Leeftijdskenmerken Seniors

Uit FOSwiki


Een goed activiteitenaanbod sluit aan bij de mogelijkheden en interesses van je leden. Het geeft hen het gevoel dat ze al heel wat weten en kunnen. Tegelijk daagt het hen uit steeds een stapje verder te gaan.

Uiteraard kunnen jongeren onderling erg verschillen. Ieder heeft zijn eigen sterktes en zwaktes en ontwikkelt in zijn eigen tempo. Toch gaan jongeren van éénzelfde leeftijd een redelijk gelijkaardige ontwikkeling door. Ze denken op een bepaalde manier en interesseren zich voor bepaalde onderwerpen. Ook hun lichaam maakt een aantal specifieke ontwikkelingen door. Met een goede kennis van die typerende trekjes, kan je beter inschatten of activiteiten je leden zullen aanspreken en of ze verantwoord zijn. Heel wat van die eigenschappen vallen vanzelf op als je gedurende de werking bewust kijkt naar wat je leden doen en hoe ze reageren.

In deze publicatie geven we je een rugzak vol achtergrondinformatie. We werpen een blik op wat je leden kunnen en kennen (en wat niet), wat ze denken en voelen en hoe ze omgaan met anderen.

Individu

Lichaam

Op lichamelijk vlak zijn meisjes rond hun zestiende en jongens rond hun achttiende volwassen. De meesten hebben alle lichamelijke veranderingen die gepaard gaan met de puberteit doorgemaakt. Stilaan hebben ze hun definitieve lengte bereikt en zijn ze op seksueel gebied volledig rijp. Ze raken langzaam maar zeker gewend aan hun nieuwe lichaam en hun onzekerheid erover neemt af. Hun inzicht in hun lichamelijke mogelijkheden neemt toe. Ze beseffen wat ze wel en niet kunnen en welke fysieke uitdagingen ze al dan niet aankunnen. Dat zorgt ervoor dat ze voorzichtiger en bedachtzamer worden.

Verstand & emoties

Op verstandelijk vlak kunnen Seniors vrijwel alles wat volwassenen kunnen. Ze kunnen op een behoorlijk hoog niveau abstract redeneren. Ze kunnen moeilijke technische opdrachten (zoals kaartlezen) met steeds meer gemak aan. Bovendien zijn ze in staat om na te denken over het eigen denken.

Dit denkvermogen stelt hen in staat om na te denken over de toekomst, de minder positieve kanten van hun thuissituatie en onrustwekkende gebeurtenissen rondom hen. Seniors voelen zich erg betrokken bij de samenleving. Hun standpunten zijn vaak extreem, maar motiveren hen om een maatschappelijk engagement op te nemen. Ze zijn soms erg kritisch voor de samenleving, hun ouders, hun seniormoderator, … Ze bedenken erg idealistische oplossingen en willen zich daar dikwijls volledig voor inzetten. Tegelijkertijd merken ze dat ze op heel wat dingen weinig invloed hebben.

Na de lange zoektocht naar een identiteit en bijpassend imago bij JVG’s-Aspiranten en VG’s-Juniors bereiken ze nu een soort van evenwicht. Doordat ze zichzelf gedurende die periode voortdurend vergeleken hebben met anderen, hebben ze stilaan een erg realistisch beeld van zichzelf en van anderen. De puzzel van hun persoonlijkheid valt stukje per stukje op zijn plaats. Ze hebben een goed zicht op hun intellectuele en fysieke mogelijkheden. Ze hebben hun eigen specialiteiten op school en in hun vrije tijd. Ze ontwikkelen een eigen waardensysteem dat hun visie op het leven en de samenleving bepaalt en weten steeds beter waar ze wel en niet voor staan. Op die manier onderscheiden ze zich meer en meer van hun leeftijdsgenoten: hun persoonlijkheid wordt alsmaar rijker, complexer en unieker.

Ook hun toekomstplannen worden steeds duidelijker: studeren en op kot gaan, beginnen werken, reizen, een langdurige relatie hebben, … Seniors staan op de drempel van een nieuwe fase in hun leven. Ze gaan – al dan niet vrijwillig – een bepaalde richting uit, die een grote invloed kan hebben op hun verdere levensloop. Die richting wordt bepaald door hun studiekeuzes, het gezin waarin ze leven, de vrienden die ze hebben, de omgeving waarin ze wonen, hun eigen mogelijkheden, hun vrijetijdsbesteding, de kansen die ze hebben in onze samenleving, …

In groep

Omgang met leeftijdsgenoten

Nu ze een realistisch beeld hebben van zichzelf en van anderen, worden vriendschappen veel bewuster gekozen. Seniors weten waar ze voor staan en kiezen vrienden met dezelfde interesses of ideeën.

De groep krijgt een meer ontspannen karakter. Nu de jongeren zekerder geworden zijn van zichzelf, hebben ze minder angst om uit de groep te vallen of door hun vrienden in de steek gelaten te worden. Ze kunnen anderen aanvaarden in hun eigenheid en leggen elkaar minder groepsnormen op.

Jongens & meisjes vormen samen één groep. Terwijl in de jongere takken contacten met het andere geslacht gemeden werden of moeilijk verliepen, worden vriendengroepen op seniorleeftijd steeds meer gemengd. Ze hebben dezelfde drang naar zelfstandigheid, komen op dezelfde kantelpunten in hun leven en vinden daarin een gezamenlijk doel.

Heel wat Seniors hebben een eerste relatie achter de rug. Die eerste romances kunnen al heel serieus zijn. Ze zien deze band vaak als langdurig en stabiel. Deze eerste relatie kan een belangrijke (positieve of negatieve) rol spelen in hun leven en in hun ontwikkeling tot jonge volwassenen.

Omgang met volwassenen

De echt rebelse periode is voorbij. Het principieel afzetten tegen alles wat volwassenen zeggen, kent stilaan een einde. Regelmatig zien ze er opnieuw de meerwaarde van in om de mening van volwassenen te kennen en hier rekening mee te houden in hun beslissingen.

Hun kindertijd zijn ze reeds lang ontgroeid, maar anderzijds zijn ze nog net niet volwassen. Ze zitten een beetje gevangen tussen deze twee werelden. Op sommige vlakken dragen volwassenen hen op om verantwoordelijk te zijn. Op andere vlakken worden ze nog sterk begrensd. Thuis gaan de discussies bijvoorbeeld over wat ze moeten of mogen studeren, hoe laat ze moeten thuiskomen en of hun lief mag blijven slapen. Ook in de seniorwerking kunnen discussies ontstaan over wat ze zelf mogen beslissen en waar de moderator de grens mag trekken. De strenge hand van volwassenen is steeds minder nodig. Seniors zijn al redelijk zelfstandig en gaan niet noodzakelijk over de schreef als er geen rechtstreeks toezicht op hen wordt gehouden. Ze zijn in staat om zelf aanvaardbare regels op te stellen en ze erkennen hun eigen grenzen en die van anderen. Toch hebben ze nog nood aan evenwichtige volwassenen om hen heen, die hen begeleiden en ondersteunen.

Bronnen

  • Dr. F.J. Mönks & Dr. A.M.P. Knoers. Ontwikkelingspsychologie, Inleiding tot de verschillende deelgebieden. Van Gorcum. 1999.
  • Leni Verhofstadt-Denève. Adolescentiepsychologie. Garant. 2001.
  • Met je voeten in het rood, Handboek voor jins en hun begeleiding. VVKSM vzw. 2002.
  • Pol Craeynest. De levensloop van de mens, Inleiding in de ontwikkelingspsychologie. Acco. 1998.