Experimentenspel

Uit FOSwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen





09 team.png

Auteur: Tupaja & Tragopaan
Eenheid auteur: 213e FOS De Hinde

Spelverloop:
In en rond het lokaal zijn 20 experimenten. De welpen gaan te werk in groepjes van 2. Elk experiment heeft een nummer en een blad met uitleg. Elk groepje gaat bij 1 experiment staan, en schuift na uitvoering van het experiment en het signaal van de leiding door naar het volgende nummer, het volgende experiment. Dit blijft zo doorgaan tot einde activiteit.


1. Verspreidende inktvlek:

Je hebt nodig:


- 2 glazen

- Heet water

- Koud water

- Inkt


En zo doe je het:


1.Vul het ene glas met heet en het andere met koud water. In beide glazen moet zich dezelfde hoeveelheid water bevinden.

2.Laat in ieder glas een druppel inkt vallen.


Wat zal er gebeuren?


De inkt en het water vermengen zich in beide glazen en de vloeistof in beide glazen is uiteindelijk gelijkmatig gekleurd. In het hete water vermengt de inkt zich eerder heel wat sneller dan in het koude.


Waarom?


In koud water bewegen de moleculen langzaam, in heet water snel. Daarom verspreidt ook de inkt zich sneller in heet water.


2. Droog water


Je hebt nodig:


- 1 glas, gevuld met water

- Gemalen peper


En zo doe je het:


1.Strooi voorzichtig gemalen peper op het kalme wateroppervlak van het glas, tot het volledig bedekt is. Nu mag je het glas niet meer bewegen.

2.Dop je vinger langzaam een klein stukje in het water en trek hem er meteen weer uit.


Wat zal er gebeuren?

Je vinger blijft droog.

Waarom?

De peper versterkt de oppervlaktespanning van het water, die de watermoleculen stevig bijeen houdt. Alleen bij zeer sterke druk breekt het ‘watervlies’ en wordt de vinger nat.


3. Regenboog

Je hebt nodig:


- 1 zaklantaarn

- 1 platte, rechthoekige schaal, gevuld met water

- 1 spiegel

- Wit papier

- Water


En zo doe je het:


1.Zet de spiegel schuin tegen de smalle kant van de met water gevulde schaal.

2.Schijn met de zaklantaarn zodanig op het water, dat de lichtstraal valt op het deel van de spiegel dat zich onder water bevindt.

3.Houd een vel wit papier voor de spiegel om het door de spiegel weerkaatste licht op te vangen.


Wat zal er gebeuren?

Op het papier verschijnen de kleuren van de regenboog.


Waarom?

Waterdruppels breken het licht van de zon en splitsen het in de zeven kleuren van de regenboog. Het door de spiegel gereflecteerde witte licht wordt bij het verlaten van het water gebroken. Doordat de kleuren waaruit wit licht is opgebouwd niet onder dezelfde hoek worden gebroken, treden ze op verschillende plaatsen naar buiten en worden zichtbaar. Er verschijnt een regenboog.


4. Hemelsblauw

Je hebt nodig:


- 1 drinkglas, gevuld met water

- 1 zaklantaarn

- Melk


En zo doe je het:


1.Schud enkele druppels melk in het glas om het water troebel te maken.

2.Knip de zaklantaarn aan en richt hem loodrecht op de opening van het glas en het wateroppervlak.

3.Let op de kleur van het water.

4.Richt nu de lantaarn van opzij van buiten op de glaswand en let opnieuw op de kleur van het water


Wat zal er gebeuren?

Wanneer de lichtstraal loodrecht op het wateroppervlak valt, ziet het water er blauwig uit. Schijnt de zaklantaarn van buiten door de glaswand op het water, dan lijkt het water roze te kleuren; de lichtstraal zelf ziet er in het water geel-oranje.


Waarom?

Het water, dat door de melk troebel gemaakt is, breekt de kleuren van het licht verschillend. Het blauwe licht, met een korte golf, wordt daarbij veel sterker verstrooid dan het rode met een lange golf.


