Evalueren

Uit FOSwiki

(Doorverwezen vanaf Evaluatie)

Het lijkt ingewikkeld, maar dat is het helemaal niet. Iedereen evalueert meer dan je denkt.

VOORBEELD
Je hebt een gesprek gehad en bedenkt achteraf: heb ik dat wel op een goede manier gezegd, heb ik goed gereageerd, had ik dat niet beter voor me kunnen houden?

Je bent naar een scoutsfeest geweest en je staat met enkele mensen nog wat na te praten.

Je bent net terug van kamp, de foto’s zijn klaar, met je medeleiding neem je alle gebeurtenissen nog eens door.

Je hebt met de bevers cakes gebakken, maar deze zijn wel wat erg donker uitgevallen. Je bedenkt dat de oven de volgende keer op een lagere stand moet.


Waarom doen we dat?

Evalueren is een niet te vergeten onderdeel van je werking. Via evaluaties kan je achterhalen hoe tof (of hoe saai) de kinderen het spel vonden. Maar dat niet alleen. Je kan ook aftoetsen hoe de kinderen zich voelen binnen de groep, hoe kampen verlopen zijn, hoe de projecten verlopen zijn bij de seniors,… Evalueren doe je niet alleen met je kinderen, maar ook met je medeleiding en de hele leidersploeg.

Waarom is dat zo belangrijk?

Als je weet wat goed zit en wat niet goed zit kan je de werking binnen jouw tak aanpassen. Dat kan leiden tot een nog toffere groep met nog toffere activiteiten. Als kinderen merken dat ze inspraak krijgen in wat er gebeurt binnen de tak, dan zullen ze zich belangrijker voelen en gemotiveerder zijn om te blijven komen. Natuurlijk moet je dan wel rekening houden met de evaluaties. Evalueren is een middel en geen doel. Het is beter niet te evalueren dan te evalueren omdat het moet en er achteraf niets mee doen.

Evalueren doe je niet in het wilde weg. Maar hoe dan wel?

Hoe gaan we evalueren?

Voor je start met een evaluatie moet je jezelf twee vragen stellen:

Wat wil ik evalueren? Wat wil ik precies te weten komen? Waar wil ik feedback over krijgen? Naar inhoud, het proces of een gevoel?

Hoe wil ik dat evalueren? Op welke manier zal het verlopen. Hier moet je rekening houden met de kinderen. Bij Zeehonden zal je niet op dezelfde wijze evalueren als bij de Verkenners/Gidsen. Spreek op voorhand af wie de evaluatie zal leiden en wie nota zal nemen.

Evalueren met je leden

Evalueren met Bevers-Zeehonden

Gezichtjes

De Bevers-Zeehonden krijgen verschillende soorten gezichtjes. Een blij, boos en neutraal gezicht. Per activiteit mogen ze een gezichtje ophangen aan linten of opplakken op een groot blad. Welke gezichtje ze gebruiken komt overeen met wat ze van de activiteit vonden.

Weerbericht

De verschillende activiteiten die je wil evalueren komen op een bord of grote vellen papier. De B/ZH tekenen bij iedere activiteit een zonnetje (heel leuke activiteit), wolkje (minder leuke activiteit) of bliksem (slechte activiteit).

Thermometer

De Bevers-Zeehonden krijgen kleine thermometers. Per activiteit kunnen ze een thermometer inkleuren. Hoe warmer hoe leuker, hoe kouder hoe slechter. Alle thermometers worden per activiteit op een groot blad gekleefd.

Toren van Babel

Iedereen krijgt een hoeveelheid blokken. Met deze blokken bouwen ze een toren. Hoe hoger de toren, hoe beter. Hoe lager, hoe slechter. Wanneer je met veel Bevers-Zeehonden bent zal dit niet lukken in één groep. Splits in dat geval de groep.

TIP
Bij Bevers-Zeehonden is het visuele aspect zeer belangrijk. Zij kunnen zich gemakkelijker uitdrukken via beelden dan woorden. Ze hebben nog niet of pas leren schrijven en zijn nog niet vaardig genoeg om zulke dingen neer te pennen. Natuurlijk kan je met hen wel een gesprek aangaan ter verduidelijking. Let op met evaluatiemethodieken die in groep gebeuren, waar iedereen op het zelfde moment hetzelfde moet doen. Bevers-Zeehonden zullen zich vaak later leiden door wat de anderen doen en tonen. Dit kan niet de bedoeling zijn, want je wil weten wat ieder afzonderlijk van de activiteiten vond.

Evalueren met Welpen

De menselijke thermometer:

Je tekent een grote thermometer op de grond en de welpen moeten zich binnen de thermometer opstellen al naar gelang wat ze van het spel vonden: hoe warmer hoe leuker, hoe kouder, hoe minder leuk. Je vraagt aan een aantal welpen om een beetje uitleg te geven.

Vingers gooien

Je haalt iedere activiteit aan, de welpen gooien punten met hun vingers. Vijf vingers is zeer goed, één vinger is slecht.

Verstoppen

Je haalt een activiteit aan, de welpen verstoppen zich. Hoe leuker de activiteit, hoe beter ze zich verstoppen. Hoe slechter, hoe zichtbaarder ze zijn.

Hoogte

Dit doe je in een lokaal of omgeving waar heel wat mogelijkheden zijn om ergens te klimmen of onder te kruipen. Je haalt een activiteit aan. Hoe leuker, hoe hoger de Welpen klimmen. Hoe slechter, hoe lager ze kruipen. Blijf wel aandachtig voor de veiligheid.

Groter – kleiner

Hoe leuker de Welpen de activiteit vonden, hoe groter ze zich maken. Hoe slechter ze de activiteit vonden, hoe kleiner ze zich maken.

TIP
Ook bij de Welpen blijft het visueel aspect belangrijk. Zij kunnen zich beter uitdrukken met behulp van beelden. Natuurlijk kan je bij hen ook een gesprek aanknopen ter verduidelijking. Ook met hen hou je geen geschreven evaluaties. Zij kunnen dat wel, maar voor de meesten (vooral voor de jonge welpen) vergt het nog heel wat energie. Bij de oudere welpen kan dit eventueel wel al eens.

Evalueren met JVG’s-Aspiranten

Wasspelden hangen

De JVG’s-Aspiranten krijgen wasspelden, evenveel als het aantal te evalueren activiteiten. Op de wasspeld schrijven ze een kernwoord dat verwijst naar een bepaalde activiteit. Hun wasspelden hangen ze op hun lichaam. Hoe hoger, hoe beter ze het vonden en vice versa. Laat de JVG’s-Aspiranten elkaars wasspelden bekijken. Vraag ook verduidelijking waarom bepaalde wasspelden op een bepaalde plaats hangen.

Gekleurde slang

Met krijt teken je een slang op de grond. Deze slang wordt verdeeld in gelijke stukken waar telkens een onderwerp in komt te staan. De JVG’s-Aspiranten krijgen 5 rode en 5 groene kaartjes (of kroonkurken of…) die ze in de slang mogen leggen. Rood staat voor ‘kan beter’, groen staat voor ‘geslaagd’. Nadien staan de JVG’s-Aspiranten in een cirkel rond de slang en wordt alles besproken.

Ballon

Iedereen krijgt een ballon en blaast deze op. Hoe groter, hoe toffer. Hoe kleiner, hoe slechter. Heb je meerdere activiteiten te evalueren, dan laat je meerdere ballonnen opblazen. Je kan ook kaartjes en linten aanbieden, waarop ze dan kunnen schrijven waarom ze de ballon zo groot/klein hebben opgeblazen. Deze kaartjes hangen ze aan de ballon. Daarna bespreek je wat er geschreven werd.

Foto’s maken

De JVG’s-Aspiranten beelden uit wat ze van de activiteiten vonden. Dit wordt vastgelegd op foto. Je kan dit zowel individueel als in kleine groepen doen. Als alle foto’s gemaakt zijn, bekijk je ze en bespreek je wat er werd uitgebeeld.

TIP
Bij de JVG’s-Aspiranten kan je veel bewuster en gerichter te werk gaan. Bij hen zullen gesprekken bij de evaluatie zeker niet ontbreken. Ze zijn veel taalvaardiger dan de Bevers-Zeehonden en de Welpen.

Evalueren met VG’s-Juniors en Seniors

Dagboekkamer

In een kleine ruimte staat een camera. De VG’s-Juniors en Seniors kunnen individueel of in duo’s hun verhaal doen. Wat vonden ze van de activiteiten, wat ging niet goed, wat kon beter,… Achteraf kan alles bekeken worden en besproken.

Het mannetje en de boom

Iedereen krijgt een blad met een tekening van een boom met mannetjes. Deze mannetjes staan in, onder, boven, hangen, liggen,… rond de boom. De VG’s-Juniors en Seniors hebben de kans om één of meerdere mannetjes in te kleuren waarvan ze vinden dat het bij hen past. De boom is dan de groep, de activiteit, of de persoonlijke gevoelens t.o.v. anderen.

Dambord

Op tafel ligt een dambord. Elke speler heeft een pion. In sommige vakjes liggen kaartjes met de te evalueren onderwerpen op. Iedereen verplaatst om de beurt een pion. Komt er iemand op een vakje met een kaartje, dan wordt dit kaartje omgedraaid en voorgelezen. Iedereen zegt zijn mening over dit onderwerp. Tijdens de discussie noteert iemand kernwoorden op een flap, als overzicht van alle gegevens die zo verzameld worden.

Boomerang

Leg in het midden van de kring boomerang-kaartjes (deze kan je gratis krijgen in cafés, videotheken,…). Iedereen kiest een kaartje dat past (door associatie) bij zijn/haar mening over een bepaald deel van de dag, gevoel…

TIP
De VG’s-Juniors en Seniors hebben een broertje dood aan oeverloos evalueren. Indien de groep het fijn vindt om grondig te evalueren moet je het zeker niet laten. Er kan ook evengoed een ongeplande evaluatie voorkomen een hele poos na de activiteit zelf ( kampvuur op kamp). Zij zijn ook in staat om eigen gevoelens te evalueren. Hoe voelen ze zichzelf in de groep, vandaag,...


Nog enkele aandachtspunten

Het is belangrijk dat we zoeken naar manieren om kinderen die niets durven of willen zeggen te benaderen: iedereen moet zijn zegje kunnen doen, maar dit mag geen verplichting zijn, want dat is nogal bedreigend. Evalueren hoeft daarom ook niet altijd mondeling te gebeuren. Het is hierbij belangrijk respect te tonen voor wat kinderen en jongeren denken, ook al sluit dit niet onmiddellijk aan bij jouw ideeën.

Als de groep te groot is, kan je hem opsplitsen. Zo heeft iedereen de kans om aan het woord te komen en zo voorkom je eindeloos durende evaluaties.

Evalueren met je leiding

Ook met je leiding zal je moeten evalueren hoe activiteiten verlopen zijn. Dit is meer dan verslag uitbrengen van wat goed en niet goed gegaan is. Zoek samen hoe het komt dat iets (niet) goed was. Wees zo concreet mogelijk. “Het was een leuk spel” zegt veel minder dan “het spel was goed omdat...” Door te benoemen wat precies leuk was en niet leuk was weet je veel beter wat je later opnieuw kan gebruiken, wat je zal moeten aanpassen of wat je niet meer zal moeten doen.

Weet ook dat evalueren gaat hoe bepaalde zaken ervaren worden. Je hoeft het daarom niet eens te zijn met iemand, jij kunt de dingen anders ervaren. Het heeft daarom weinig zin om te discussiëren over de verschillende ervaringen. Wel kan je indien nodig zaken verduidelijken.

Met je leiding hoef je ook niet elke keer aan een tafel te zitten en in gesprek te gaan met elkaar. Je kunt gerust ook de methodieken gebruiken van de verschillende takken. Of de methodieken die je verderop terug kan vinden.

Mogelijke evaluatie-onderwerpen

Hieronder een aantal werkvelden die tot een evaluatie moeten leiden. Waarschijnlijk vinden jullie er nog wel andere.

Jaarplanning Overloop systematisch de planning en toets af met de verwezenlijkingen.

  • Wat werd er niet gerealiseerd en waarom?
  • Hoe zit het met de volgende maanden? Is alles nog realistisch?

Takprogramma’s

  • Hoe stel je een programma op?
  • Wie en wanneer wordt aan het programma gewerkt?
  • Zijn de activiteiten de juiste middelen om dat doel te bereiken?
  • Hoe gebeurt de organisatie meestal?
  • Maak je genoeg gebruik van communicatiekanalen?
  • Wat denken je takleden van je activiteiten? Hoe komen wij dat te weten? Welke methodieken gebruiken wij daarvoor?

Takwerking

  • Hoe kom je aan voldoende informatie over jouw specifieke takwerking?
  • Hoe groot is je kennis over de begeleidingsmethode van jouw leeftijdsgroep?
  • Hoe evalueer je je nest/patrouille/projectwerking?
  • Werk je voldoende met de basispijlers en/of de interessepolen?
  • Wat zijn de meest voorkomende pijnpunten in je takwerking? Hoe kunnen wij dit aanpakken?

Samenwerking in de takploeg

  • Hoe omschrijf je de samenwerking?
  • Hoe worden conflicten of spanningen opgelost?
  • Hoe wordt omgegaan met beloftes, afspraken en engagementen?

De eenheidsleiding

  • Zijn je verwachtingen tegenover de eenheidsleiding uitgekomen?
  • Heb je nieuwe verwachtingen naar de eenheidsleiding toe?
  • Hoe is de relatie met de eenheidsleiding?

De eenheidsraad

  • Hoe vonden jullie over het algemeen de eenheidsraden?
  • Wat was heel hinderlijk? Wat was uitermate goed?
  • Welke onderwerpen moeten meer aan bod komen?
  • Hoe kunnen jullie je eigen inbreng kaderen?

Ik als takleid(st)er

  • Omschrijf je eigen begeleidershouding?
  • Kun je alle verwachtingen van de takgroep of van jezelf inlossen?
  • Stel je engagementen in vraag en zet nieuwe op?
  • Hoe is je relatie met je medeleiding, met je leden?
  • Welke actie neem je naar persoonlijke vorming?

De takploeg

  • Wat gebeurt naar teambuilding en teamgeest toe?
  • Hoe open is de ploeg voor inbreng van anderen?
  • Hoe actief is de takploeg in de eenheidswerking?
  • Hoe attractief wordt aan ledenwerving gedaan?

Mijn tak is een deel van de eenheidsboom

  • Voelen wij ons ook betrokken bij de andere takken?
  • Stemmen wij de programma’s progressief op elkaar af?
  • Is de openheid binnen de eenheid aanwezig?
  • Werkt de eenheid voldoende rond ons actief-pluralisme?
  • Voldoet de eenheidscultuur aan jullie verwachtingen?
  • Hoe verloopt de informatiedoorstroom?
  • Welke prioriteiten moet de eenheid leggen naar de nabije toekomst toe?

Contacten met anderen

  • Hoe is jullie relatie met de ouders van je tak?
  • Hoe is jullie relatie met het comité? Met de stam? Met de kookploeg? ...
  • Heeft jouw tak contacten met andere jeugdbewegingen? Zoniet, hoe kunnen wij dit opzetten?
  • Is er takleiding die vertegenwoordigingen doen in inspraakorganen (jeugdraad, etc...)? Welk direct voordeel brengt dit op voor je tak?
  • Is jouw tak vertegenwoordigd op provinciale raden? Hoe evalueer je die PR?
  • Is jouw takleiding gemotiveerd om aan federale FOS-activiteiten deel te nemen?

Evaluatiemethodieken

Tak- en eenheidsprioriteiten : één voor allen, allen voor één! Een tak- en eenheidscharter

Voorbereiding

  • bezorg iedereen een blad met de werkvelden.
  • iedereen kiest drie blokken die hem/haar het meest interesseren
  • de titels van de werkvelden hangen ook aan een muur. Iedereen zet nu een kruisje bij hun drie gekozen werkvelden.
  • selecteer nu de meest gekozen werkvelden (aantal afhankelijk van de grootte van je groep)

Werken in takgroepen

  • overloop individueel de vragen. Ga na over welke je iets te zeggen hebt en noteer je mening.
  • voeg eventueel eigen vragen toe waarop je een antwoord wilt zien
  • leg jullie output samen
  • selecteer de belangrijkste gespreksthema’s
  • zet ze per thema op flappen:
    • Zo was/is het
    • Zo hebben wij het liever
    • Dit willen wij eraan doen
  • maak nu uit de verschillende thema’s een selectie naar prioriteit toe.

De tak- en eenheidscharter

  • de verschillende takken stellen hun thema’s voor en vragen input van de andere
  • Eenheidscharter: kom tot een vergelijk met alle takken en stel een eenheidscharter op die door iedereen als aanvaardbaar wordt gedragen.
  • Takcharter: er wordt eventueel rekening gehouden met de aanvullingen van de anderen om tot een charter te komen. Zorg ook dat de takcharter niet indruist tegen de grote lijnen van de eenheidscharter.


Meer – gelijk – minder

Iedereen krijgt een blad met onderstaan schema. Je kunt dit ook met PC’s afhandelen en het resultaat uitprinten.

Meer | Opmerkingen Gelijk | Opmerkingen Minder | Opmerkingen
...<BR\><BR\><BR\><BR\><BR\><BR\> ... ...
Schrijf hier de dingen waarvan je vindt dat er een tekort aan was, of waarvan je er gewoon meer wilt. Schrijf hier de dingen die goed zijn zoals ze zijn. Schrijf hier de dingen die er teveel zijn, waar er teveel aandacht naar gaat, wat storend is.
  • zet je nu samen per takploeg en/of met de eenheidsleiding
  • iedereen kan nu opmerkingen op elkaars blad of bestand schrijven :
    • A = akkoord
    • NA = niet akkoord
    •  ? = waarom
  • zet een gesprek op rond enkele duidelijke twistpunten
  • formuleer nu, uitgaande van elkaars aanmerkingen en commentaren, wat je samen wil aanpassen in je werking
  • maak nu duidelijke afspraken en engagementen
  • breng die ook naar voor in een eenheidsraad

De dagboekkamer

Zet in een stille kamer een cassetterecorder. Laat dit daar een aantal weken staan. Iedereen van de leiding kan daar zijn ding kwijt. Hang wel een manual uit en een afsprakenblad. De bandjes kunnen boeiende gespreksonderwerpen opleveren.


Karikaturen van de tak/eenheidsraad

Vraag : Wat stelt de tak/eenheidsraad momenteel voor?

