Liedjes

Uit FOSwiki

Inhoud

Adjiji

Adjiji, Adjiji, A. O. A.
Adjiji, Adjiji, A.O.A.
Adjiji, adjiji, A.O.A.
Chiem, boem, bam
a a a…

Afscheidslied (welpen)

         C G
O, wolven, kom hier allen saâm
        C F
want één van ons gaat heen,
        C G
lijk Mowgli eens de stam verliet.
           F G C
Onze wegen gaan uiteen.

Maar dit is geen vaarwel mijn broer (zus)
welnee, ’t is geen vaarwel.
Eens zien we toch elkander weer,
want dit is geen vaarwel.

A la bella polenta

Quando se planta la bella polenta
la bella polenta se planta cosi
se planta cosi
aaah…la bella polenta cosi pirewirewier, pirewirewier.

Quando se grecha la bella polenta
la bella polenta se grecha cosi
se planta cosi
se grecha cosi
aaah… la bella polenta cosi pirewirewier, pirewirewier.

Quando se flora la bella polenta…

Quando se coupa la bella polenta…

Quando se moudra la bella polenta…

Quando se manga la bella polenta…

Quando se siësta la bella polenta…

quando se mmm..a bella polenta…

Al de wolven staan klaar

C G C
Al de wolven staan klaar om Akela te begroeten
             G C
Hij (zij) liet ons naar de Rots roepen.
  C G
Al de wolven staan klaar, voor Akela’s wolvenraad.
  G C G C G
Om de rots hurken wij neer en weerklinkt onze kreet,
               C G
want wij zitten gereed.
C G C
Al de wolven staan klaar om Akela te begroeten,

            G C
hij(zij) liet ons naar de Rots roepen
C G C
al de wolven staan klaar, voor Akela’s wolvenraad.

Al die willen te kap'ren varen

  Am
Al die willen te kap’ren varen
   G E Am
moeten mannen met baarden zijn
  Am
Jan, Piet, Tjores en Corneel
   G Am
die hebben baarden, die hebben baarden
  Am
Jan, Piet, Tjores en Corneel
   G E Am
die hebben baarden die varen mee.

Al die willen de walrus doden
Moeten mannen met baarden zijn.

(verder als boven)

Alouette

     C G C
Alouette, gentille alouette
     c G C
alouette je te plumerai.
Je te plumerai le bec
je te plumerai le bec
ah le bec,ah le bec
                             G
alouette,alouette aaaaah.

je te plumerai la tête

je te plumerai les yeux

je te plumerai le cou

je te plumerai le dos,

Als de jungle

Als de jungle zich hult in het duister,
flauw verlicht door het schijnsel der maan,
sta dan stil, spits je oren en luister,
sluipend zie je de wolven dan gaan.

Yalahi weerklinkt door de rimboe,
’t is de kreet van het hoofd van de stam.
Alle wolven Bagheera en Baloe.
hurken neer bij de laaiende vlam.

Ieders plan wordt daar dan bekeken.
Op dit uur wordt met spanning gewacht :
is de Rode Bloem dan geweken
’t wordt weer tijd voor een volgende jacht.

A met den aba

B met een A ba
b met een E be
b met een I bibabebi
b met een O bobabebibo
b met een U bu babebibobu.

C met een A ca
c met een E ce
c met een I ci caceci
c met een O co cacecico
c met een U cu cacecicocu

... Je kan met dit liedje al de medeklinkers in het alfabet afgaan

Aniwah cunidjah

Aniwah, cunidjah, vu-u-wah-ha-ni (bis)
Awawa mikaja kajena (bis)
Lja tibi tibi tibi (bis)

Apekot

De kresj dat is een apekot, parlez-vous
Elk zijn bed en elk zijn pot, parlez-vous
Ze strooien poeder op je vel
e doen je slapen op bevel
Inke, pinke parlez-vous.

De school dat is een apekot, parlez-vous
De apen zitten twee aan twee, parlez-vous
e grootste aap die zit van voor
En doet de zotste kuren voor
Inke, pinke parlez-vous.

't Leger is een apekot, parlez-vous
ze schieten daar mekaar kapot, parlez-vous
de genraal dat is een hond
de vijand schiet al in zijn kond
nke, pinke parlez-vous.

't Fabriek dat is een apekot, parlez-vous
ze werken ulder stapelzot, parlez-vous
de grote baas die krijgt zijn pree
al aan de Middellandse zee
Inke, pinke parlez-vous.

'd Ouw peekes zitten in 't apekot, parlez-vous
eer elk zijn bed en elk zijn pot, parlez-vous
de nonnekes stoppen u in 't bed
dat doet zo'n jeugd voor je protest
Inke, pinke parlez-vous.

A ram sam sam


    D
A ram sam sam, a ram sam sam
          A
goeli goeli goeli goeli goeli
 D
ram sam sam.(2 maal)

           D
Refr.: Arabi Arabi
           A
         goeli goeli goeli goeli goeli
           D
        ram sam sam.

Au clair de la lune

Au clair de la lune,
Mon ami Pierrot,
Prète moi ta plume

Pour écrire un mot
Ma chandelle est morte,
Je n’ai plus de feu ;
Ouvre moi ta porte
Pour l’amour de Dieu.

Au clair de la lune,
Pierrot répondit :
J’en n’ai pas de plume;
je suis dans mon lit.
Va chez la voisine,
je crois elle y est,
car dans sa cuisine
on bat le briquet.

Au clair de la lune,
l’aimable Lubin
frappe chez la brune
ell’repond soudain :
Qui frappe de la sorte?
Il dit a son tour :
Ouvrez votre porte
Pour l’amour de Dieu.

Au clair de la lune,
On y voit qu’un peu,
on chercha la plume;
on chercha du feu.
En cherchant de la sorte,
je n’sais qu’on trouva
mais je sais, que la porte
sur eux se ferma.

B.P. ban

B.P. – B.P. ; Baden Powell, Baden Powell
Chief, Chief, Chief
How, How, How
of Scout, scout, scout

Belgisch volkslied


O dierbaar België, O heilig land der vad’ren
Onze ziel en hart zijn U gewijd.
Aanvaard ons’ kracht en het bloed van onze ad’ren
Wees ons doel in arbeid en in strijd.
Bloei, o land in eendracht niet te breken;
Wees immer Uzelf en ongeknecht.
Het woord getrouw, dat g’ onbevreesd moogt spreken
Voor Vorst, voor vrijheid en voor recht. ) 3x

Beloftelied

Kom wolf en jaag nu met ons mee, met alle Vrije Wolven
Getrouw aan je belofte, gehoorzaam aan de wet,
volg jij de Oude Wolven en doe j’overal je best.

Refr.: Nooit vergeten wij je belofte
de macht van de horde is de wolf
Nooit vergeten wij je belofte
O, broeder (zuster) wolf.

Wees altijd flink, wees altijd sterk,
sterk als de and’re wolven.
Indien je ons wilt volgen, dan open je een oog :
zo helpen je d’Oude Wolven
en volg hen op ’t nieuwe spoor
Je leerde ook het Meesterwoord,
het Meesterwoord der wolven.
Beleefdheid en oprechtheid verov’ren ieder hart,
gezang en opgewektheid worden van een wolf verwacht.