5. Muntenberg

Je hebt nodig:


- 1 stapel van ongeveer 7 muntstukken

- 1 mes

- 1 tafel


En zo doe je het:


1.Stapel de munten op aan de rand van de tafel.

2.Sla met het mes de onderste munt weg.


Wat zal er gebeuren?

De stapel blijft staan.


Waarom?

Wanneer je rustende voorwerpen in beweging wilt brengen, moet je hun traagheid overwinnen. Een lichaam in rusttoestand (bijvoorbeeld een stapel munten) heeft de tendens in deze toestand te blijven.


6. Sterke lucht

Je hebt nodig:


- 1 liniaal

- 1 groot vel papier

- 1 tafel


En zo doe je het:


1.Leg de liniaal op tafel, zodat hij er voor een derde over uitsteekt.

2.Leg het vel papier op tafel. Het deel van de liniaal dat op tafel ligt, moet door het papier bedekt worden. Strijk het papier glad en stevig op tafel.

3.Sla voorzichtig op het uitstekende deel van de liniaal.


Wat zal er gebeuren?

De liniaal komt niet omhoog.


Waarom?

De lucht die op de tafel ligt drukt op het oppervlak van het vel papier en verhindert dat de liniaal opwipt.


7. Het zwevende pingpongballetje

Je hebt nodig:


- 1 haardroger

- 1 pingpongballetje


En zo doe je het:


1.Steek de stekker in het stopcontact en houd de opening van de haardroger loodrecht naar boven.

2.Zet de haardroger aan en werp het pingpongballetje in de warme luchtstroom.


Wat zal er gebeuren?

Het pingpongballetje zweeft vrij in de lucht.


Waarom?

In de warme luchtstroom heerst er een kleinere druk dan in de koude luchtstroom erbuiten. Zodra het balletje naar buiten wilt wegspringen, duwt de van opzij inwerkende luchtdruk van de buitenlucht het weer terug.


8.In de draaikolk


Je hebt nodig:


- 1 wastafel

- Inkt


En zo doe je het:


1. Druk de stop in de afvoer van de wastafel en laat er water in lopen.

2. Wacht tot het wateroppervlak kalm is en trek dan de stop er weer uit.

3. Druppel wat inkt boven de afvoer in het water en observeer hoe het water wegloopt.


Wat zal er gebeuren?

Het wegstromende water vormt een draaikolk, die door het gekleurde water duidelijk te herkennen is.


Waarom?

Wanneer water draait, ontstaat in het centrum daarvan een werveling. Ze begint boven, zet zich naar beneden voort en vormt zo een trechter met sterke stromingen die tot de afvoer reikt.


9.Spokeninkt

Je hebt nodig:


- Citroensap

- 1 klein schaaltje

- Water

- 1 eetlepel

- Wattenstaafjes

- Wit papier

- Lamp


En zo doe je het:


1.Verdun het sap met een beetje water in het schaaltje en roer de vloeistof om met een lepel.

2.Dop een wattenstaafje in de vloeistof en schrijf er een zin mee op het wit papier.

3.Verwarm het papier door het tegen de lamp te houden.


Wat zal er gebeuren?

Je kunt het schrift weer lezen. Nu kun je gerust een detectiveclub oprichten!


Waarom?

Citroensap bevat koolstofverbindingen. Als die verbindingen worden opgelost in water, worden ze kleurloos. Bij verwarming ontbinden de koolstofverbindingen en er ontstaat kool.


10. Geldpoetser

Je hebt nodig:


- Citroensap

- 1 schaaltje

- Koperen munten


En zo doe je het:


1.Giet een beetje sap in het schaaltje.

2.Laat een koperen muntstuk in het schaaltje vallen en laat dit eventjes liggen.


Wat zal er gebeuren?

De munt glanst en ziet er weer spiksplinternieuw uit.


Waarom?

Het zuur in het citroensap verwijdert de doffe aanslag op oude koperen munten.


