Leeftijdskenmerken Bevers-Zeehonden

Uit FOSwiki


Een goed activiteitenaanbod sluit aan bij de mogelijkheden en interesses van je leden. Het geeft hen het gevoel dat ze al heel wat weten en kunnen. Tegelijk daagt het hen uit steeds een stapje verder te gaan.

Uiteraard kunnen kinderen onderling erg verschillen. Ieder heeft zijn eigen sterktes en zwaktes en ontwikkelt in zijn eigen tempo. Toch gaan kinderen van éénzelfde leeftijd een redelijk gelijkaardige ontwikkeling door. Ze denken op een bepaalde manier en interesseren zich voor bepaalde onderwerpen. Ook hun lichaam maakt een aantal specifieke ontwikkelingen door. Met een goede kennis van die typerende trekjes, kan je beter inschatten of activiteiten je leden zullen aanspreken en of ze verantwoord zijn. Heel wat van die eigenschappen vallen vanzelf op als je gedurende de werking bewust kijkt naar wat je leden doen en hoe ze reageren.

In deze publicatie geven we je een rugzak vol achtergrondinformatie. We werpen een blik op wat je leden kunnen en kennen (en wat niet), wat ze denken en voelen en hoe ze omgaan met anderen.


Individu

Lichaam

Bevers-Zeehonden bruisen van energie. Ze zijn speels en kunnen moeilijk stil zitten. Ze hebben veel behoefte aan beweging en activiteit. Lange pauzes, aanschuiven en wachten maken hen ongeduldig en lastig.

Bevers-Zeehonden groeien zienderogen. Ze zijn erg lenig. Hun evenwicht is vrij goed ontwikkeld. Ze kunnen hun lichaam in evenwicht houden en testen dat graag uit door op muurtjes en balkjes te lopen. Hun kracht en uithoudingsvermogen zijn nog niet zo groot, omdat hun hart- en longenstelsel nog in volle ontwikkeling is.

Langzamerhand krijgen ze fijne bewegingen, zoals knippen of binnen de lijntjes kleuren, onder de knie. De samenwerking tussen hun ogen, hersenen en spieren durft nog wel eens mislukken. Daardoor zijn ze wat onhandig. Dingen die voor jou eenvoudig lijken, kunnen voor hen een hele opgave zijn. Een broeksknoop dichtdoen, schoenveters strikken, boterhammen smeren, een bal vangen, … gaan bij hen moeilijk of duren lang. Gelukkig leren ze snel bij.

Ook de controle over de blaas durft nog wel eens mislukken. Het is volledig normaal dat kinderen tot de leeftijd van 6 à 7 jaar nog af en toe in bed plassen. Zeker spannende gebeurtenissen, zoals de eerste keer op kamp gaan, kunnen dit in de hand werken. Meer informatie en tips daarover vind je op de pagina bedplassen.

Verstand & emoties

Bevers-Zeehonden kunnen zich nog niet lang op hetzelfde concentreren. Ze zijn erg snel afgeleid en hebben dan ook nood aan afwisseling in het activiteitenaanbod. Ze zijn steeds enthousiast om ergens aan te beginnen, maar ze hebben nog niet altijd het doorzettingsvermogen om dingen af te werken. Bevers-Zeehonden kunnen zich ook moeilijk op meerdere dingen tegelijkertijd concentreren. Grote spelen met veel verschillende elementen en ingewikkelde spelregels begrijpen ze niet goed. De eenvoudigste manier om dingen te leren is als ze voorgedaan worden. Bevers-Zeehonden leren veel door anderen na te doen.

Bevers-Zeehonden zijn ontzettend weet-, leer- en nieuwsgierig. Spelen is daarom hun grootste uitlaatklep en is hun voornaamste bezigheid. Ze leven in een wondere wereld waarin ze dagelijks nieuwe ontdekkingen doen. Met een mix van angst en nieuwsgierigheid exploreren ze hun onmiddellijke omgeving. Ze vragen je honderd keer per dag "waarom?". Dit kan erg vermoeiend zijn, maar de Bevers-Zeehonden leren door al deze vragen en ervaringen de wereld rondom hen steeds beter begrijpen.

Je Bevers-Zeehonden bevinden zich aan de start van hun lagere schoolcarrière. Ze leren dan ook nog maar de beginselen van het lezen, schrijven en rekenen. Meestal gaan ze graag naar school en zijn ze enthousiast om hun nieuwe kennis te delen met iedereen die het wil horen. Ze kunnen echter ook snel de moed verliezen als je hun mogelijkheden niet realistisch inschat. Hun woordenschat is uitgebreid, maar lezen en schrijven beperkt zich nog tot een- en tweelettergrepige woorden. Ook figuurlijk taalgebruik gaat hun petje nog te boven.

Bevers-Zeehonden leren stilaan meer begrippen (vb. morgen-gisteren, links-rechts, ...) die het hen mogelijk maken om tijd en ruimte onder woorden te brengen en te bevatten. Dit is echter een langzaam leerproces. Daardoor hebben ze het soms moeilijk om geduldig te wachten op het vieruurtje dat ‘straks’ volgt en krijgen ze soms heimwee, omdat het kamp pas de ‘dag-na-de-dag-na-de-dag-na-overmorgen’ eindigt.

De fantasie van Bevers-Zeehonden is oneindig. Ze houden ervan om rolletjes te spelen en zich te verkleden. Ze kunnen hele verhalen vertellen en trekken vol overgave ten strijde tegen de grote, gevaarlijke trol. Het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid begint hen stilaan duidelijk te worden. Toch kan je hen nog af en toe aan het twijfelen brengen. Was die griezelige trol nu een leider of was hij toch echt?