Bij't krieken der dagen

Bij ’t krieken der dagen, er uit, fal-le-ra
Met klank van mandolien, gitaar en fluit, fal-le-ra.
Wij trekken zonder zorgen zingend in de morgen,
Wijl in het verre land klaroent het haangekraai.

De deftige burgers staan pal, fal-le-ra
En preutelen “die kerels zijn wel mal”, fal-le-ra
Wij kunnen toch niet treuren als de bloemen geuren
En in het lover klinkt het vogelengeschal.

Wie jong is en moedig en blij, fal-le-ra
Die vindt hier wel een plaatsje in de rij, fal-le-ra
’t Is immers ons verlangen, zonneschijn te vangen.
En in ons hart te bewaren hel en warm.

Bingo (dans)

Een kleine hond zat op de stoep
Hij luistert naar Bingo
Hij kwispelstaart als j’em zo roept
Hij is nu onze Bingo
Tralalalala, Tralalalala
Bingo
Wij houden zo van Bingo.

Brand in mokum

Brand in Mokum, brand in Mokum
zie es ginder, zie es ginder
brand brand, brand brand !
en daar is geen water, en daar is geen water.

Bravo

Bravo – bravo – bravo – bravissimo
Bravo – bravo – bravissimo
Bravo – bravissimo
Bravo – bravissimo
Bravo – bravo – bravissimo
Bravo.

Broeder Jacob

    C
Broeder Jacob, broeder Jacob,
   C
Slaapt hij nog, slaapt gij nog,
   G C G C
Hoor de klokken luiden, hoor de klokken luiden,
  G C G C
Bim, bam, bom, bim, bam, bom,

Chiekechiekelieka

Chiekelieka! Chiekelieka!
Ho, ho, ho!
Boumelieka! Boumelieka!
Bo, bo, bo!
Chiekelieka! Boumelieka!
Ziem, boem, ba.
B…R…A…V…O…
Bravo.

Chinees vuurwerk


5x klappen-Psss naar omhoog.(Wijzen naar omhoog)

5x klappen-Psss. (Telkens wijzen in de vier windrichtingen)

5x klappen-psss psss
psss psss boem!
Ooooh…

Daar was laatst een meisje loos


Daar was laatst een meisje loos,
die wou gaan varen, die wou gaan varen.
Daar was laatst een meisje loos,
die wou gaan varen als lichtmatroos.

Zij nam dienst voor zeven jaar,
Omdat zij vreesde,omdat zij vreesde.
Zij nam dienst voor zeven jaar,
Omdat zij vreesde geen gevaar.

Zij moest klimmen in de mast,
Maken de zeilen, maken de zeilen.
Zij moest klimmen in de mast,
Maken de zeilen met touwtjes vast.

Maar door storm en regenweer,
Sloegen de zeilen, sloegen de zeilen.
Maar door storm en regenweer,
Sloegen de zeilen van boven neer.

Och, kapteintje, sla mij niet,
Ik ben je liefje, ik ben Uw liefje.
Och, kapteintje, sla mij niet,
Ik ben je liefje, zoals gij ziet.

Zij moest komen in de kajuit,
Kreeg een pak ransel, kreeg een pak ransel.
Zij moest komen in de kajuit,
Kreeg een pak ransel en toen was het uit.

de eskimo op jacht (verhaal en bewegingen)

(zelf te fantaseren)
Slagzin : Isamella Souabis
Slaglied : Oki-toki toumba (2X) Ei,didelei, didelei, dideldom.

De gedachten zijn vrij

De gedachten zijn vrij
Wie raadt ze daarbinnen?
Ze dansen voorbij als nachtelijke schimmen
Geen mens kan ze maken, geen jager kan ze raken
Laat wezen wat zij, de gedachten zijn vrij.

Ik denk wat ik wil
In heimelijke dromen
Haar zoetheid laat ik stil
Mijn harte doorstromen

Mijn wens en begeren
Kan niemand mij weren
Laat wezen wat zij
De gedachten zijn vrij

En heeft men mij geboeid in duistere toren
un zorgen en moeite gaan allen verloren
Gedachten als vuren, doen storten de muren
En zold’ringen daarbij : de gedachten zijn vrij.

De kadulletjes

Wij zijn al bijeen, al goe kadulletjes, al goe kadullen
Wij zijn al bijeen
al goe kadulletjes ondereen.

Zou me nie meugen een pintje drinken
zonder daarom een dronkaard te zijn ? (bis)

Wij zijn al bijeen…
Zou we nie meugen een visje eten,
zonder daarom een snoeper te zijn ? (bis)

Wij zijn al bijeen …
Zou we nie meugen een kusje nemen,
zonder daarom een dief te zijn ? (bis)

Wij zijn al bijeen…
Zou we nie meugen eens vrolijk wezen
Zou we nie meugen eens vrolijk zijn ? (bis)


De kikkertjes

   G C G
De kikkertjes, de kikkertjes zijn aardig om te zien.
                                                                    C
De kikkertjes, de kikkertjes zijn aardig om te zien.

         G C
Refr.: O! Kwak kwak kwak, O Kwak kwak kwak.
                                G
O! Kwak O kwak O kwak kwak kwak.(X2)

In ’t hoge gras, in ’t lage gras
daar springen zijn in ’t rond.

Twee oortjes, twee oogjes,
een neusje en een mond.

En vader puit en moeder puit,
die gingen met de kleintjes uit.

De koffiemolen - ban



We gaan naar de kast (stappen)
We open de kast (pi-ie-iep)
We nemen de doos met koffiebonen (boem)
We schudden met de doos (rammel-rammel-…)
We nemen de koffiemolen (boem)
We vullen de koffiemolen (gebaren dat we vullen)
We draaien. Brrr…avo Brrr…avo Brrr…avo!


De kop van de kat is jarig


En de kop van de kat is jarig
En de pootjes vieren feest
Het staartje mag niet meedoen
Want het is pas ziek geweest
Het komt pas uit het ziekenhuis
En heeft pijn in zijn keel
En al dat dansen springen
Ja dat is voor hem te veel.

De machtigste koning


De machtigste koning van storm en van wind
Is de arend, geweldig en groot
De vogels, zij sidd’ren en vluchten van angst
Voor zijn snavel en klauwende poot
Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts
Dan schrikt hij de dieren daarmee

refr.: Ja wij zijn de heersers der aarde
De koningen van de zee
Tirallala (7x), hoi, hoi !
Ja wij zijn de heersers der aarde
De koningen van de zee.

Verschijnt er een schip op de oceaan
Dan juichen wij luide en wild
Ons trotse schip, als een pijl uit de boog
Vliegt terstond door de wateren zilt
De koopman wordt bang
En hij siddert van angst
De matrozen verwensen die dag
En daar klimt langs de mast naar omhoog
Onze bloedrode zeeroversvlag

Wij werpen ons op ’t vijandige schip
Als een weggeslingerde speer
De kanonnen dreunen ’t geweer klinkt rondom
En de enterbijl hakt keer op keer
En reeds zinkt de vlag van de vijand omlaag.
Overwinningsgeroep klinkt alom.
Lang leve de bruisende zee.
Lang leve de zeeroverij.