11.Dubbeldekker


Je hebt nodig:


- 5 eetlepels olie

- 5 eetlepels water

- 5 eetlepels honing

- 1 schone pot met schroefdeksel


En zo doe je het:


1.Schenk olie, water en honing in de pot, draai het deksel erop en schud alles goed.

2.Laat de pot enkele minuten staan.


Wat zal er gebeuren?

De olie drijft boven, de honing zinkt naar beneden en daartussen bevindt zich een laag water.


Waarom?

De honing zinkt omdat hij een grotere dichtheid dan water heeft. Een grotere dichtheid betekent dat dezelfde hoeveelheid honing nauw samengepakt meer moleculen bevat dan dezelfde hoeveelheid water. De olie drijft boven, omdat ze lichter is d.w.z. een lagere dichtheid heeft dan water


12.Magisch ei


Je hebt nodig:


- 1 rauw ei

- 1 glas, gevuld met kraanwater

- Keukenzout


En zo doe je het:


1.Leg het ei in het glas met water. Het gaat onder.

2.Strooi veel zout in het glas en roer het om met een lepel.


Wat zal er gebeuren?

Het ei begint te zweven en stijgt naar het oppervlak.


Waarom?

Het ei heeft een grotere dichtheid dan kraanwater en zinkt daardoor. Het zoute water heeft een lagere dichtheid dan het kraanwater en het ei. Daardoor drijft het ei in het zoute water naar het oppervlak.


13. Zichtbare geluidsgolven

Je hebt nodig:


- 1 leeg conservenblikje

- 1 blikopener

- 1 ballon

- 1 schaar

- 1 elastiekje

- 1 stukje aluminiumfolie

- lijm


En zo doe je het:


1.Snijd op een zonnige dag met de blikopener de bodem uit het lege conservenblikje.

2.Trek de ballon strak over een van de openingen van het blikje en zet het vast me het elastiekje.

3.Plak een kleine vierkante stuk aluminiumfolie op de gespannen ballon.

4.Probeer voor het raam met het aluminiumfolie zonlicht op te vangen en beweeg het blikje zodanig, dat het licht op de muur te zien is.

5.Gil hard in de vrije opening van het blikje en let daarbij op het lichtvierkant op de muur.


Wat zal er gebeuren?

Het vierkant beweegt wanneer je gilt.


Waarom?

Het ballonvel neemt de trilling van je stem op en begint zelf te trillen. De opgeplakte spiegel trilt mee en het gereflecteerde licht op de muur beweegt op de door jou voortgebrachte geluiden.


14.Springzout

Je hebt nodig:


- Plastic folie (bv. Een geknapte ballon)

- 1 elastiekje

- 1 klein plastiek schaaltje

- 1 pan

- 1 pollepel

- Een beetje zout


En zo doe je het:


1.Span de plastic folie over het schaaltje en zet hem vast met het elastiekje.

2.Leg het zout of de rijstkorrels op de gespannen folie.

3.Houd de pan in de buurt van hete schaaltje en sla hard met de pollepel tegen de panbodem.


Wat zal er gebeuren?

De zoutkorrels springen in de lucht.


Waarom?

Door je slaan trilt de lucht. Er vormen zich geluidsgolven, je hoort geluid. De geluidsgolven bereiken het schaaltje en laten de folie trillen de zoutkorrels worden door de trillingen in beweging gebracht en de lucht in geslingerd.


15.Watermuziek


Je hebt nodig:


- 8 drinkglazen

- Water

- 1 potlood


En zo doe je het:


1. Vul de glazen verschillend hoog met water en zet ze in een rij op tafel.

2. Klop met het potlood licht tegen de rand van de verschillende glazen.


Wat zal er gebeuren?

Ieder glas laat een andere toon opklinken. Hoe minder water in het glas, hoe hoger de toon.


Waarom?

Het glas trilt wanneer je ertegen klopt. Hoe minder water zich in het glas bevindt, hoe sneller het trilt en hoe hoger de toon.


