Het grote dierenzoektochtspel

Uit FOSwiki





09 team.png

Auteur: Vlijtige Nyala
Eenheid auteur: 33e Fos Navajo's

Spelverloop:
Verhaal:

Een stoute clown heeft alle dieren losgelaten van het circus,kunnen jullie ons helpen ze terug te zoeken?

Opdeling:

De kindjes spelen het spel in 1 grote groep,maar krijgen elk een kaartje. Op dat kaartje kunnen zien welke opdrachten ze gedaan hebben,en welk dier ze al gevonden hebben.

Bedoeling van het spel:

De bedoeling van het spel is dat de kindjes kunnen samenwerken,ze moeten samen alle dieren terug vinden,de dieren kunnen ze vinden aan de hand van de kaartjes die overal hangen.Op de kaartjes staat een dier,en aan de ommezijde staat een cijfer.Dit cijfertje verwijst naar een spel dat ze moeten spelen.Bij elk dier zijn er ongeveer 3 spelletjes.Als ze 1 opdracht gedaan hebben,en ze hebben die goed gedaan dan krijgen ze een tip.Nadat ze de tip gekregen hebben,hebben ze 5 minuten de tijd om het diertje te zoeken.Als ze na deze tip en als de 5 minuten afgelopen zijn en ze hebben het dier niet gevonden moeten ze opzoek naar het kaartje met een ander cijfer,zodat ze een ander spelletje kunnen doen om een nieuwe tip te verdienen,Dit gaat zo door totdat ze dier 1 gevonden hebben.Bij elke opdracht dat ze goed uitgevoerd hebben krijgen ze een stempel of een kruisje of iets in die aard.Ze kunnen maar 1 dier per keer zoeken.

Spelletjes

De olifant

spel 1 : Er zit een beest op mijn rug

kleef een sticker van een dier op elk kind zijn rug. Laat ze raden wat er op hun rug staat door vragen te stellen die alleen door ja of nee kunnen beantwoord worden. Bijvoorbeeld, "Heb ik vleugels?", "Ben ik groen?", "Kan ik vliegen".

Spel 2 : Kwak,Kwak,Gans

één kindje is de gans,de anderen zitten in een cirkel. De gans loopt rond en tikt op elk kindje zijn hoofd en zegt ‘kwak’ De gans mag zelf kiezen wie hij/zij als nieuwe gans kiest,door ‘gans’ te zeggen in de plaats van ‘kwak’.De bedoeling is dan dat de gans loopt,en dat de nieuwe gans de oude gans aantikt. Als de oude gans op het vrije plaatsje neerzit en de nieuwe gans het kindje niet heeft aangetikt wordt is de nieuwe gans,de gans,is het omgekeerd en tikt de nieuwe gans de oude gans wel aan,blijft de oude gans de gans.

Spel 3:Bananenboom

We maken een kring met de hele groep. Ieder lid van deze groep haakt zich in elkaar met de armen, met het gezicht naar buiten gericht. Iedereen krijgt op voorhand van de leiding een dierennaam. De grap van dit spel is de volgende: elke persoon krijgt de opdracht om wanneer zijn dierennaam wordt genoemd te proberen op de grond te gaan zitten terwijl de rest van de groep dat tegenwerkt. Maar wat de deelnemers niet weten, is dat elke persoon hetzelfde dier is, en zo zal je merken dat bij dat dier iedereen tegelijkertijd op de grond valt.

De leeuw

Spel 1: De slang zwaait met haar staart

De kinderen staan per twee. Eén van beiden heeft een touw in de hand, hij is de zwaaier. Het andere kind is de stamper. De zwaaiers zwaaien met hun touw weg en weer over de grond. De stampers proberen op het touw te trappen. Wanneer dit lukt, wisselen de rollen.

Spel 2 : Mussennest

Op de vloer staan, in een grote kring, cirkels aangeduid, ofwel met krijt ofwel met hoepels. In elke cirkel (dat een nest voorstelt) staat een speler. In het midden van de kring staat de mus die geen nestje heeft. Hij zegt : “Waar is mijn nestje?”. Daarop moeten alle kinderen van nest verwisselen en de mus in het midden moet proberen een leeg nestje te bemachtigen.