De mosselman

Mijn vader vaart op zee,
mijn vader vaart op de mosselzee.

Refr.: Van je ramplanplan van je mosselman,
mijn vader vaart op zee.
Mijn vader vaart op zee
Wat doet hij op die zee
wat doet hij op die mosselzee
Van je…

Hij vangt daar enen vis,
hij vangt daar enen mosselvis

Wat doet hij met die vis
wat doet hij met die mosselvis.

Hij stroopt hem uit zijn vel,
hij stroopt hem uit zijn mosselvel.

Wat doet hij met dat vel,
wat doet hij met dat mosselvel.

Hij maakt daarvan een tas,
hij maakt daarvan een mosseltas.

Wat doet hij met die tas,
wat doet hij met die mosseltas.

Hij steekt daarin zijn geld,
hij steekt daarin zijn mosselgeld.

Wat doet hij met dat geld,
wat doet hij met dat mosselgeld.

Hij koopt daarmee een kind,
hij koopt daarmee een mosselkind

Wat doet hij met dat kind,
wat doet hij met dat mosselkind.

Hij stuurt dat kind naar school
hij stuurt dat kind naar de mosselschool

Wat doet dat kind op school,
wat doet kind op de mosselschool

Het leert er de
abc
het leert er de mossel-abc

De rode vlam


   Dm
Wanneer de dag geëindigd is,
                             Am
op ’t ver gevorderd uur.
          Dm
Dan grijp je naar je tonteldoos,

                              Am
dan sla je vonk en vuur.
          C E Am
Dan kronkelt tussen struik en stam.
      C Dm E
Je kampsymbool, de rode vlam.
       F C D Am
De wilde rode vlam.

Hallo, hallo het vonkenspel,
schiet over struik en tak.

De wilde tongen kronkelen,
met knettering en krak.
Hoog op waait tussen struik en vlam.
Het kampvuur met de rode vlam.
De wilde rode vlam

Wanneer je om je kampvuur zit,
weet elk wat dat beduidt.
Dan maak je nieuwe plannen op,
dan praat je honderd uit.
Dan zing je tussen struik en stam.
Het jachtlied van de rode vlam.
De wilde rode vlam.

De slag van zoetenaaie

’t Was op ne keer de slag van Zoetenaaie.
Ge moest dat eens zien, ’t was bij de curassiers.
Curassiers, vooruit, geef vuur
met de linkerduim, rechterduim, linkerhand, linkervoet,
enz…

De wet van de jungle

En dit is de wet van de jungle
als de hemel zo oud en zo rijk,
en de wolf die ze volgt blijft in leven,
en de wolf die ze schendt wordt een lijk.

Als een plant die zich slinger rond de bomen,
is er altijd de wet om ons heen.
Want de macht van de wolf is de horde
en de horde is sterk door de wolf.

Ied’re dag van je neus tot je staarttip,
schrob je vacht, scherp je klauwen, adem diep.
Bedenk de dag is voor het jagen,
kan slechts jagen wie in de nacht sliep.
Tabaqui volgt de tijger en bedelt,
maar jij wolf als je snor is volgroeid :
t’is de wet, je moet zelf leren jagen,
en je prooi kunnen vangen zoals ’t moet.

Om zijn ouderdom en om zijn listen,
om zijn wijsheid en ook om zijn kracht,
in al wat de wet mocht verzwijgen,
is het woord van de leider van kracht.
Want talrijk zijn de wetten van de jungle
als de sterren in een heldere nacht,
en ze houden de horde in leven,
en ze helpen de wolven op jacht.

De wielewaal

Komt mee, naar buiten allemaal
dan zoeken wij de wielewaal
En vinden wij die muzikant
dan is de zomer weer in ’t land.

Refr.: Doedeljoe klinkt zijn lied
Doedeljoe klinkt zijn lied
Doedeljoe en anders niet.

Hij woont in ’t dichte eikenbos
getooid met gouden vederbos
Daar jodelt hij op zijn schalmei
en maakt ons harten blij.

Die winter is vergangen

Die winter is vergangen
Ik sie des Meien schijn,
Ik sie die bloemkes hangen
des is mijn hert verblijd.
Zo ver aan genen dale,
daar is ’t genoeglijk zijn.
Daar zingt de nachtergale,
als zo menig woudvogelkijn.

Ik wil den mei gaan houwen,
al in het groene gras,
en de schenken mijn boel die trouwe
die mij de liefste was,
ende bidden dat zij wil komen,
al voor haar vensterken staan.
Ontvangen den mei met bloemen,
hij is zo schone gedaan.

Adieu,mijn allerliefste
Adieu schoon bloemken fijn.
Adieu schoon rozebloeme,
Daar moet gescheiden zijn.
Totdat ik wederkome,

Die liefste zoudt gij zijn.
Dat hert mijn alderliefste,
Dat hoort ja altijd dijn?

De zilveren vloot

Heb je wel gehoord van de Zilveren Vloot,
de Zilveren Vloot van Spanje.
Die had er veel Spaanse matten aan boord,
en appeltjes van Oranje.
Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein.
Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot :
Hij heeft gewonnen de Zilveren Vloot,
Hij heeft gewonnen, gewonnen de Zilveren Vloot.

De Zoeloes eten

De Zoeloes eten
‘k zal het nooit vergeten
voor hun ontbijt de allerliefste vrouw
die ze eerst roven
en dan gaan stoven
zoals bij ons de kabeljauw.

Die kat kom weer

Die boer die zwoer hem blau
Hij zou die kat doodskiet
Hij heeft die roer gelaan
met kruid en dynamiet
Hij lei hem op de weg
waardoor die kat moest kom
Haren, velletjes en beentjes, maar…

Refr.: Die kat kom weer, die kon niet langer wacht
Die kat kom weer de volgende dag
Die kat kom weer, geloof me het is waar
Die volgende dag is die kat weer daar.

Hij zet hem op een skip
Die zeilde naar Japan
Die skip die was gelaan
met twaalf honderd man
Maar verre van die land daar is die skip gestrand
En alle passagiers verdronken, maar…

Die boer die zet die kat
in een aeroplaan
Die botste eventjes tegen een wolkie aan
Die boel die viel omlaag
bleef steken in een haag
alleman brak nek en benen, maar…

Do re mi

Let’s start at the very beginning,
a very good place to start,
When you read you begin with A,B,C
When you sing you begin with do-re-mi
Do-re-mi? do-re-mi
The first three notes
just happen to be, do re mi
do-re-mi….do-re-mi-fa-sol-la-si-
do, a deer, a female deer,
Ray, a drop of golden sun
Me, a name I call myself
Far, along, long way to run
Sew, a needle pulling thread
La, a note to follow sol
Tea, a drink with jam and bread
that will bring us back to do-oh-oh-oh

Drie schuintamboers

Drie schuintamboers,die kwamen uit het Oosten,
Drie schuintamboers,die kwamen uit het Oosten van
rom,bom,wat maal ik erom.Die kwamen uit het Oosten.

Een van de drie,zag daar een aardig meisje
Zeg, meisjelief,mag ik met jou verkeren?
Van rombom,wat maal ik erom,
Mag ik met jou verkeren.

Zeg,jongeman,dat moet je m’n vader vragen:
Zegt die van ja,dan mag je mij behagen;
Van rombom wat maal ik erom,
Dan mag je mij behagen.

Zeg,ouwe heer,mag ik je dochter trouwen?
Zij is voorwaar,de schoonste aller vrouwen,
Van rombom….
De schoonste alle vrouwen.

Zeg, jongeman,zeg mij wat is je rijkdom?
Zeg, jongeman,zeg mij wat is je rijkdom?
Van rombom……
Zeg mij wat is je rijkdom.

Mijn rijkdom is,daar wil ik niet om jokken,
Mijn rijkdom is,een trommel met twee stokken;
Van rombom…….
Een trommel met twee stokken.

Zeg jongeman,dan mag je haar niet trouwen;
Zeg jongeman,ik wil mijn dochter houden,
Van rombom……
Ik wil mijn dochter houden.

Zeg, oude heer,ik heb nog iets vergeten,
Zeg, oude heer,dit dient gij nog te weten:
Van rombom…..
Dit dient gij nog te weten.

Mijn vader is de Hertog van Brittanje;
Mijn moeder is de Koningin van Spanje,
Van rombom……
De Koningin van Spanje.

Zeg, jongeman,je mag mijn dochter trouwen;
Zeg, oude heer,je mag je dochter houen,
Van rombom…..
Je mag je dochter houen.

Droge haring

Al van de droge haring zullen we zingen
ter ere van zijn kopje zullen we springen,
’t is van zijn kop, spring er maar op,
’t is van de droge haring.

Een Nederlandse Amerikaan

   C F C
Een Nederlandse Amerikaan,
       G C
die zie je al van verre staan (X 2)

Refr.: Van voor naar achter, van links naar rechts
Van boven naar onder, van rechts naar links.(2X)

Zijn hoofd lijkt wel op een varkenskop
er staan amper drie haartjes op (X 2)

Zijn buik lijkt wel op een luchtballon
ik wou dat ik er in prikken kom (X 2)

Zijn hemd lijkt wel een prentenboek
het hangt wel meters uit zijn broek (X 2)

zijn schoen lijkt wel op een kolenschop er gaan wel tien kilo kolen op (x 2 )

Een scout dat is een jongen

Een scout dat is een jongen,
Gezond en wel tevree
Die zingt uit vollen longen
Met al zijn makkers mee.

Refr.: Onze leuze klinkt : “Wees vaardig”
Want het leven is een strijd
Maar wij vinden ’t leven aardig
Evenwel zijn wij bereid.

Een, twee,...

Een, twee, drie, vier, de…., de…. (*)
een, twee, drie, vier, de…. zijn hier
en waren zij niet hier geweest
er was ook geen plezier geweest
een, twee, drie, vier, de… zijn hier

  • (Menapiers,Pepijnen of andere eenheidsnaam)

En 's avonds

En ’s avonds en ’s avonds en ’s avonds is het goed
En ’s avonds en ’s avonds en ’s avonds is het goed
En ’s avonds hebben wij geld bij hopen
en ’s morgens geen om brood te kopen
En ’s avonds en ’s avonds en ’s avonds is het goed

En ’s avonds zouden wij geerne trouwen
en ’s morgens nuchtens vroeg berouwen

En ’s avonds zullen wij koeken bakken
en ’s morgens tegen uw oren plakken

En als wij marcheren

En als wij marcheren dan klinkt er een lied
dat nevels en wolken daverend doorbreekt.

En als wij ons vinden op stap door het land,
dan gloeit in ons allen Heilig brand.

En nadert het doel toch, al stormt het zo guur,
dan zien wij de eersten rood laaiend vuur.

En de boom stond op de bergen

En de boom staat op de bergen,hali,halo.
En de boom staat op de bergen,hali, halo.
En aan dien boom daar kwam een tak, een reuzetak.
Een pracht van een tak; ach, jongens wat een tak was dat!
De tak van de boom en de boom staat op de bergen, ha-li-lo.
En de boom staat op de bergen, ha-li-ha-lo.

Bij iedere strofe het nieuwe woord bijvoegen.

En aan die tak daar kwam een blad

En aan dat blad daar kwam een nest
En in dat nest daar kwam een ei
En uit dat ei daar kwam een jong
En aan dat jong daar kwam een veer
En aan die veer daar kwam een hoed
En aan die hoed daar kwam een juf
En aan die juf daar kwam een heer
En aan die heer daar kwam een huis
En aan dat huis daar kwam een stal
En aan die stal daar kwam een geit
En aan die geit daar kwam een staart
En aan die staart daar kwam een eind.

Er is ham

         D
Er is kaas – kaas
Zo oud als sinterklaas,

          A
In de tent, in de tent
          D
In de tent, in de tent
         D
Er is kaas – kaas
Zo oud als sinterklaas
          A D
In de fouragemeesters tent

            D G
Refr.: Dat wist ik niet en bovendien
               A
         Dat kon ik zonder bril niet zien.
               D G A D
         Dat kon ik zonder bril niet zien.

Er is koek – koek
Voor een hongerige troep

Er is ham – ham
Voor op de boterham

Er is……(eigen keuze)

FOS open scouting is een toverbal

De FOS dat is een toverbal
geen mens weet hoe het worden zal
maar een ding dat weet iedereen
ze kunnen het niet alleen.

Refr.: Dus zullen we er samen
iets van moeten maken
de wereld is een mooi maar werkelijk ding
zullen we er samen
iets van moeten maken
hé héh hé kom maar in de kring.

Bekijk nou eens die leiders
ze kussen alle leidsters
maar een ding dat weet iedereen
ze kunnen het niet alleen.

Faria

  C F-G-C
Lustig is het scoutingleven, faria.
   C F-G-C
Niemand kan ons iets geven, faria
  F G
Rustig is het in de natuur,
  F C
daar gaan wij op avontuur.
  C F G C
Faria, faria, faria, faria, faria

Lustig is het scoutingleven, faria.
Niemand kan ons iets beter geven, faria
Met de glimlach zo staan wij klaar,
altijd en om het even waar,
Faria, faria, faria, faria, faria

Lustig is het scoutingleven, faria
Niemand kan ons beter geven, faria
Eigen keuken is nog zo fijn,
’t beste bed zal een strozak zijn.
Faria, Faria, Faria, Faria, Faria.

Fli fla flo

fli
flifla
fliflaflo
fiesta

combola combola combola fiesta
oh no no no se fiesta
ienimienie exiemienie oe a oe alamienie
exieminie salaminie oe a oe a
biblibliottentottenbobbobandietendattenpssst.

Goed' nacht

   C
Goed’ nacht Bevers
                     G
Goed’ nacht Welpen
   C F Fm
Goed’ nacht Gidsen
   C G C
Nu gaan we uit elkaar.
   C
Morgen ,morgen zingen wij,
  G C
zingen wij,zingen wij.
     C
Morgen,morgen zingen wij,
 G C
’t zelfde lied weerom.

Goede avond kleine welp


Goede avond, kleine welp,
goede nacht vannacht.
Goede avond kleine welp,
slaap maar zacht vannacht !

Goodnight ladies


Good night ladies
good night ladies,
good night ladies
w’ere going to leave you now.