Door die oneindige fantasie lijkt niets onmogelijk. Dit kan met zich meebrengen dat Bevers-Zeehonden zichzelf onrealistische doelen stellen. Ze gaan ervan uit dat ze overal de beste in zijn, elke slechterik kunnen verslaan en elk spel zullen winnen. Ze zijn dan ook uitbundig als ze winnen, supertrots als ze iets kunnen, maar ook ontroostbaar of boos als ze verliezen of als iets niet lukt. Gelukkig zijn negatieve gevoelens meestal even snel voorbij als ze opgekomen zijn. Toch is het belangrijk dat Bevers-Zeehonden regelmatig positieve ervaringen opdoen. Het zou jammer zijn als hun overmoed leidt tot gevoelens van onmacht of minderwaardigheid. Ze leren beter stap voor stap met beide voeten op de grond te staan.

In onze samenleving wordt verwacht dat we onze gevoelens beheersen en weten wanneer we welke gevoelens mogen uiten. Bevers-Zeehonden leren hun gevoelens nog maar net beleven en beheersen. Ze reageren nog erg impulsief en stoppen hun emoties niet weg. Soms vinden ze het wel moeilijk om hun gevoelens uit te drukken. Ze kennen niet steeds de woorden voor elke emotie. Daardoor is het niet eenvoudig de echte reden van hun angst, verdriet of woede te achterhalen. Dikwijls projecteren ze hun gevoelens op knuffeldieren, in spelsituaties of in verhalen.

In groep

Omgang met leeftijdsgenoten

Bevers-Zeehonden zien nog maar net in dat ze niet het middelpunt van de wereld zijn. Ze zijn egocentrisch, wat betekent dat ze zich moeilijk kunnen inleven in het standpunt van anderen. Dit is geen teken van slechte wil. Ze beseffen gewoon niet dat anderen iets anders zien, anders denken en de dingen op een andere manier beleven.

Alhoewel Bevers-Zeehonden nog graag alleen spelen, leggen ze ook makkelijk contact. Door samen te spelen leren Bevers-Zeehonden elkaar snel kennen. In eerste instantie leren ze elkaars namen, maar even later hebben ze al beslist wie hun beste vriendje of vriendinnetje is (wat even snel ook weer kan veranderen). Ze vormen losse groepjes, die ontstaan door ‘samen iets te doen’ (zoals samen een spelploeg vormen, samen in een tent slapen) en nog regelmatig van samenstelling veranderen.

Gaandeweg leren de Bevers-Zeehonden steeds beter samen te spelen. Ze leren de krachten te bundelen om samen de Koning van de Elfen te redden of om alle opdrachten te vervullen die nodig zijn om de leiding te bevrijden uit de handen van de ruimtewezens. Al is het nog niet makkelijk om toe te geven dat andere kinderen bepaalde dingen beter kunnen. Ook materiaal delen verloopt soms nog moeizaam.

Omgang met volwassenen

Kleuters vertoeven het liefst in de buurt van hun ouders, ook wanneer er vriendjes bij zijn. Ze cirkelen als satellieten rond de moeder- en vaderplaneet. Bevers-Zeehonden zijn die fase nog maar net voorbij. Voor hen is naar de scouts gaan dan ook een grote stap. Het is een grote groep vol nieuwe, onbekende mensen en er gebeuren allerlei vreemde dingen die ze niet goed begrijpen. Ze klampen zich dan ook vast aan hun leiding, op zoek naar nieuwe vertrouwenspersonen in die overweldigende nieuwe wereld. Structuur en regelmaat kunnen het scoutsleven voor hen een pak overzichtelijker maken.

‘Grote mensen’ zijn in de beleving van Bevers-Zeehonden alwetend en almachtig. Ouders en leiding weten alles, kunnen alles en zijn onfeilbaar. Bevers-Zeehonden nemen dan ook weinig initiatief en wachten af wat de leiding hen zal voorschotelen. Ook hun mening over allerhande thema's is hoofdzakelijk gebaseerd op de mening van volwassenen.

Bevers-Zeehonden zien zelf nog niet goed in waarom bepaalde dingen wel of net niet mogen, iets is goed of slecht omdat volwassenen dat zeggen. Als ouders en leiding verschillende regels hanteren, raken ze snel verward. Ze stellen zich nog weinig vragen bij de geldende normen en regels. Ze aanvaarden makkelijk het gezag van de leiding en volgen de afspraken gehoorzaam. Ze verwachten ook van leeftijdsgenootjes en leiding dat ze dit doen en zijn soms erg streng in de beoordeling van het gedrag van anderen. Ze passen de regels ongenuanceerd toe, zonder rekening te houden met de omstandigheden. Ze kijken voornamelijk naar de gevolgen van het gedrag en niet naar de bedoeling die erachter zit. Ze zijn dan ook soms bang om dingen toe te geven, ook al zijn die per ongeluk gebeurd.

Zie ook

  • Discussieer over dit onderwerp
  • BRON: Pol Craeynest. De levensloop van de mens, Inleiding in de ontwikkelingspsychologie. Acco. 1998.
  • BRON: DR. F. J. Mönks & Dr. A. M. P. Knoers.Ontwikkelingspsychologie, Inleiding tot de verschillende deelgebieden. Van Gorcum. 1999.
  • BRON: Colony Essentials, How to run your Beaver Scout Colony. The Scout Association. 2002.
  • BRON: Speelclubboek. Chirojeugd-Vlaanderen vzw.
  • BRON: Lange mouwen en wat eruit komt, Handboek voor kapoenenleiding. VVKSM vzw. 1999.