Vbn. van karikaturen :

  • Een orkest waarvan iedereen volgens zijn eigen mogelijkheden een instrument bespeelt, onder leiding van een dirigent.
  • Een kroost eendjes die de moeder altijd volgt
  • Een stel roeiers, samen aan de riemen, in een perfect ritme
  • Een eeuwigdurend tormooi van stevige touwtrekkers
  • Een fanatieke supportersclub voor een sportvedette
  • Een wei met geiten die elk hun eigen cirkeltje afgrazen
  • Een duiventil waar de duiven in- en uitvliegen
  • Een klas waar de ouderen de jongeren steeds de les lezen

Je zult er zeker en vast nog andere vinden. Maak van elk een beeldplaat met de tekst eronder. Hang die tekeningen op. Iedereen maakt zijn keuze(s). Een gesprek rond motivaties van de keuze op gang brengen. Inventariseren wat wij eventueel moeten veranderen.


Carrousel

Een informele evaluatiemethodiek.

Vorm een binnenste en een buitenste cirkel. Zorg dat iedereen een stoel heeft en dat je niet te dicht bij mekaar zit. Vertel aan je overbuur iets over :

  • Over je relatie met die persoon
  • Een spinsel uit je hoofd
  • Iets prettigs
  • Een wrevel
  • ...

Schuif nu door : de binnenste cirkel in wijzerszin, de buitenste tegen wijzerszin Hou de gesprekjes kort, zodat je regelmatig kan schuiven. Wil je op iets dieper ingaan, maak dan een afspraakje. Op het einde vorm je één kring; Ieder persoon vertelt nu kort wat haar/hem het meest is bijgebleven in de contacten.


Stilstaand tot vertraagd verkeer

Doel :

  • inzicht krijgen hoe in je leidingploeg het overleg, de doorstroming, de besluitvorming en de opvolging gebeurt
  • een inventaris opmaken van alle mogelijke knelpunten
  • een strategie opstellen om er iets aan te verhelpen

Fase 1 (15 min) Kies een karikatuur uit die het dichtst bij jouw beeld van de eenheidsraad (zie hoger).

Fase 2 (10 min) Overloop de checklist. (zie verder) Formuleer de knelpunten op de vragen die voor jou van belang zijn.

Fase 3 (30 min) Wissel in ploegjes van 3 à 4 personen jullie verhaal uit. Kies nu maximum 2 thema’s uit om straks in de grote groep te bespreken.

Fase 4 (45 min) Zet je nu in één groep. Kies samen uit al de thema’s aangebracht door de kleine groepen twee prioriteiten (wat willen we veranderen?). Vul nu onderstaand schema aan.

Thema: ...
Acties op korte termijn Acties op lange termijn
1. ...<BR\>2. ...<BR\>3. ...<BR\>4. ...<BR\>...<BR\> 1. ...<BR\>2. ...<BR\>3. ...<BR\>4. ...<BR\>...<BR\>

Maak nu afspraken en engagementen.

Inventariseer ook alle knelpunten uit de thema’s die niet aan bod komen. Zij kunnen later weer dienst doen.

Fase 5 Opvolging van de actielijst

Checklist V Knelpunten
Voel ik mij betrokken bij de anderen op de eenheidsraad?
Hoe is mijn verhouding met de voorzitter van de vergadering?
Ligt ons vergaderritme goed?
Is de vergaderduur oké?
Begrijp ik steeds de taal die wordt gebruikt?
Wat is de opdracht van de eenheidsraad?
Wat is de functie van de eenheidsraad?
Welke onderwerpen of thema’s spreken mij niet aan?
Welke spreken mij wel aan?
Wat met de agenda van de eenheidsraad?
Voel ik me goed bij de wijze van gespreksvoering?
Voel ik me goed bij de wijze van gespreksvoering?
Heb ik voldoende inbreng?
Hoe evalueer je de besluitvorming?
Ben ik loyaal naar genomen beslissingen toe?
Formuleren wij onze besluiten duidelijk genoeg?
Worden beslissingen consequent opgevolgd?
Welke verbanden zie ik tussen de eenheidsraad en mijn eigen werking?
Staat de eenheidsraad open voor takproblemen?
Hoe is de groepssfeer tijdens de eenheidsraad?

De lijst is weerom niet limitatief. Wijzigen of aanvullen is geen enkel probleem.


Kwartetten of éénvierdeborsten

Doel :

  • de voornaamste noden en tekorten in je werking bloot leggen
  • kan ook dienen als voorbereiding tot de verkiezing van de EL’s

Deel 1 Maak voor iedereen x aantal kaartjes met x aantal facetten van de eenheidswerking. Vbn :

  • Beslissingen nemen
  • Organisatie
  • Relatie met andere groepen, de provincie en de federatie
  • Sfeer en relaties onder de leiding
  • Manier van werken, opvatting van de werking
  • Relatie tussen de leiding en de eenheidsleiding
  • Relatie met de directe omgeving
  • Eenheidsraden
  • Relatie met de ouders
  • Eenheidsadministratie en –financies
  • Eenheidscomité
  • Kampen
  • Relaties tussen de takken

1. overloop samen met de spelers alle facetten zodat iedereen hetzelfde eronder verstaat

2. elke speler kiest uit zijn set 6 kaarten waarvan hij meent dat er een tekort of een probleem is

3. de speler schrijft zijn/haar concrete aanmerkingen op de desbetreffende kaart Iets dat fout loopt of waaraan een behoefte bestaat.

4. Iedereen zet zich nu in een kring en probeert kwartetten te vormen. Op een willekeurige plaats in de kring wordt 1 speler een 7de kaart gegeven. (vanaf 15 spelers steek je op 2 plaatsen een extra kaart, vanaf 30 spelers op drie plaatsen een extra kaart)

5. Die begint het doorgeefspel. Je geeft natuurlijk niet eender welke kaart door. Je wilt een kwartet vormen waarvoor jij speciale interesse hebt.

6. Soms wordt het moeilijk om een kwartet samen te stellen, omdat te weinig spelers dit thema gekozen hebben. Maar dit kan verschillende redenen hebben :

    • Weinig mensen zien problemen in dit veld
    • Het is een confronterend veld dat weinigen durven aankaarten
    • Meer personen zijn geïnteresseerd in dit veld

Daarom zorgt de spelleider voor een boek blancokaarten. (2x het aantal deelnemers) Tijdens het kwartetten kan een speler max. 2 eigen kaarten verwisselen voor een blancokaart (die kan dan als joker gebruikt worden voor gelijk welk thema) of een andere kaart uit de boek. De ingegeven kaarten worden in de boek gebracht en kunnen eveneens gebruikt worden.

7. Telkens iemand een kwartet vol heeft, roept hij “één volle borst”. Het doorgeefspel wordt stilgelegd. De speler legt zijn kwartet af en…

    • lees de aanmerkingen op die kaarten voor. (waar nodig geven de schrijvers een toelichting)
    • heeft zijn/haar persoonlijke stelling over het thema

De kwartetaflegger neemt nu plaats in het midden van de kring. Alle andere spelers stellen zich nu verder of dichter van de aflegger op. Hoe dichter, hoe meer je akkoord gaat met de stelling. De dichtste en de verste geven hun motivatie. We voeren een korte gedachtewisseling. (goed onder controle houden) We komen al dan niet met de groep tot een besluit. De spelleider of de verslaggever noteert dit op een flap. Nu worden alle resterende kaarten van dit thema opgehaald en worden samen met het afgelegde kwartet op de flap gehangen.

8. We hernemen nu het kwartetspel. We doen dit tot alle thema’s aan bod zijn gekomen.

Pauze Hang ondertussen alle flappen aan de muur en laat de spelers de tijd om de flappen te bekijken.

Deel 2

We maken een plan op

  • Wat zijn de voornaamste noden?
  • Wat gaan daarvoor doen?
  • Wie neemt de verantwoordelijkheid op zich?
  • Wie neemt engagement(en) op?

Zet dit plan op papier en laat dit onderschrijven door iedereen.