EHBO voor leiding

Uit FOSwiki

(Doorverwezen vanaf Ehbo voor leiding)


Scouting, dat is spelen en ravotten. Dat is soms scherp, zwaar en/of hard materiaal gebruiken. Dat is sporten, springen, dansen en sluipen. Daarbij kan het weleens voorvallen dat iemand een ongelukje tegenkomt. Een schram of een buil, een snij- of een schaafwonde zijn niet echt uitzonderlijk. Al die ongelukjes zijn meestal zonder erg. Ze maken daarenboven onlosmakelijk deel uit van ‘groot worden’.

Uiteraard moet je als leid(st)er steeds proberen om dergelijke zaken te vermijden door steeds oog te hebben voor ieders veiligheid. En als er dan toch iets gebeurt, dan moet jij – of iemand anders in de tak – weten hoe je ermee om moet gaan. Daarom is enige basiskennis van eerste hulp geen overbodige luxe. Weten hoe je verschillende wondjes moet verzorgen, hoe je een teek moet verwijderen, welke zalfjes in de eerstehulpkoffer waarvoor dienen: het is allemaal kennis die je in je leid(st)erscarrière meer dan eens nodig zal hebben.

Algemene richtlijnen

Bereid je voor!

  • Zorg dat de nodige mensen in de leidingsploeg kunnen beroepen op wat ervaring in wondverzorging en dergelijke. Je kan met je leidingsploeg hiervoor cursussen volgen. Dit kan bij een lokale afdeling van (Jeugd) Rode Kruis of van het Vlaamse Kruis.
  • Jeugd Rode Kruis ontwierp de splinternieuwe brochure 'Eerste hulp voor jeugdleiders'. Iedere eenheid ontving hiervan reeds een exemplaar via het FOS-pak. Indien je gratis en voor niks een nieuw of bijkomend exemplaar wil ontvangen, stuur je best een mailtje naar [email protected]

Reageer gepast!

  • Bij een ongeval verlies je nooit je eigen veiligheid, die van het slachtoffer en die van de anderen in de groep uit het oog!
  • Geef altijd voldoende ruimte aan het slachtoffer, zorg ervoor dat de andere kinderen uit de buurt zijn.
  • Observeer goed wat er is gebeurd.
  • Aarzel niet om professionele hulp van een dokter of de hulpdiensten in te roepen als je aanvoelt dat de situatie ernstig is.
  • Als er een ernstig ongeval gebeurt, bel dan de FOS-noodlijn: 0473/63.02.80.
  • Als er een derde partij betrokken is (bvb. een chauffeur), aanvaard dan nooit een regeling in der minne.

De eerstehulpkoffer

Verzamel het nodige EHBO-materiaal:

  • Je kan een eerstehulprugzak kopen bij Jeugd Rode Kruis. De rugzak is overzichtelijk ingedeeld, extra verstevigd en reflecterend. Hij bevat het nodige eerstehulpmateriaal voor een groep van 30 personen, zoals wondpleisters, een pincet, een thermometer, zwachtels, wegwerphandschoenen, ... De steriele producten (kompressen, drukverbanden, ...) kan je - gratis - ophalen bij de apotheker met een bijgevoegde bon. Kostprijs van de rugzak: 160 € inclusief verzendkosten. Meer info vind je hier.
  • Bij het Vlaamse Kruis kan je (zolang de voorraad strekt) EHBO-koffers voor jeugdbewegingen kopen aan een schappelijke prijs (zie koffer).
  • Stel je liever zelf je EHBO-koffer samen? Volg dan de materiaallijst van het Jeugd Rode Kruis.

Wat te doen bij?

Astma

Astma is een aandoening waarbij de luchtwegen vernauwen door overprikkelbaarheid bij inspanningen, allergie of emotionele onrust. Een astmapatiënt die een astma-aanval krijgt is kortademig en angstig. Zijn bemoeilijkte ademhaling veroorzaakt een piepend geluid. Bij heel hevige aanvallen kan de patiënt zelf een blauwkleurige huid krijgen.

De meeste astmapatiënten zijn zich bewust van hun aandoening en hebben steeds een puffertje bij. Als leid(st)er controleer je of de puffertjes mee zijn vooraleer je op pad gaat.

Bij een aanval raadpleeg je een dokter. Je laat het slachtoffer recht staan met de schouders naar achter om de luchtwegen zo vrij mogelijk te maken. Je gebruikt de puffer volgens de gebruiksaanwijzing.