Merely we roll along
roll along, roll along
merely we roll along
over the dark blue see.

farewell ladies
sweet dreams ladies
good night fellow.

He's got the whole world

                      C
He’s got the whole world in his hands
                      G
He’s got the whole world in his hands
                      C
He’s got the whole world in his hands
                       C G
He’s got the whole world in his hands

He got the fire and water in his hands
he got the whole world in his hands.

He got my brothers and sisters in his hands,
he got the whole world in his hands.

He's a jolly good fellow

For he’s a jolly good fellow, (3 times)
And so say all of us.
And so say all of us ( 2 times)
For he’s a jolly good fellow
And so say all of us.

Heimwee doet ons hart verlangen

Heimwee doet ons hart verlangen
naar de heimat onze jeugd
naar de bronzen klokkenzangen
zwaar van rouw of hel van vreugd
zangen uit de oude toren
hij die waakt en verre schouwt
over ’t dorpje aan zijn voet gebouwd

Heimwee doet ons hart verlangen
naar de geur van brem en hei
naar de weiden mist omhan
op een morgen in de mei
Heimwee naar de blonde koren
naar het dennebos vol met peis
naar de vennen stijfgevroren

Heimwee doet ons hart verlangen
naar de ouderlijke haard
met zijn rust niet te vervangen
met zijn vrede wel bewaard
heimwee naar de zomerwinden
heimwee naar hun zoet geruis
in de kruin der groene linden
voor ons oude pannen staan.

Het heeft ons goed gesmaakt

Het heeft ons hier allemaal goed gesmaakt
We hebben de pannen goed leeggemaakt.
Het was hier werkelijk een echt festijn.
Het kon niet beter zijn.

Het loze vissertje

   C G C
Des winters al het regent
        F G C
dan zijn de paadjes diep ja diep
         C G C
Dan komt het loze vissertje
     F G C
al vissen in het riet ja riet

               G C
Met zijne rijfstok, met zijne strijkstok
               G C
met zijne lapzak met zijne knapzak
               C F
Met zijne lere van dieredonne dere
                G C
met zijne lere laarsjes aan
                                               F
Met zijne lere van diere donne dere
               C G C
Met zijne lere laarsjes aan

Dat loze molenarinnetje
Ging in haar deurtje staan ja staan
Opdat het aardig vissertje
Voorbij haar heen zou gaan ja gaan
Met zijne….

Wat heb ik u misdreven
Wat heb ik u misdaan ja daan
opdat ik niet met vrede
Voorbij uw deur mag gaan ja gaan ?
Met mijne…

Gij hebt mij niets misdreven
Gij hebt mijn niets misdaan ja daan
Maar moet mij driemaal zoenen

Eer gij van hier moogt gaan ja gaan
Met uwen …

En dit is dan de historie


En dit is dan d’historie (elke regel herhalen)
Van een oude Chinees.
Hij heette Hinkie Pinkie,
dat is net zo goed als Kees.

Hij woonde in een stalleke,
aan de Chinese muur.
Hij verkocht er pinda pinda’s,
augurkjes in het zuur.

Hij verkocht ook bruine veters,
Maar die verkocht hij zwart.
Per centi-centimeter.
Wat ging dat zaakje hard!

De politie kwam eens kijken
Hij vloog uit China weg.
Een kaartje voor de gevangenis.
Wat had die man een pech!

En dat was dan d'historie
van een oude Chinees
Hij heette Hinkie Pinkie
't was net zoveel als Kees.

Hongerlied


Marmelade, karbonade, varkenspootjes
bloemkool en salade (bis)

O, koekjeskreempjes; o, slagroomtaartjes
Langevingers; pannekoeken,
Honger, honger,..

Hoofd schouders knie en teen


Hoofd schouders knie en teen, knie en teen (X 2)
‘k heb twee oren
‘k heb twee ogen
‘k heb een neus en een mond

hoofd schouders knie en teen, knie en teen.

Hoog op de gele wagen

Hoog op de gele wagen,
rijd ik door berg en dal.
Lustig de kleppers draven,
blij klinkt het hoorngeschal.
Water, wouden en weiden,
stromen zo machtig en vrij !
Ik kan van uw schoon haast niet scheiden)
Maar ’t gaat voorbij en voorbij ) 2x

Bassen, violen en fluiten,
zingen door dorpen blond.
Vrolijke frisse kornuiten,
springen om de linde in ’t rond,
Mee danst het blad in de winden
zwierend en zwaaiend joech-hei.
Hoe graag bleef ik daar bij de linde,
Maar ’t gaat voorbij en voorbij
Hoe bij voorbij

Eens snelt voorbij mijn wagen
duistere schim leidt mijn reis
Klinkende horens versagen
neven de zweep staat de zeis.
Vrienden van liefde en leven
vangt er mijn laatste groet.
Hoe graag was ik bij U gebleven
Maar ’t gaat voorbij en voorbij.

Hoor je de kreet van de Oude Wolven?


Hoor je de kreet van de Oude Wolven ?
Ze roepen je rond de vuurrode vlam.
Vrees niet voor haar wilde dansende tongen,
ze is een vriend voor de wolvenstam.
De vlam leeft van hout en van droge blad’ren
en warmt de wolven met haar gloed.
Waar de vlam gloeit is het uit met het jagen,
alles wordt rustig en alles wordt goed.
Hoor je de kreet van de Oude Wolven ?
Ze roepen je rond de vuurrode vlam.

If you're happy


If you’re happy and you know it clap your hands (X 2)
If you’re happy and you know it
and you realy want to show it
If you’re happy and you know it clap your hands.

stamp your feet
say he man
kiss your girl
do all four.

Ijsgekoelde Coca-Cola


Eén belegd broodje met kaas,
één belegd broodje met worst.
Samen twee belegde broodjes,
één met kaas en één met worst.

En daarbij ijsgekoelde Coca-Cola,
Coca-Cola ijsgekoeld.
Ijsgekoelde Coca-Cola.
Coca-Cola ijsgekoeld.

Twee belegde broodjes met kaas.
Twee belegde broodjes met worst.
Samen vier belegde broodjes,
twee met kaas en twee met worst.

Drie…
Vier….

Ik ben Baloe


Ik ben Baloe de bruine beer; Baloe de dikke bruine beer.
Ik vind het bereleven niet zo kwaad.
Want heus, zo’n dikke, bruine beer,
zo’n hele dikke bruine beer
die weet wel waar het honigpotje staat.

De bijen die zoemen er lustig op los,
Ze zoeken de honig voor mij in het bos.
Ze zorgen vlug voor mijn ontbijt,
daarvoor neem ik rustig de tijd.
Dan waggel ik naar de waterbron
en zoek een plaatsje in de zon.
Zo’n leven dat is goed :
Baloe de bruine beer, die weet wel, wat hij doet,
en hoe het moet…

Ik heb de zon zien zakken


Ik heb de zon zien zakken in de zee (X2)
ik heb de zon zien zakken,
de zon zien zakken,
de zon zien zakken in de zee.

Ik heb een tante in Marokko

‘k Heb een tante in Marokko
en ze komt hiep hoy.
‘k Heb een tante in Marokko
en ze komt hiep hoy.
‘k Heb een tante in Marokko
een tante in Marokko
een tante in Marokko
en ze komt.

Refr.
singing ay ay yippi yippi ye
singing ay ay yippi, ay ay yippi
ay ay yippi yippi ye

En ze komt op twee kamelen
als ze komt hobbeldehobbel!

En ze drinkt een coca cola
als ze komt gloek gloek!

En ze draagt een mini rokje
als ze komt wauw wauw!

En we zullen lekker eten
als ze komt mmmm wat lekker!

En toen is ze niet gekomen
toen ze kwam ach wat jammer!

'k Heb mijn wagen volgeladen


‘k Heb mijn wagen volgeladen, vol met oude wijven.
Toen ze op de markt kwamen begonnen zij te kijven.

Nu neem ik van mijn levensdagen
geen oude wijven op mijn wagen ! Hop, paardje hop !

‘k Heb mijn wagen volgeladen, vol met oude mannen.
Toen ze op de markt kwamen, ze gingen samenspannen.
Nu neem ik van mijn levensdagen
geen oude mannen op mijn wagen ! Hop, paardje hop !

‘k Heb mijn wagen volgeladen, vol met jonge meisjes.
Toen ze op de markt kwamen zongen zij als sijsjes !
Nu neem ik van mijn levensdagen
steeds jonge meisjes op mijn wagen ! Hop, paardje hop !

Ik zag twee beren


‘k Zag twee beren, broodjes smeren
oh dat was een wonder
’t was een wonder, boven wonder
dat die beren smeren konden
hihihi hahaha
‘k stond er bij en ik keek er naar.

apen - noten kraken
mussen - elkaar kussen
koeien - bootje roeien
vliegen - kindje wiegen

In de grote oceaan


In de grote oceaan, is een olifant vergaan.
Met zijn leren broekje aan vol gaatjes, gaatjes, gaatjes.

Aan het frisse Noordzeestrand, is een olifant gestrand.
Met zijn leren broekje aan vol gaatjes, gaatjes, gaatjes.

Aan de Middellandse zee, lopen zij nu twee aan twee.
Met hun leren broekje aan vol gaatjes, gaatjes, gaatjes.

In het bos


In het bos daar staat een huisje
keek eens door het vensterraam
kwam een haasje aangelopen
klopte even aan
help mij! help mij! uit de nood,
of de jager schiet mij dood
laat mij in uw huisje klein,
‘k zal u dankbaar zijn.

In een klein stationnetje


In een klein stationnetje, ’s morgens in de vroegte.
Stonden zeven wagentjes, netjes op een rij.
‘k Zie een machinistje, draaien aan een wieltje.
Akke akke tuut tuut, weg zijn wij.

Jan De Bruine

Jan de Bruine heeft een fiets
met een lekkie in zijn band
en hij plakt dat met zijn kauwgom toe,
Jan de Bruine heeft een fiets
met een lekkie in zijn band
en hij plakt dat met zijn kauwgom toe.

Jef van de Capucienen

En de Jef van de Capucienen, en de Capucienen Jef.
En de Jef van de Capucienen, en de Capucienen Jef.

Laïtjoelalala, tralaliere, laïtjoe-lalalala.
Laïtjoelalala, tralaliere, laïtjoe-lalalala.

Elke strofe wordt op een verschillende manier uitgevoerd
en er wordt een vertelling rond geweven.

1. “Jef” roepen maakt teveel lawaai;
daarom spreken we af om “Pssst” te zeggen in plaats van “Jef”

2. Die “Pssst” klonk maar raar en ze
zouden “Hum” zeggen.

3. Mensen die verkouden zijn “Hummen” teveel;
We “fluiten” dus in plaats van te “Hummen”

4. “Fluiten” was weer te luidruchtig.
We “knippen” dan maar met onze vingers.

5. Dat maakte nog teveel lawaai en er werd
besloten Jef te “wenken”.

6. Jef deed alsof hij dat niet zag.
Unaniem werd besloten om dan maar opnieuw “Jef” te zingen.

Joekadi

Als de zon de kimme raakt
joekadi, joekada
klinkt koedoegeschal : “ontwaakt”
joekadi ada
uit de tent dan vrolijk springen
al die wakk’re scouts die zingen
joekadi, joekada, joekadi, adi, ada.
joekadi, joekada, joekadi, ada

Weldra staan wij kant en klaar,
en vertrekt de ganse schaar.
wat wij zelf niet kunnen dragen,
komt wel mee met onze wagen.

Zeker wordt geen scout gekweld
door een zware beurs vol geld,
welgemoed en zonder zorgen,
vraagt hij nooit met angst naar morgen.

Jongensmagen spoedig jeuken,
maar wij hebben kok en keuken.
Vuren branden, en daar vlucht
hoog de rook weg in de lucht.

Soep, patatjes, frikadellen,
daarmee kunnen wij ’t wel stellen.
Fijne geuren zweven rond :
“Kok, pas op, daar komt een hond”.

Junglegunst

Nu ben je reeds zo oud geworden,
dat je ons voor altijd verlaat.
Je zegt vaarwel aan onze horde
en aan gans de Wolvenraad.

Refr.: En nochtans roepen wij u toe :
de gunst der jungle zij met jou, op je nieuwe wegen
de gunst der jungle zij met jou, op je nieuwe spoor.

Maar je gelaat zal steeds vertonen
wat er in jou nooit zal vergaan :
je glimlach en je toekomstdromen,
je wens voor and’ren klaar te staan.

Kamperen

Kamperen is de mooiste zomersport
waardoor je steeds maar jonger wordt
je trekt door heel het mooie Vlaamse land
door bos en hei en strand.

lalala…

Het slapen gaat soms niet zo al te best
soms lig je in een mierennest,
je doet van heel de nacht geen oog meer dicht
tot aan het morgenlicht.

lalala…

Kent gij Jan de mosselman?

Kent gij Jan, de mosselman
de mosselman
(X2)
Kent gij Jan, de mosselman
de man van Scheveningen.

Ja ik ken de mosselman…

Samen kennen wij de mosselman…

Kili Watch

Kili kili kili kili
watch watch watch watch watch
Kium Kiumbali
Ali adjali adjali kili watch

Kili kili kili kili
watch watch watch watch watch
king keng kejamali
Ali adjami adjami kili watch

Kom wolven doe je best

Kom wolven doe je best, voor je horde en je nest
dan gaat het in de rimboe fijn.
Dan jaag je op je buit, met een glimlach op je snuit,
dan zal het er reuze zijn.
Kom wolven, kom en jaag met ons mee,
jaag door de rimboe heen.
Akela loopt vooraan en Baloe sjokkelt voort )2X
zoals het een beer behoort. )

Komt vrienden in de ronde

Komt vrienden in het ronde
Gij minnaars van enen stiel,
ik zal u gaan verkonden
hoe ik door ’t slijperswiel
de kost verdien voor vrouw en kind
schoon blootgesteld aan weer en wind

refr.:
Terlierelom, teria !
Van links om, rechts om draait mijn steen
Door het roeren van mijn been ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju.

De smid die moet hard werken
gestadig voor het vier.
Hij durft zich niet versterken,
met enen kan goed bier.
Terwijl ik ga op mijn gemak,
soms ook wel met een lege zak.