16.Druppeltruc


Je hebt nodig:


- 1 lucifer

- 1 muntstuk van 1 eurocent

- 1 lege fles

- 1 glas water

- 1 medespeler


En zo doe je het:


1.Knik de lucifer in het midden door, zodat hij een scherpe hoek vormt, en leg hem over de opening van de flessenhals.

2.Leg de munt plat op de geknikte lucifer

3.Vraag je medespeler of het hem lukt de munt in de fles te krijgen zonder de munt zelf of de lucifer aan te raken.

4.Toon hem hoe je het doet: dop een vinger in het glas water en laat een of twee druppels vallen op de plaats waar de lucifer geknikt is.


Wat zal er gebeuren?

De munt valt in de fles.


Waarom?

De waterdruppel dringt in het hout door, het hout zwelt op. Daardoor wijken de twee poten van de hoek langzaam uit elkaar, zodat de lucifer een stompe hoek vormt.


17. Emmermallemolen


Je hebt nodig:


- 1 plastic emmer

- water


En zo doe je het:


1.Vul de emmer halfvol met water.

2.Slinger hem in een grote cirkel rond.


Wat zal er gebeuren?

Hoewel de emmer tijdens de cirkelbeweging heel eventjes met de opening naar beneden is gericht, loopt het water er niet uit.


Waarom?

De kracht perst het water in de emmer tegen de emmerbodem. Zelfs bij langzame slingerbewegingen is die kracht groter dan de zwaartekracht. Daardoor kan het water er niet uitstromen.


18. Bellen blazen


Je hebt nodig:


- 1 eetlepel afwasmiddel

- ½ kopje water

- 1 snuifje suiker

- 1 rietje


En zo doe je het:


1.Schenk het afwasmiddel bij het water en roer het kopje goed door.

2.Voeg een snuifje suiker toe.

3.Dop het onderste einde van het rietje in de zeepoplossing en blaas.


Wat zal er gebeuren?

Er ontstaat een kleine zeepbel.


Waarom?

Door het blazen omsluit de zeepoplossing de lucht en vormt een bel. De suiker zorgt ervoor dat de bel langer heel blijft, want hij verhindert dat het water snel verdunt en daardoor dat de zeepbel voortijdig uit elkaar spat.


19. Blikjestelefoon


Je hebt nodig:


- 2 lege conservenblikjes

- 1 hamer

- 1 spijker

- 1 lang touw (15 meter)

- 1 medespeler


En zo doe je het:


1.Sla met hamer en spijker een klein gaatje in het midden van de bodem van beide blikjes.

2.Rijd door elk gaatje een einde van het touw en leg er in het blikje een aantal knopen in.

3.Nu pakken jij en je medespeler ieder een blikje. Ga zover uit elkaar staan tot het touw strak gespannen is.

4.Spreek in de opening van je blikje, terwijl je medespeler de opening van zijn blikje tegen het oor houdt.


Wat zal er gebeuren?

Jullie horen ieder, enigszins vervormd, in je blikje wat de andere in de ‘telefoon’ zegt.


Waarom?

Wanneer je in het blikje praat, brengt dat de bodem van het blikje aan het trillen. De trillingen lopen door het touw naar de andere blikjesbodem, waar ze weer in luchttrillingen worden omgezet, die het oor van de luisteraar bereiken. Praat je in een ‘echte’ telefoon, dan wordt het geluid omgezet in elektrische trillingen, die via de telefoon kabel of radio doorgezonden kunnen worden.


20. Knikkerachtbaan


Je hebt nodig:


- 1 knikker

- 1 drinkglas


En zo doe je het:


1.Leg de knikker in het glas.

2.Zet het glas op je palm, houd het vast en draai het snel rond.


Wat zal er gebeuren?

De knikker draait en kruipt via de glaswand omhoog.


Waarom?

Ieder voorwerp dat snel draait, neigt er ten gevolge van een kracht naar zich naar buiten te bewegen. Aangezien die kracht de zwaartekracht kan overwinnen, gaat de knikker in het glas naar boven.

Benodigdheden: