Jungleliedjes

Uit FOSwiki

verzamellied

Welk nest zal er het eerst de Raadsrots
met zijn leider vervoegen?
Wie heeft het eerst zijn welpen klaar op Akela’s geroep?
Broeders, welp en gids, zie dat g’uw oren spitst
in de wijde jungle volgt ied’re wolf de wet;
volg haar lijk Mowgli, zijn plaats is reeds bezet!
Welk nest zal er het eerst de Raadsrots
met zijn leiders vervoegen?
Wie heeft het eerst zijn welpen klaar op Akela’s geroep?

al de wolven staan klaar

Al de wolven staan klaar om Akela te begroeten
hij (zij) liet ons naar de Raadsrots roepen
al de wolven staan klaar, voor Akela’s wolvenraad.
Om de rots hurken we neer en weerklinkt onze kreet,
want we zitten gereed.
Al de wolven staan klaar om Akela te begroeten,
hij (zij) liet ons naar de Rots roepen,
al de wolven staan klaar, voor Akela’s wolvenraad.

welkomstlied

In ons nest, wees welkom, mijn broertje (zusje)
wees welkom in ons nest.
Alle wolfjes, groot en klein,
zullen je behulpzaam zijn.
In ons nest, wees welkom, mijn broertje (zusje),
wees welkom in ons nest.

beloftelied

Kom wolf en jaag nu met ons mee, met alle Vrije Wolven.
Getrouw aan je belofte, gehoorzaam aan de wet,
volg jij de Oude Wolven en doe j’overal je best.

Ref. Nooit vergeten wij je belofte
de macht van de horde is de wolf.
Nooit vergeten wij je belofte,
O, broeder (zuster) wolf.

Wees altijd flink, wees altijd sterk,
sterk als de and’re wolven.
Indien je ons wil volgen, dan open je een oog :
zo help je d’Oude Wolven
en volg hen op ’t nieuwe spoor.
Je leerde ook het Meesterwoord,
het Meesterwoord der wolven.
Beleefdheid en oprechtheid verov’ren ieder hart,
gezang en opgewektheid worden van een wolf verwacht.

spits uwe oren

Spits uwe oren, wolfjes dan,
hoor deze wet der wildernis :
Naar zichzelve luistert een wolfje nooit,
maar het luistert steeds naar de Oude Wolven,
indien het de horde wil waardig zijn.

de wet van de jungle

En dit is de wet van de jungle
als de hemel zo oud en zo rijk,
en de wolf die ze volgt blijft in leven,
en de wolf die ze schendt wordt een lijk.
Als een plant die zich slingert rond de bomen,
is er altijd de wet om ons heen.
Want de macht van de wolf is de horde
en de horde is sterk door de wolf.

Ied’re dag van je neus tot je staarttip
schrob je vacht, scherp je klauw, adem diep.
Bedenk de dag is voor het jagen,
kan slechts jagen wie in de nacht sliep.
Tabaqui volgt de tijger en bedelt,
maar jij wolf als je snor is volgroeid :
’t is de wet, je moet zelf leren jagen,
en je prooi kunnen vangen zoals ’t moet.

Om zijn ouderdom en om zijn listen,
om zijn wijsheid en ook om zijn kracht,
in al wat de wet mocht verzwijgen,
is het woord van de leider van kracht.
Want talrijk zijn de wetten van de jungle
als de sterren in een heldere nacht,
en ze houden de horde in leven,
en ze helpen de wolven op jacht.

raad bij maneschijn

O wolven, kom vlug aangelopen
verzamel vlug in ieder nest, in ieder nest
naar de rots worden wij geroepen ) 2 x
hier komen wij, wij doen ons best. )

De wolvenraad is weer verzameld
de Oude Wolven hurken neer, ja, hurken neer.
Uit ieder nest brengt men nu samen ) 2 x
de jonge wolfjes, klein en fier. )

O wolven van de Vrije Horde,
O wolven aan de wet getrouw, de wet getrouw,
Kijk goed naar alle kleine wolfjes ) 2 x
keur oog en poot en tand en klauw )

Kijk toe, o kijk goed toe, o wolven,
zal hij zijn prooi kunnen verslaan, kunnen verslaan? ) 2 x
Zal hij (zij) de horde kunnen volgen
om met ons mee op jacht te gaan?

hoor je de kreet van de oude wolven

Hoor je de kreet van de Oude Wolven?
Ze roepen je rond de vuurrode vlam.
Vrees niet voor haar wilde dansende tongen,
ze is een vriend voor de wolvenstam.
De vlam leeft van hout en van droge blad’ren
en warmt de wolven met haar gloed.
Waar de vlam gloeit is het uit met het jagen,
alles wordt rustig en alles wordt goed.
Hoor je de kreet van de Oude Wolven?
Ze roepen je rond de vuurrode vlam.

teerpootlied

Als je een flinke teerpoot wil wezen,
moet je eerst leren de horderoep,
je naar de raadsrots kunnen begeven
en antwoorden op Akela’s roep.