Sa vrienden voor het leste,
all’ambachten zijn goed.
Maar ’t mijn is toch het beste
schoon ik soms slapen moet,
op hooi en stro in enen stal.
Ik heb den kost voor niemendal.

Kumbaya

Kumbaya my lord, kumbaya
kumbaya my lord, kumbaya
kumbaya my lord, kumbaya
oh lord kumbaya

Someone’s crying my lord, kumbaya
oh lord kumbaya

Someone’s praying my lord, kumbaya
oh lord kumbaya

Someone’s sleeping my lord, kumbaya
oh lord kumbaya.

London is burning

London’s burning, London’s burning
Look yonder, look yonder
Fire fire, fire fire!
And there is no water,
and there is no water.


Macadam

Macadam, macadam, macadam dam dam dam
stenen, stenen
macadam…

Met hoe meer wij ter jacht gaan

Hoe meer wij ter jacht gaan, hoe beter, hoe mooier
Met hoe meer wij ter jacht gaan, hoe beter ’t zal zijn.
Want mijn wolf zei tot uw wolf
en uw wolf zei tot mijn wolf
en zijn wolf zei tot mijn wolf
wat mijn wolf aan mij zei.

Met mijn hand op mijn hoofd

Met mijn hand op mijn hoofd
en wat heb ik daar
dat is mijn leerkastje
dat zeg ik voor waar
leerkastje…holle bolle krullebol
dat is wat ik leerde bij meester Knol.

En wat heb ik daar…
verrekijkers lang nekje
snotneusje broodmandje
notekrakers knieknikkers
kinnebakje kaasdoosje

Michael row the boat ashore

Michael row the boat ashore,
Hal-le-lu-ja,
Michael, row the boat ashore,
Hal-le-lu-jah.

Sister, help to trim the sail,
Hal-le-lu-jah
Sister, help to trim the sail,
Hal-le-lu-ja.

Jordan’s river is deep and wide,
Hal-le-lu-jah
Greener pastures on the other side,
Hal-le-lu-jah.

Jordan’s river is chilly and cold,
Hal-le-lu-jah
Chills the body not the soul,
Hal-le-lu-jah.
Jordan’s river is deep and wide,
Hal-le-lu-jah,
Milk and honey on the other side,
Hal-le-lu-jah.

Mij Sarie Marais

Mij Sarie Marais is so ver van mij hert,
Maar ‘k hoop om haar weer te sien
Sij het in die wijk van die Mooi-rivier gewoon
Nog voor die oorlog het begin.

O bring mij trug na die ou Transvaal,
Daar waar mij Sarie woon,
Daar onder in die milies bij die groen doring boom.
Daar woon mij Sarie Marais.

Mein Hahn ist tot

Mein Hahn ist tot (x4)
Er kann nicht mehr singen
Kukudie und kukuda (x2)
kukukukukukukukukukukukukuku and kukuda

Mijn haan is dood (x4)
Hij kan niet meer kraaien kukudie enz….

Mon coq est mort (x4)
Il ne chante plus kukudie etc…..

Mijn hoed heeft vier deuken

Mijn hoed, die heeft vier deuken
Vier deuken heeft mijn hoed
En had mijn hoed geen vier deuken
Dan was hij mijn hoed niet meer.

Mijn vader is bakker

Mijn vader is bakker, zijn zoontje ben ik
hij bakt lekkere broodjes, opeten doe ik
holladie, holladio holadiopssassa, holladie (bis)

Mijn vader is brouwer, zijn zoontje ben ik
hij brouwt lekkere biertjes, uitdrinken doe ik
hollalie

Mijn vader is schilder, zijn zoontje ben ik
Hij schildert meisjes, ze kussen doe ik.

Mijn vader is bokser, zijn zoontje ben ik.
Hij krijgt de slagen, de centen krijg ik.

Daar hoog in de bergen is het een lust,
Daar worden de meisjes elektrisch gekust.

Mijn vader is metser, zijn zoontje ben ik,
Hij metst de muurtjes, ertegen doe ik.

Minoen Koen

Minoen koentani kaini son
vai ,koent kanta lujen
Minoen koentani kaini son
vai koent kanta lujen
Hey la dja la la
vai koen kanta lujen,
hey la dja la la
vai koent kanta lujen.

My Bonnie

My Bonnie is over the ocean
my Bonnie is over the sea
my Bonnie is over the ocean
oh bring back my Bonnie to me, to me.

Refr.
Bring back, bring back
oh bring back my Bonnie to me, to me
bring back, bring back
oh bring back my Bonnie to me.

Last night as I lay on my pillow
last night as I lay on my bed
last night as I lay on my pillow
I dreamed that my Bonnie was dead.

The winds have blown over the ocean
the winds have blown over the sea
the winds have blown over the ocean
and brought back my Bonnie to me.

Nachtlied

Chil zweeft nu zacht, in ‘t spoor van de nacht,
en Mang de vleermuis komt aan (2X)
Wie hoort bij de dag, is nu vol ontzag
in huis en in stallen gegaan (2X)
’t Is ’t uur van de jacht, van trots en zacht,
klauw en tand regeren de wereld.

Gij allen die ’t hoort, geluk op uw spoor, ) 2X
met de jungle leef steeds in vrede )

Nje Kati

Nje kati, nja bernekatoesjka.
Nje kati, nja bernekatoi
Nje kati-i-i Nja benekatoesjka
Nja britsoe
Nja bernekatoi. Hoi !

O njeppo ni ta ta je

O njeppo ni ta ta je
O njeppo ni ta ta je
O njeppo ni toeki, toeki njeppo
ni toeki, toeki je, ole.

Old MacDonald

Old Mac Donald had a farm, hiahiaho
and on that farm he had some chicks, hiahiaho
with a chick chick here and a chick chick there
here a chick chick there a chick chick
everywhere a chick chick
old Mac Donald had a farm hihahiaho

some ducks
quack quack
some cows
moo moo
some pigs
oink oink

Ontwaakt gij luie slapers

Ontwaakt gij luie slapers, de koekoek roept u op
Wordt wakker, wordt wakker de koekoek roept u op
Koekoek, koekoek. De koekoek roept u op.

De zon kleurt met haar stralen de groenen heuveltop.
Wordt wakker…

Onze kat

Onze kat pirrewirrewat
heeft een staart pirrwirrewaart
en die staart pirrewirrewaart
heeft een krul pirrewirrewul
en die krul pirrewirrewul
heeft een haar pirrewirrewaar
en dat haar pirrewirrewaar
heeft een punt komma
en dat punt pirrewirrewunt
heeft een haar pirrewirrewaar
en dat haar pirrewirrewaar
heeft een krul pirrewirrewul
en die krul pirrewirrewul
heeft een staart pirrewirrewaart
en die staart pirrewirrewaart
heeft een kat miauw!

Op een eiland in Suriname

Op een eiland in Suriname, holaihe, holaliho
at een olifant bananen, holalihe, holaliho
Maar het knaagde aan zijn geweten ?...
hij had een wandluis opgevreten
En terwijl hij daar zat te peinzen…
zat die wandluis daar te grijnzen…
Maar waar was die nou gebleven…
Ze was met de kwijnstroom meegedreven…
Nu eet Jumbo op Suriname…
alweer van zijn bananen…

Pak al je zorgen

Pak al je zorgen in je plunjezak
en fluit, fluit, fluit.
Aan al je moeilijkheden heb je lak
Fluit maar en ’t is uit.