Spel 3:Pinguïns op een ijsschots

Een aantal pinguïns staan samen op een ijsschots (vertaald: een aantal kinderen staan samen op een stuk krantenpapier). Het klimaat verandert, de aarde warmt op en de ijsschots begint dus te smelten (m.a.w.: de leiding scheurt stukjes van het krantenpapier). De pinguïns proberen zo lang mogelijk op hun ijsschots te blijven staan door elkaar vast te houden. Het spel is gedaan als alle pinguïns in de oceaan gevallen zijn

De aap

Spel 1: Duifje-duifje

Duifje, duifje, voor het venster
duifje, duifje, voor het raam.
duifje, duifje, voor het venster,
kóm nu toch bij me staan.
Links twee, rechts twee, zwaaien.
Links twee, rechts twee, zwaaien.
Links twee rechts twee zwaaien,
buigen en draaien.

Spel 2: slangenspel

De kinderen staan in twee rijen achter elkaar en houden elkaar bij de schouders vast. Het laatste kind van elke rij draagt een staart (= das) in z’n broeksriem. Iedere slang probeert de staart van de andere af te pakken. Wanneer dit lukt, wordt de staart van de slang (= laatste kind) kop bij de andere slang. De bedoeling is dat er zich op het einde één lange slang vormt. Variant: De kinderen vormen samen één lange slang. De kop probeert dan telkens de staart te pakken. Wanneer dit lukt, wordt de staart de kop.


Spel 3 : TwietTwiet

Iedereen is geblinddoekt. Iemand is de twiet-twiet. De kinderen moeten elkaars handen zoeken en twiet-twiet vragen. Wanneer de ander twiet-twiet antwoordt, is hij niet de echte en laten ze de handen weer los. De echte twiet-twiet zwijgt de hele tijd. Iemand die de echte twiet-twiet vindt, wordt zelf ook een twiet-twiet. Zij geven elkaar een hand en maken geen enkel geluid meer. Zo gaat het door tot gans de groep twiet-twiet is.

Het paard

Spel 1: Konijnenjacht

het is eigenlijk een soort verstoppertje,1 iemand is de jager en zoekt de konijnen die verstopt zitten rond het afgebakend domein.De konijnen hebben allemaal een staartje(das)als de jager een konijn kan aantikken moet het konijn die das afgeven en naar het verzamelpunt komen.

Spel 2:Boembal

1 kindje zit in het midden en telt af (tik,tak,tik,tak,tik,tak).Terwijl dit gebeurd geven de kindjes die rondom het kindje die in het midden staat de bal door.Als het kindje BOEM roept is degene die dan de bal in zijn handen geeft ‘dood’.Dit gaat zo verder tot iedereen ‘dood’ is.

Spel 3:Bijenspel

Een speler wordt geblinddoekt. Hij is de imker. De andere spelers zijn bijen. Ze 'vliegen' zoemend en met gespreide vleugelarmen rond de imker. Een van de bijen "steekt" de imker met zijn wijsvinger. Die moet proberen te raden, door naar het gezoem van de bijen te luisteren, welke bij hem gestoken heeft. Als hij kan raden wie het was, wordt iemand anders imker. Raadt hij verkeerd dan worden alle bijen killerbijen en beginnen de imker met hun wijsvingerangels te "steken" tot hij zich overgeeft.

De zeehond

Spel 1:Dode vis

Iedereen zit of ligt of staat, ... maar moet beweegloos kunnen blijven gedurende lange tijd. 1 persoon is de 'tikker'. Als deze roept "dode vis", mag niemand nog bewegen. Als de tikker iemand ziet bewegen zegt hij deze persoon z'n naam en dan is deze laatste de 'tikker'. Het spel begint dan opnieuw wanneer deze "dode vis" roept.