Ref. Met de wolven huilen : we doen ons best.
Ja, we doen ons best, best, best, best, best
best, best, best, best.
(°) herhalen twee eerste regels van vorige strofe.

Als je een flinke teerpoot wil wezen,
moet je eerst luisteren naar de wet.
Weten wat een jong wolfje moet vrezen,
dat zich aan deze wet onttrekt.

Als je een flinke teerpoot wil wezen,
moet je eerst kennen het Meesterwoord,
met een vreemd wolfje kunnen spreken
en hem begroeten zoals het hoort.

Als je een flinke teerpoot wil wezen,
wees dan niet bang voor een beetje wind,
of het nu dondert, vriest of regent,
blijf steeds vrolijk en welgezind.

als de jungle

Als de jungle zich hult in het duister,
flauw verlicht door het schijnsel der maan,
stad dan stil, spits je oren en luister,
sluipend zie je de wolven dan gaan.

Yalahi weerklinkt door de rimboe,
’t is de kreet van het hoofd van de stam.
Alle wolven Bagheera en Baloe,
hurken neer bij een laaiende vlam.

Ieders plan wordt daar dan bekeken.
Op dit uur wordt met spanning gewacht :
is de Rode Bloem dan geweken,
’t wordt weer tijd voor een volgende jacht.

ik ben baloe

Ik ben Baloe, de bruine beer; Baloe, de dikke bruine beer.
Ik vind het bereleven niet zo kwaad.
Want heus, zo’n dikke bruine beer,
zo’n hele dikke bruine beer
die weet wel waar het honigpotje staat.
De bijen die zoemen er lustig op los,
ze zoeken de honig voor mij in het bos.
Ze zorgen vlug voor mijn ontbijt,
daarvoor neem ik rustig de tijd.
Dan waggel ik naar de waterbron
en zoek een plaatsje in de zon.
zo’n leven dat is goed :
Baloe, de bruine beer, die weet wel wat hij doet,
en hoe het moet…

rimboejacht

Wij jagen in de rimboejacht,
Op echte vette buit,
En op ons jaarlijks jachtfestijn
Blaffen welpen vrolijk uit :
Yalahi woef, woef, Yalahi woef woef.
Wie jaagt er met ons mee? woef woef.
Yalahi woef woef, wie jaagt er met ons mee?

De oude wolven gaan ons voor.
Akela voert ons aan.
We sluipen snel dan in hun spoor.
De wet zegt : zo moet ’t gaan.
Yalahi woef, woef, yalahi woef woef.
Wie jaagt er met ons mee? woef woef.
Yalahi woef, woef, wie jaagt er met ons mee?

En is van ons de vette buit,
Of vonden wij er geen,
Het spel was fijn, de jacht is uit.
Dus gaan wij allen heen.
Yalahi woef woef, yalahi woef woef.
Tot ziens het volgend jaar, woef woef.
Yalahi woef, woef, wie jaagt er met ons mee?

met hoe meer wij ter jacht gaan

Met hoe meer wij ter jacht gaan, hoe beter, hoe mooier,
Met hoe meer wij ter jacht gaan, hoe beter ’t zal zijn.
Want mijn wolf zei tot uw wolf
en uw wolf zei tot zijn wolf
en zijn wolf zei tot mijn wolf
wat mijn wolf aan mij zei.

kom wolven doe je best

Kom wolven doe je best, voor je horde en je nest,
dan gaat het in de rimboe fijn.
Dan jaag je op je buit, met een glimlach op je snuit,
dan zal het er reuze zijn.
Kom wolven, kom en jaag met ons mee,
jaag door de rimboe heen.
Akela loopt vooraan en Baloe sjokkelt voort, ) 2 x
zoals het een beer behoort. )

junglegunst

Nu ben je reeds zo oud geworden,
dat je ons voor altijd verlaat.
Je zegt vaarwel aan onze horde
en aan gans de Wolvenraad.

Ref. Een nochtans roepen wij u toe :
de gunst der jungle zij met jou, op je nieuwe wegen
de gunst der jungle zij met jou, op je nieuwe spoor.

Maar je gelaat zal steeds vertonen,
wat er in jou nooit zal vergaan :
je glimlach en je toekomstdromen,
je wens voor and’ren klaar te staan.

afscheidslied

O, wolven , kom hier allen saâm,
want één van ons gaat heen,
lijk Mowgli eens de stam verliet
Onze wegen gaan uiteen.

Maar dit is geen vaarwel mijn broer (zus),
welnee, ’t is geen vaarwel.
Eens zien we toch elkander weer,
want dit is geen vaarwel.

zie ook