Blaren

Een blaar is een huidblaasje gevuld met vocht en/of bloed.

Een gesloten blaar laat je dicht, eventueel onder een pleister. Enkel als ze hinderlijk is prik je ze open met een ontsmette naald en breng je een stevig verbandje of pleister aan.

Een open blaar ontsmet je grondig (ook rondom). Je knipt de loshangende huid los en brengt een drukkend verband of een pleister aan.

Bloedneus

Een neusbloeding wordt veroorzaakt door een slag of een val, maar kan ook het gevolg zijn van de warmte of van vermoeidheid. Sommige kinderen zijn er heel vatbaar voor.

Achteroverbuigen bij een neusbloeding is uit den boze! Dan kan er immers bloed in de keelholte terechtkomen.

Je houdt het hoofd van het slachtoffer lichtjes voorovergebogen en knijpt een tiental minuten de neus dicht met beide wijsvingers net onder het neusbeentje.

Brandwonden

De gulden regel is: eerst water, de rest komt later.

Brandwonden zien rood en zorgen voor een lichte zwelling. Ze veroorzaken veel pijn en soms blaren. Bij heel ernstige brandwonden is de huid zwartgeblakerd.

Eerst en vooral laat je gedurende minimum 15 minuten koud water over de wonde stromen. Als er blaren zijn, dek je die af met steriele gaasdoekjes. Bij een onbelangrijke brandwonde kan je zalf aanbrengen (bvb. Flammazine). Bij een ernstige brandwonde raadpleeg je een dokter en breng je nog geen zalf aan.

  • Nooit blaren openprikken!
  • Nooit olie, boter of melk op de brandwonden aanbrengen!

Raadpleeg je dokter of een vaccinatie voor klem (tetanus) nodig is.

Breuk

Bij een breuk staat het gebroken lichaamsdeel in een abnormale stand. De patiënt kan het gebroken lichaamsdeel niet of moeilijk bewegen. Vaak treedt er een inwendige bloeding op (blauwe plek). In het ernstigste geval is het een open breuk, waarbij het gebroken bot door de huid steekt.

Om verergeringen te vermijden, immobiliseer je het gebroken lidmaat. Je biedt rust en steun (bvb. een steunverband bij een arm- of sleutelbeenbreuk). Je raadpleegt onmiddellijk een dokter.

Epilepsie

Een epileptische aanval is het gevolg van ongecontroleerde hersenactiviteit. Het is een ernstige aandoening, die in de meeste gevallen echter heel goed kan behandeld worden.

Er zijn 2 soorten epileptische aanvallen:

  • Petit mal: een moment van afwezigheid. De patiënt staart voor zich uit en kan zich achteraf niks herinneren. Soms gaat dit ongemerkt voorbij
  • Grand mal: de patiënt valt flauw en schokt met armen, benen en hoofd. Hij/zij draait de ogen weg en verliest soms urine. De ademhaling gaat in schokken en de patiënt verkrampt. Sommigen bijten op hun tong.

Bij een epileptische aanval raadpleeg je altijd een arts. Je laat de patiënt schokken en tracht te voorkomen dat hij/zij zichzelf daarbij verwondt. Bij een grand mal steek je nooit iets tussen de tanden! Vraag ouders om epileptische aandoeningen zeker te vermelden op de medische fiche.

Ernstige bloeding

Als iemand hevig bloedt, dan waarschuw je in elk geval een dokter. Groot bloedverlies kan immers leiden tot een shock of bewusteloosheid.

Als eerste hulp oefen je rechtstreekse druk uit op de wonde. Je plaatst de gewonde arm of het gewonde been in de hoogte, maar je laat de patiënt altijd liggen. Breng een drukkend verband aan in afwachting van de dokter of de hulpdiensten.

Flauwvallen

Patiënten die flauwvallen voelen zich zwak en onwel. Vaak hebben ze zwarte vlekken voor de ogen en ze zien bleek. Ze hebben het ook koud.

Leg de patiënt neer. Je hoeft geen benen omhoog te leggen. Je zorgt dat hij/zij voldoende lucht krijgt (geen pottenkijkers) en maakt spannende kleren los. Als ze zich wat beter voelen, laat je ze geleidelijk aan rechtop zitten. Controleer of ze zich niet bezeerd hebben tijdens het vallen. Als je niet onzeker bent over het welzijn van de patiënt, raadpleeg je best een dokter.

Hersenschudding

Een hersenschudding is het gevolg van een val of van een slag/schok op het hoofd. Al snel treedt er hoofdpijn en duizeligheid op. Patiënten zijn onrustig en kunnen niet goed licht verdragen. Meestal zijn ze misselijk en moeten ze braken. Soms lijden ze aan geheugenverlies of verliezen ze het bewustzijn.

Omdat een hersenschudding gepaard kan gaan met ergere letsels (zoals een hersenbloeding), waarschuw je altijd een dokter. Je brengt de patiënt uit het licht en maakt knellende kleren los. Je zorgt voor een serene omgeving, waarin de patiënt kalmte kan vinden en rustig kan ademhalen.

Hyperventilatie

Hyperventilatie valt onmiddellijk op door de heel snelle en onrustige ademhaling van de patiënten. Het slachtoffer is zenuwachtig, opgejaagd en verkrampt. Hij/zij loopt het gevaar flauw te vallen.

Hyperventilatie ziet er op het eerste gezicht heel ernstig uit, maar is relatief onschuldig. Het wordt veroorzaakt door emotionele onrust of door vermoeidheid. Meestal volstaat het om de patiënt gerust te stellen en hem/haar te laten in- en uitademen in een plastic zakje (dat mond en neus bedekt). Als je geen zakje voorhanden hebt, kan je de patiënt laten ademen terwijl hij/zij met zijn handen een schelp over de mond vormt. Doorgaans vindt de patiënt dan al snel een normaal ademhalingsritme terug.

Insectenbeet

Een insectenbeet komt meestal van een bij of wesp. Ook sommige spinnen en vliegen kunnen steken. Muggenbeten zijn onschuldig: tenzij je allergisch bent, veroorzaken ze alleen maar jeuk.

Een ernstige insectenbeet ziet rood en veroorzaakt pijn of hevige jeuk. Meestal komt er ook een zwelling aan te pas. Soms, bij een bijen- of wespensteek, zie je zelfs een angel. Als je een angel ziet, moet je hem onmiddellijk verwijderen. Dit lukt meestal met je nagel. Je kan de zwelling verminderen door middel van een koud kompres. Vergeet niet te ontsmetten.

Er zijn twee gevaren verbonden aan insectenbeten:

  • Een steek in mond of keel
  • Een allergische reactie

In die gevallen raadpleeg je onmiddellijk een dokter.

Ontwrichting

Bij een ontwrichting staat de arm, het been of een ander lichaamsdeel in een abnormale stand. De patiënt kan niet normaal bewegen en heeft heel veel pijn. Er treedt ook al snel een zwelling op.

Een ontwrichting is een heel ernstige kwetsuur. Je raadpleegt onmiddellijk een dokter. In afwachting van medische hulp tracht je de patiënt rust te geven en het ontwrichte gewricht te ondersteunen, met een draagdoek of opgerolde dekens (bij een ontwrichte heup). Probeer nooit zelf het gewricht weer goed te zetten!

Schaafwonde

Bij een schaafwonde is huid huidoppervlak weggeschaafd. Vaak zit er vuil in de wonde en komt er een beetje bloed aan te pas. Het doet veel pijn.

Om een ontsteking te vermijden reinig je de wonde van binnenuit naar de randen met een gaaskompres. Je gebruikt een ontsmettingsmiddel of water en zeep. Als de vuiltjes verwijderd zijn en de wonde is ontsmet, leg je er een pleister of een kompres op.


Snijwonde

Bij een snijwonde zie je een snede waar bloed uitkomt. Soms zit er vuil in de wonde of resten van datgene waaraan de patiënt zich heeft gesneden (bvb. glas).

Meestal volstaat het dat je de wonde ontsmet en een pleister aanbrengt. In ergere gevallen moet de wonde worden gehecht door een dokter. Bij een diepe wonde, zware bloedingen, gevoelsverlies of moeilijkheden om te bewegen raadpleeg je een dokter

Spierkrampen

Spierkrampen zijn erg pijnlijk, dat hebben we waarschijnlijk allemaal al ervaren. Je kan ze alleen weghalen door de spieren met tegenovergestelde werking te spannen. Als je bvb. spierkramp hebt aan de achterkant van de bil (die zorgen voor het plooien), dan kan je die weghalen door de spieren van de voorkant van de bil (die zorgen voor strekken) te activeren. Omdat krampen zoveel pijn doen, heb je daar wel wat hulp bij nodig.

Krampen duiden op overbelasting. Als je krampen krijgt, is dat het signaal dat je moet rusten om ergere blessures te vermijden. Vermijd verdovende sprays, die je misleiden over de werkelijke vermoeidheidsgraad van je spieren.

Splinter

Een splinter is een stukje hout of metaal dat zich in en onder je huid heeft geboord. Om een ontsteking te vermijden, verwijder je de splinter met een pincet of naald en ontsmet je het wondje.

Suikerziekte

Als je suikerziekte of diabetes hebt, dan kan het gebeuren dat de hoeveelheid suiker (glucose) in je bloed te hoog of te laag ligt. De meeste diabetespatiënten moeten pillen nemen of inspuitingen zetten om hun suikerspiegel onder controle te houden.

Als dit niet lukt, dan ontstaan er problemen:

Hypoglycemie (te weinig suiker):

  • Hoofdpijn
  • Vermoeidheid
  • Slecht zien
  • Bleekheid
  • Zweten
  • Honger
  • Beven
  • Duizeligheid
  • Agressiviteit

Hyperglycemie (te veel suiker)

  • Dorst
  • Droge tong
  • Moeten plassen
  • Slaperigheid

In beide gevallen kan een coma optreden. Als je vermoedt dat een diabetespatiënt te weinig suiker heeft, dien dan snelle suikers toe, zoals een suikerklontje, cola of snoep. Zelfs als is het tegenovergestelde aan de hand is, kan dit niet veel kwaad. Als er niet snel verandering optreedt in de toestand van de patiënt, raadpleeg je een dokter.


Teken

Op zich is een tekenbeet relatief onschadelijk, ware het niet dat heel wat teken drager zijn van de ziekte van Lyme, die gewrichts-, zenuw- en hartaandoeningen veroorzaakt. Als je op kamp bent in een gebied waar teken zitten, organiseer je dagelijks een controlemoment om teken te detecteren.

Als een teek zich nog niet heeft vastgebeten, spuit je ze af met stromend water. Als ze wel vastgebeten is, verwijder je ze met een pincet, zo dicht mogelijk tegen de huid. Daarna ontsmet je grondig.

Als er een rode uitslag ontstaat op de plek van de beet, of als je vermoedt dat de teek al langer dan 24 uur vastzit, dan ga je (preventief) naar een dokter. Vergeet niet de ouders (liefst schriftelijk) in te lichten van de tekenbeet en van de plaats waar hun kind is gebeten. Dat vereenvoudigt de diagnose bij eventuele latere complicaties.

Verstuiking

Een verstuiking van een gewricht (bvb pols of enkel) doet veel pijn. De patiënt kan het gewricht niet (goed) bewegen. Er treedt een zwelling op en vaak ook blauwe plekken.

Je brengt het verstuikte gewricht omhoog (om zwelling tegen te gaan) en koelt het gewricht af. Je zegt de patiënt dat hij/zij moet rusten en niet nodeloos moet bewegen. Je brengt een steunverband of windel aan, eventueel in combinatie met een ontzwellende zalf.

Zonnesteek

Bij een zonnesteek loopt het slachtoffer rood aan in het gezicht en op andere verbrande delen van het lichaam. De patiënt heeft hoofdpijn, is duizelig en heeft een versnelde hartslag. Hij/zij heeft dorst, moet soms braken en voelt zich uitgeput. In het ergste geval treedt er bewusteloosheid op. Een zonnesteek tracht je ten allen tijde te vermijden door te lange blootstelling aan de zon uit de weg te gaan en door zonnecrème te gebruiken.

Je brengt de patiënt meteen uit de zon. Je legt hem niet neer, maar laat hem/haar rustig op de grond zitten. Je biedt verkoeling met koude kompressen en after sun.

Nuttige telefoonnummers

  • Europees noodnummer (ook met gsm): 112
  • Ziekenwagen/Brandweer: 100
  • Politiediensten: 101
  • Antigifcentrum: 070/245 245
  • Rode Kruis-Vlaanderen: 105
  • Child Focus: 110
  • FOS – noodlijn: 0473/ 63 02 80