Spel 2:Dolle koeien

Er worden drie tikkers gekozen, één stelt de koe voor die aan mond-en-klauwzeer lijdt, hij wandelt rond en maakt de hele tijd pijnkreten. De tweede tikker is de dolle koe, hij loopt rond op een zeer rare en stuntelige manier, en doet gek. Dan is er ook nog de diarrhee-koe, als hij rond loopt, loopt hij wat naar achter leunend en maakt hij scheetgeluiden. Alle andere spelers zijn gewone, gezonde koeien, maar als zij aangetikt worden door één van deze koeien krijgen zij ook die ziekte. Het spel is gedaan als iedereen het beu is of alle koeien alle ziektes hebben overgenomen, met een zeer hilarisch resultaat als uitslag.

Spel 3:Hondenkot

Kinderen staan per 2 ( 1 iemand is hond, andere is het hondekot ) in een cirkel met 1 à 2 meter tussen elkaar. Bij het fluitsignaal gaan de honden in de cirkel in 1 richting rondlopen. Bij het tweede fluitsignaal, moet de hond zo vlug mogelijk naar zijn kot lopen ! De hond moet tussen de benen zitten van degene die het kot speelt. Wie als laatste in zijn kot toekomt, valt af ! Naarmate de kinderen wegvallen, de kring ook kleiner maken !!! Reservespelen

hondje-hondje

Alle leden staan per twee in een kring. De ene persoon staat recht en zijn partner staat op handen en knieën tussen zijn benen. Zij zijn de hondjes. Er is echter 1 baasje zonder hondje, hij moet een ander hondje lokken door te knipogen. Als het hondje ziet dat er naar hem geknipoogd wordt, mag hij weglopen, maar natuurlijk mag zijn baasje hem met zijn benen tegenhouden. Raakt het hondje toch weg, is er een nieuw baasje zonder hondje en moet hij knipogen.

Ijsbeertje wekken

Een "ijsbeertje" ligt achter een lijn, op zijn buik te slapen. De rest van de leden staat achter een andere lijn, een eindje verder. Ze komen het ijsbeertje pesten (kriebelen, …). Als iemand het ijsbeertje op het achterwerk klopt, wordt het echter plots wakker, en mag het iedereen proberen tikken. De leden lopen zo snel mogelijk naar de lijn waar ze eerst stonden, want daar zijn ze veilig. Wie getikt is, wordt een ijsbeertje. Wie kan de ijsbeertjes het langst pesten?

Katje kleur

Er wordt een willekeurige tikker aangeduid. Die persoon moet een kleur zeggen en al de anderen moeten zo snel mogelijk een voorwerp aanraken die overeenstemt met dat kleur. Terwijl gezocht wordt naar het kleur kan men getikt worden als het voorwerp ( met de zogezegde kleur ) nog niet aangeraakt.

slapende beer (= +- ijsbeertje wekken)

Een iemand is de slapende beer en ligt bijgevolg te slapen. Deze beer bedenkt voor zichzelf een plaatsje ergens op zijn lichaam. De rest van de groep gaat naar de beer toe. Ieder om de beurt mag ergens op het lichaam van de beer duwen. Als het plaatsje wordt geraakt waar de beer aan dacht, dan schiet deze wakker en probeert iemand te tikken. De eerst getikte is de volgende beer.

Struisvogeltje

Je verspreidt je groep in het lokaal. Eerst moeten alle spelers hun ogen even bedekken. De leiding gaat iemand aantikken. Deze persoon moet straks even uit het lokaal verdwijnen. Wanneer de persoon aangetikt is mag iedereen zijn ogen weer openen. Nu moeten de spelers door mekaar lopen in het lokaal.

Wanneer de leiding in de handen klapt moeten alle struisvogels hun kop in het zand steken (alle spelers de handen voor de ogen doen) en de persoon die in het begin aangetikt werd moet nu het lokaal verlaten. Bij een tweede klap van de leiding moeten alle spelers de ogen weer openen en zo snel mogelijk raden wie verdwenen is uit het lokaal.

De speler die dit het snelst kan zeggen krijgt een punt. Het doel van het spel is zoveel mogelijk punten verdienen!

Benodigdheden:

  • Bal
  • krijt
  • groot stuk papier of krantenpapier
  • touw of sjortouw
  • Plakband
  • Prentjes van de dieren