Coeducatie bij welpen

Uit FOSwiki

“Coëducatie, gemeenschappelijke opvoeding van jongens en meisjes. Van eigenlijke coëducatie is slechts sprake in gezinsverband of in bepaalde internaten. De grens tussen coëducatie en coïnstructie (= gemeenschappelijk en gelijk onderwijs aan jongens en meisjes) is moeilijk te trekken daar onderwijs en opvoeding niet zijn te scheiden : op school wordt niet alleen onderwezen maar ook opgevoed. Ook bij de gemengde jeugdbeweging kan men spreken van coëducatie, maar daar ressorteert zij meer onder vrije-tijdsbesteding”. W.P.

Coëducatie in F.O.S. is een duidelijk gekozen basisprincipe waar niet aan te tornen valt. Toch kan de vraag gesteld worden of we in de praktijk niet meer aan coïnstructie toe zijn dan aan coëducatie. Daarom even duidelijk stellen wat coëducatie moet betekenen in scouting :

“Jongens en meisjes samen opvoeden op alle vlakken, zodanig dat men elkaar gaat ontdekken en waarderen. Door het opheffen van remmingen en het opbrengen van aandacht en respect voor het “eigen zijn” van ieder ontstaat er een wederzijdse relatie op deze vlakken, die in staat stelt met elkaar te leven in deze maatschappij.”

Om deze doelstelling zoveel mogelijk te kunnen waar maken moeten de omstandigheden dan ook optimaal uitgebouwd worden.

De gemengde horde is in de meeste gevallen een feit, toch is het noodzakelijk ondanks de rijke ervaring er over te waken dat de activiteiten zowel door meisjes als jongens kunnen gespeeld worden en dat de nesten volledig gemengd zouden zijn.

De jeugdbeweging is het derde opvoedingsmilieu, binnen de totaal opvoeding van de kinderen.

Het gezin blijft het voornaamste milieu waar coëducatie de meeste kansen krijgt. Toch stellen we vast dat vele kinderen, in een vroeger stadium, proberen los te komen uit het beperkte coëducatieve gezinspatroon. Op zeker ogenblik wordt de gezinssituatie te eng en wel men andere jongens en meisjes leren kennen. In dit verband geeft de oudere generatie de jeugdbeweging meer krediet dan de nieuwere jeugdontspanningsvormen. Op school doet men hoofdzakelijk aan coïnstructie, alhoewel men daar ook tracht in teamwork (groepswerk) en medebeleid een meer coëducatieve rol te vervullen.

Bij coëducatie in de jeugdbeweging moet men aan activiteitenverruiming doen niet in functie van jongens en meisjes, maar in functie van de interesses en de mogelijkheden van elk kind, zodanig dat ieder zich in deze groep sterker terugvindt.

Coëducatie brengt bij velen en in de eerste plaats de ouderen, een zekere achterdocht teweeg. Die koppelen op dit ogenblik coëducatie aan hun gefrustreerde opvatting van sexualiteit. Zij zoeken dubbelzinnige bedoelingen achter de plannen opgezet door jongeren in een groep. Maar anderzijds is de verantwoordelijkheid bij coëducatie van het grootste belang.