior moet verder gaan dan de tak waarin hij leeft. Een senior leert dat anderen anders zijn, dat dit anders zijn aanvaard moet worden. Een senior leeft zich in, niet alleen in de eigen tak, maar ook in de omringende leefwereld. Een senior heeft vragen, verlangt antwoorden, vormt zijn eigen opinie en leert luisteren maar brengt tevens zijn eigen mening naar voor. Daarom moet elke seniortak de kans krijgen om zelfstandig te werken en aan scouting te doen op een eigen typische manier. Dit houdt echter niet in dat de tak volledig los staat van de eenheid. Integendeel. De seniortak moet een stimulerende factor zijn in het ganse eenheidsproces, een tak waar de jongere takken kunnen naar opkijken. Daarom zullen de seniors samen plannen, samen uitvoeren, samen de verantwoordelijkheid dragen.

Doorheen het doorlopen van een seniortak verandert de senior meestal wel. Ook de moderator zal tijdens die periode veranderen. Door elkaar beter te leren kennen gaat men in die periode anders met elkaar omspringen. Door het werken met projecten zal de senior zelfstandiger worden, wat de manier van begeleiding door de moderator zal wijzigen. De moderator zal telkens weer een gepaste verhouding moeten vinden tussen sturen en loslaten, tussen wat hij in handen neemt en wat hij uit handen geeft.

Seniorwerking is meer dan elk weekend een activiteit opzetten. Er zit inderdaad iets meer achter het wekelijks spelen en vergaderingen geven; we willen ergens naartoe. Waar naar toe wordt bepaald door de tak zelf, doch volgende bedoelingen van seniorwerking zullen er zeker deel van uit maken :

Persoonsvorming

Er dient tijd en ruimte geboden te worden om seniors te stimuleren klaarheid in zichzelf te krijgen : waar houdt de senior van, waar kan de senior niet tegen, wat geeft de senior moed, waar wordt de senior stek van, wat wilt de senior, wat vindt de senior moeilijk,... Let op, de seniortak is zeker geen therapiegroepje voor jongeren in een identiteitscrisis. Het beeld van zelfhulp is echter niet volledig verkeerd : jongeren van de seniorleeftijd onderzoeken, experimenteren en spelen zelf rond wat hen bezig houdt. De vergelijking houdt hier echter op. De persoonsvorming komt niet zo rechtstreeks aan bod, maar doorheen de activiteiten en het groepsgebeuren.

Er zijn seniors die geen geduld hebben, er zijn seniors die goed kunnen organiseren,... In de seniortak kan de senior hiervoor uitkomen en krijgt hij de kans er iets voor te doen. De senior kan dan leren voor zichzelf op te komen en zoeken naar het evenwicht tussen wat hij zelf wilt en wat de anderen van hem verwachten. De seniortak is dus een plaats waar de senior voldoende aandacht en steun krijgt (bevestiging, maar ook confrontatie) om zijn eigen weg te zoeken. Parallel met voorgaand, heeft iedereen zijn eigen mening en opinie over 's werelds aangelegenheden. Hier is het dan ook belangrijk dat seniors ervoor uit kunnen komen, dat ze er reactie op krijgen : terug krijgt de senior aandacht en steun. Het is echter verkeerd de seniors altijd en overal gelijk te geven. Wilt men nu dat de seniors nagaan wat zij zelf willen, dan zal men hen moeten bevragen of in twijfel trekken wat ze zeggen, en zeker niet platslaan met bepaalde ideeën of mooi uitgewerkte theorieën. Een ander aspect is het feit dat ieder zijn mogelijkheden beperkt zijn en al te vaak wordt dit zomaar aanvaard als een vaststaand feit : daar ligt de grens, het kan niet verder, niet meer, niet liever, niet mooier,... Experimenteren bij de seniorwerking betekent proberen de grenzen juist in te schatten en eventueel te verleggen, door uit te proberen wat voor de senior haalbaar is. Het komt er in de seniortak niet enkel op aan te praten over wat veranderd zou moeten worden, de seniors houden het niet alleen bij goede voornemens doch proberen er iets aan te doen. Pas als de senior echt probeert zijn grenzen te verleggen ziet hij al vlug of het haalbaar is of niet, hoe zwaar het kan zijn te bereiken wat hij zelf wilt. Door beslissingen te nemen leert de senior wat er allemaal meespeelt als hij voor een keuze staat : zijn voorkeur, de probleemformulering, de alternatieven met hun voor- en nadelen, het wikken en wegen, de mening van de anderen, de 'buitenwereld',... Beslissingen worden eveneens bij de andere takken genomen, doch het verschil zit hem in het feit dat bij de seniors rustig de tijd genomen kan worden om na te gaan hoe men tot een beslissing komt en wat de gevolgen daarvan zijn. Bovenstaande facetten zijn belangrijk bij de persoonsvorming van de senior. Op deze manier kunnen kansen geboden worden om te groeien, en zijn de vergaderingen niet louter een bezigheidstherapie voor scoutsleden op leeftijd.

Groepsvorming

Het vormen van een groep, één of twee jaar lang werken aan de groepsfeer en onderlinge relaties kan eigenlijk moeilijk een doel op zich genoemd worden als iedere senior na die periode zijn eigen weg gaat en deze seniorgroep ophoudt te bestaan. Toch dient er veel belang gehecht te worden aan die groepsvorming, ze is een belangrijk stuk van de methode : als men niet tot een toffe groep komt, mag de rest bijna zeker vergeten worden. De groepsvorming is een voorwaarde en staat in functie van wat de seniors willen bereiken op het gebied van persoons- en engagementvorming. Het gaat hier onder meer over 'het groepsproces' dat men als tak samen doormaakt : de moeilijke start, sympathieën, conflicten, heldere gesprekken, warme momenten. Dit groepsproces is heel wat moeilijker te vatten dan de doelstellingen en de werkmethoden, juist omdat het een boeiende en levendige materie is. Zeer fundamenteel voor een seniortak is dat de seniors als groep het beleid, de werking van de tak doorheen het jaar meer en meer in eigen handen krijgen en dat de moderator evolueert tot meer een 'ledenrol' dan zijn 'begeleidersrol'.

Basispijlers binnen F.O.S. en seniorwerking

Onze federatie is een instelling voor en door de jeugd, kinderen en jong-volwassenen. Maar de federatie bestaat voor 10 % uit volwassenen. Deze volwassenen hebben tot taak de initiatieven van de jongeren te begeleiden en een stuk verantwoordelijkheid op zich te nemen.

Het doel welke voor ogen gehouden dient te worden is de jongeren opvoeden en ze voorbereiden op het leven in de maatschappij. Er mag daarbij geenszins vergeten worden dat de jongeren in de eerste plaats willen spelen en avonturen beleven met vrienden en vriendinnen.

Het is nu de taak van de moderator, trouwens van iedere leid(st)er binnen F.O.S., beide verwachtingen harmonisch te coördineren en zijn methode ook in die zin te oriënteren. deze (scouts)methode stelt het kind centraal, met zijn wensen en noden. Anderzijds dienen een aantal attitudes bijgebracht te worden. Deze waarden waarop Scouting steunt, worden basispijlers genoemd en deze zijn : * Teamwork * Medebeheer en medeverantwoordelijkheid. * Zelfwerkzaamheid. * Dienstgedachte. * Engagement Hierbij zijn bij F.O.S. nog twee basispijlers aan toegevoegd : * Coëducatie. * Openheid.

Binnen seniorwerking zal dan uiteraard ook gewerkt worden naar het bijbrengen van deze waarden. Het accent ligt echter voornamelijk, door de typische vorm van seniorwerking (werken met projecten), op teamwork, medebeheer en zelfwerkzaamheid. Deze drie zullen deel uitmaken van een groeiproces. Hoe snel dit proces verloopt zal afhangen van de ervaring van seniors en moderator met projectwerking, van de tradities, van de inzet, van ... Hierover worden best niet te veel illusies gemaakt : gehele zelfwerkzaamheid bv. komt zelden voor. Het is dan ook niet uitzonderlijk dat seniors regelmatig hulp moeten krijgen bij de uitvoering van bepaalde projecten.

Teamwork

Teamwork is het democratisch samenwerken in groep : samen iets beslissen en dat samen - met iedereen rekening houdend - samen uitvoeren, ieder naar best vermogen en zonder individualiteit te moeten verloochenen. Alleen dan gaat men in ploeg werken als men democratisch besliste dat dat voor een bepaalde taak de beste oplossing is. Essentieel gesteld leert men door teamwork de anderen en zichzelf beter kennen zodanig dat dit leidt tot een "samenleving".

Teamwork houdt ook in dat men zijn egocentrische ideeën kan relativeren en bereid is te luisteren naar anderen, open te staan voor allerhande voorstellen, argumenten en behoeften. Dit houdt in dat men moet kunnen toegeven, dat men moet bereid zijn iemand ander een plezier te doen, maar dat men anderzijds ook niet op zijn kop mag laten zitten en dat men ook zijn eigen ideeën, gevoelens en noden moet kunnen aan bod laten komen.

Bij de eerste woorden over projectwerking is de kans groot dat de seniors er wat onwennig zullen bijzitten, omdat ze nog niet precies weten wat van hen verwacht wordt. Het is zelfs ook mogelijk dat de moderator niet op zijn gemak is. Het is dan ook voor de hand liggend dat seniors en moderator(s) tezamen werken aan de projecten. In het begin geeft de moderator de meeste impulsen en werkt het project samen met de seniors uit. Ook de inbreng zal even groot of zelf iets groter zijn dan die van de seniors. Seniors die nog geen ervaring hebben met projectwerking (eerste-jaars, opstart van de seniortak in de eenheid, nieuwe leden,...) kunnen in deze beginfase heel wat opsteken. Ze kunnen dan aftasten wat er verwacht zou worden bij een volgend project of wat ze zelf zouden willen doen.

In de eerste periode van de projectwerking zal de taak van de moderator vooral toegespitst worden op het stimuleren, het opwekken van de fantasie bij de seniors. Een hulpmiddeltje, indien voorhanden, is hierbij : vertonen van didactisch materiaal van vorige projecten (dia's, logboekjes, foto's, verslagen, evaluaties,..), ideeën of voorstellen die op kamp reeds boven kwamen, enz... Vervolgens werkt de moderator samen met de seniors verder tot er een concrete vorm aan het project gegeven is. Seniors kunnen dan bij het uitwerken van het project ervaring opdoen om bij een volgend meer verantwoordelijkheid te dragen en de taken zelfstandig uit te voeren.

Medebeheer en medeverantwoordelijkheid

Medeverantwoordelijkheid gaat verder dan inspraak. Naast de inspraak moet ook de inzet aanwezig zijn om de voorstellen te realiseren en ook de negatieve aspecten en ervaringen op te lossen. Bij een groepsbeslissing is dan ook iedereen, ook diegene die zich afzijdig hielden, medeverantwoordelijk om die beslissing uit te voeren.

Een belangrijke fase in de projectwerking is het medebeheer. Als de seniors al een aantal projecten achter de rug hebben zullen de seniors al meer verantwoordelijkheid op zich nemen, ze zullen zelfstandiger werken en organiseren. Veel hangt af van welke V/G-tak de seniors komen. Als ze reeds inspraak hadden in het jaarprogramma, weekends, kampen, enz.. bij de V/G-tak, dan zullen de seniors vlugger verantwoordelijkheden opnemen. Desondanks bestaan er ook nog enthousiaste en 'minder enthousiaste' seniortakken, of takken met veel initiatiefnemers of met afwachters,... en zulke dingen hebben veel invloed op het al dan niet sneller opnemen van verantwoordelijkheden, taken,... Terwijl de seniors bezig zijn met een of ander project, geeft de moderator zijn advies, zorgt hij dat er af en toe geëvalueerd wordt en stuurt hij bij waar nodig. Hij zorgt er evengoed voor dat belangrijke beslissingen goedgekeurd zijn door de gehele seniortak en probeert te vermijden dat de tweede-jaars en oude gewoonten de overhand nemen. Er moet zoveel mogelijk aan de seniors zelf overgelaten worden. Hierbij kan gedacht worden dat de seniors de verantwoordelijkheid krijgen over het secretariaat, het materiaal, het vervoer, enz... De seniors dienen wel goed ingelicht te zijn wat die verantwoordelijkheid inhoud. De moderator op zijn beurt polst regelmatig of alles vlot verloopt, of iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt, of die verantwoordelijkheid niet te zwaar is.


Zelfwerkzaamheid

Zelfwerkzaamheid is een engagement dat men voor zichzelf neemt om iets te verwezenlijken of te bereiken. De seniors moeten vooral de kans krijgen om zich individueel te ontplooien en eigen interessepunten en hobby's uit te werken. Het is dan ook belangrijk voor de moderator om : *Seniors aanmoedigen om een bepaald iets te durven aanpakken via een project, ook als men niet zeker is dat het meteen slaagt. *Seniors aansporen om vol te houden en het project volledig af te werken. *Seniors het plezier gunnen iets zelfstandig en alleen te hebben verwezenlijkt

De zelfwerkzaamheid moet op iets zinvols gericht zijn, voor het individu, de groep of een objectief. Het groeien naar die grotere zelfstandigheid is bij seniorwerking van groot belang. Door het werken met projecten en de seniors daarin meer en meer verantwoordelijkheid te laten opnemen, zullen de seniors zichzelf beter organiseren en beter op elkaar inspelen. De seniors zullen dan advies en geen richtlijnen verwachten van de moderator. De moderator kijkt na of iedereen aan bod komt, of er geen misverstanden zijn, of iedereen meedoet,...

Dienstgedachte

Deze basispijler is erop gericht het sociaal bewustzijn te ontwikkelen, het besef dat de groep (en de leden van die groep) er beter bij vaart wanneer elk individu een ander individu of groep ondersteunt. De filosofie achter de dienstgedachte is dus het ondersteunen van de groep. De dienst-gedachte is voor Scouting wat de sociale zekerheid voor de maatschappij is, met het fundamentele verschil dat dienstgedachte in Scouting op eigen initiatief en vrije wil steunt, terwijl de sociale zekerheid een door wetten opgelegde solidariteit is.

Coëducatie

Coëducatie in F.O.S. en dus ook binnen de seniorwerking, is een duidelijk gekozen basisprincipe waarbij jongens en meisjes samen opgevoed worden op alle vlakken, zodanig dat men elkaar gaat ontdekken en waarderen. Door het opheffen van remmingen en het opbrengen van aandacht en respect voor het "eigen-zijn" van iedere senior ontstaat er een wederzijdse relatie op deze vlakken, waardoor met elkaar samenleven mogelijk is. Bij coëducatie moet men aan activiteitenverruiming doen, niet in functie van jongens en meisjes, maar in functie van de interesse van elke senior, zodanig dat ieder individu zich in de tak sterker terugvindt.

Openheid

Openheid binnen de seniorwerking is de houding waarbij de senior of de seniortak na het maken van een bepaalde keuze of bij het verdedigen van een bepaald belang, aanvaart dat invloeden van buitenuit, komende van 'anderen', deze keuze of dit belang kunnen en mogen beïnvloeden. Deze houding betekent zeker niet dat de seniors zouden twijfelen aan of niet meer zouden geloven in de zelf gemaakte keuze of het eigen belang. Het betekent wel dat de seniors binnen de betrokkenheid tot de andersdenkende bereid zijn het eigene in de weegschaal te leggen met het andere, en dit op basis van de gelijkheid die tussen de mensen heerst.

Openheid is dan ook één van de belangrijke aan te leren levenshoudingen waarbij de senior leert respect en ontzag te hebben voor elke keuze, belang of eigenheid, die niet de zijne is.

Meteen wordt bij het aanleren van deze houding het zelfvertrouwen en zelfrespect gestimuleerd, en de durf tot het innemen van een eigen standpunt onderlijnd.

Dit aanleren bij de seniors zal in het begin groeien vanuit de moderator, doch meer en meer vanuit de seniors zelf door de evolutie in de projectwerking : tijdens het verloop van een project zullen de seniors inderdaad geconfronteerd worden met zowel elkaar als met de 'anderen' en zullen de seniors leren open te staan voor elkaars en 'andere' meningen.


Engagement

Als de betekenis van het woord engagement ontleed dient te worden, dan kan dit gebeuren door volgende stelling : engagement is een bewust gekozen inzet om een bepaald doel in bovenpersoonlijke sfeer te bereiken. Eerst en vooral dient de senior zich voor iets in te zetten, blijft dus niet doelloos rond hangen en aan zelfbehoud denken. Hij richt zijn energie naar iets of iemand, hij staat er bij stil, hij probeert dingen te begrijpen, hij komt op voor iets. Achter deze inzet zit vooral de wil er iets aan te veranderen. Er wordt hier dus niet enkel gepraat over meedoen aan een vredesbetoging of een milieuactie, engagement is ruimer, begint met de inzet, de actie kan erop volgen. Deze inzet moet gericht zijn op anderen en niet enkel naar de senior zelf. Het engagement kan zich in een seniortak richten naar : de tak zelf, de directe omgeving (andere tak, eenheid, buurt,...) en de 'buitenwereld'. De inzet richt zich ook naar een weloverwogen doel, het is dus geen vrijblijvende activiteit. De seniors zullen dan ook niet zomaar een actie ondernemen of zomaar een stelling verdedigen in een gesprek. Het bewust kiezen voor datgene de seniors zich zullen inzetten dient de nodige aandacht te krijgen in de tak. Het doel is dus heel belangrijk voor het engagement, en er zijn doelen genoeg waarvoor de seniors zich kunnen inzetten, alhoewel ze niet allen even geschikt zullen zijn. Enerzijds omdat bepaalde doelen gewoon niet in de mogelijkheden van de tak zullen liggen (bv. de honger in de wereld kan niet gestild worden door de tak alleen). Men kan er met de seniors wel naar streven kleine stapjes te zetten in die richting en in de eigen werking geen elementen op te nemen die strijdig zijn met de idealen van de tak. Het is dus uitermate belangrijk de doelen duidelijk te omschrijven en realistisch te blijven zonder de seniors en de seniortak te onder- of overschatten. Anderzijds kunnen bepaalde doelen niet nagestreefd worden daar ze berusten op onwaarden, omdat ze het streven niet waard zijn. Onwaarden als winstbejag, concurrentiegeest, consumptie om consumptie, apartheid, discriminatie, vervuiling,... horen in scouting zeker niet thuis.

Het persoonlijke engagement van de senior in de tak, in de eenheid, in de maatschappij, wordt bij seniorwerking specifiek uitgewerkt d.m.v. het manifest en het "If" : zie verder in hoofdstuk III.

II.9. Tot slot.

Alles klink misschien zwaar, maar er dient hier gerust wat gewicht aan gegeven te worden. Tot slot van rekening is dit de basis van scouting, dus ook de basis van het engagement. De basispijlers van scouting zijn een vertaling van die waarden en er wordt ook uitdrukkelijk gekozen voor die basispijlers.