Waarom zou je treuren ? Het helpt je niet vooruit.
Dus, pak al je zorgen in je plunjezak
en fluit, fluit, fluit.

Piet Paaltjes

De fiets van Piet Paaltjes kwam juist hier voorbij.
De fiets van Piet Paaltjes kwam juist hier voorbij.
De fiets van Piet Paaltjes kwam juist hier voorbij.

De wielen van de fiets van Piet Paaltjes
kwam juist hier voorbij.

De banden van de wielen van de fiets van Piet Paaltjes….

Het springen…

Het horen…

Het schrikken…

Het bekomen…

Patrouilleleiderslied

Patrouilleleiders komt gestreden, verbonden door èènzelfde wet.
Zij willen een spoorteken wezen, een spoor dat de anderen redt.
Zij willen een spoorteken wezen, een spoor dat de anderen redt.
En daar reik mij de hand kameraden, zo gaan we tesamen vooruit.
Al mocht u de wereld verraden, ons vriendschap blijft eeuwig bestaan.
Al mocht u de wereld verraden, ons vriendschap blijft eeuwig bestaan.

Platvoetindianen

Dit is het lied der platvoetindianen
dit is de strijdkreet op het oorlogspad.
Oef.

De strofen van dit lied worden gesproken
en door de troep nagezegd per gedeelte
van de zin zoals aangeduid in de eerste strofe.

1. Midden in/ Mexico
niet ver van/ Saxado
Wilde stam/ heeft bestaan
der platvoet/ indiaan

2. Vrouw en kind wigwam woon
elke dag soep en boon
worst en spek ananas
hutsepot en crème de la glacé

3. In de stad geen rumoer
niemand ooit oorlog voer
elke dag man en vrouw
pijpke rook en coca brouw

4. Zekere dag heel alleen
blanke man daar verscheen
met zijn helm en pistool
onversaagd speelt viool

5. Oorlogstrom roept bijeen
duizend man vlug te been
opperhoofd geeft bevel
bleekhuid vangt bij zijn vel

6. Blanke man niet zo zot
stopt zich weg in een grot
indiaan met èènh szchot
èèn voor èèn schiet kapot

7. Opperhoofd in de slop
duivels kwaad roept hij: stop
niemand meer mag kapot
of verdwijn in die grot

8. Roodhuid slim weet toch raad
Opperhoofd zegt: dat gaat
grote steen dik en bol
wordt gezet voor dat hol

9. Bleekgezicht zit nu vast
kan niet weg en krijgt last
hij krijgt dorst, honger, kou
en hij sterft vol berouw

10.Roodhuid zo overwint
heel de stam welgezind
vredespijp wordt gerookt
bleekhuid nu wordt gekookt

11.Kermis komt en men eet
bleekhuid op zonder leed
jong en oud zingt dan luid
want dit lied is nu uit.

Potteke vet

Tarara
Eerste couplet
Wie heeft een potteke met vet
Wie heeft dat potteke…. veeeeet
hier op de tafel gezet ?
Tarara
tweede couplet
…dat potteke, potteke… veeeeet
enz….

Raad bij maneschijn

O wolven, kom vlug aangelopen,
verzamel vlug in ieder nest, in ieder nest,
naar de rots worden wij geroepen ) 2X
hier komen wij, wij doen ons best )

De wolvenraad is weer verzameld
de Oude Wolven hurken neer, ja, hurken neer.

Uit ieder nest brengt men nu samen, ) 2X
de jonge wolfjes, klein en teer. )

O wolven van de Vrije Horde,
O wolven aan de wet getrouw, de wet getrouw,
Kijk goed naar alle kleine wolfjes, ) 2X
keur oog en poot en tand en klauw. )

Kijk toe, o kijk goed toe, o wolven,
zal hij zijn prooi kunnen verslaan, kunnen verslaan ?
Zal hij (zij) de horde kunnen volgen ) 2X
om met ons mee op jacht te gaan ? )

Reuzenlied

Al die daer zegt de Reus die komt, de Reus die komt,
die liegen erom.
Kere weerom, Reuze Reuze; kere weerom Reuzegom.

Sa moeder zet den pot op ’t vier, den pot op ’t vier,
de Reus is hier.

Sa moeder snijdt nen boterham, nen boterham,
de Reus is gram.

Sa moeder stop nu maer het vat, nu maar het vat,
de Reus is zat.

Kere weerom, Reuske, Reuske, kere weerom, Reuzegom.

Rimboejacht

Wij jagen in de rimboejacht,
Op echte vette buit,
En op ons jaarlijks jachtfestijn
Blaffen welpen vrolijk uit :
Yalahi woef woef, yalahi woef woef.
Wie jaagt er met ons mee ? woef woef
Yalahi woef woef, wie jaagt er met ons mee ?

De oude wolven gaan ons voor
Akela voert ons aan
We sluipen snel dan in hun spoor
De wet zegt : zo moet ’t gaan.
Yalahi woef woef, yalahi woef woef
Wie jaagt er met ons mee ? woef woef
Yalahi woef woef, wie jaagt er met ons mee ?

En is van ons de vette buit,
Of vonden wij er geen,
Het spel was fijn, de jacht is uit.
Dus gaan wij allen heen.
Yalahi woef woef, yalahi woef woef
Tot ziens het volgend jaar woef woef
Yalahi woef woef wie jaagt er met ons mee ?

Smakelijk aan tafel

Smakelijk aan tafel
Snij het vlees en breek het brood
Laat het u maar smaken
Help uw maag nu uit de nood.

Smurfenlied

Waar komen jullie toch vandaan, waar de smurfenhuisjes staan.
Hebben jullie ook een eigen taal, ja die spreken we allemaal.
Doen jullie iets wat wij niet durven, ja want wij zijn echte smurfen.
Dit is een lied met een leuk refrein,
jullie zijn groot en wij zijn klein.

Lalala……

Kunnen jullie door een waterkraan, wij kunnen door een waterkraan.
En ook door een sleutelgat, ja ook door een sleutelgat.
Kunnen jullie op een blokfluit spelen,
ja daar kunnen wij ook op spelen.
Vinden smurfen ’t dan zo fijn, ja maar alleen op dat refrein.

Waarom zijn de smurfen klein, omdat jullie groter zijn.
Gaan jullie met die muts naar bed, ja die wordt niet afgezet.
Gaan jullie net als wij ook slapen, nee wij moeten driemaal gapen.
Wat is jullie grootste wens, smurfen maar dat snapt geen mens.

Lalalalalalalalalala….

Spits uwe oren

Spits uwe oren, wolfjes dan,
hoor deze wet der wildernis :
Naar zichzelve luistert een wolfje nooit,
maar het luistert steeds naar de oude wolven,
indien het de horde wil waardig zijn.

Teerpootlied

Als je een flinke teerpoot wil wezen
moet je eerst leren de horderoep.
je naar de raadsrots kunnen begeven
en antwoorden op Akela’s roep.

Refr.: Met de wolven huilen : we doen ons best
Ja, we doen ons best, best, best, best
best, best, best, best.
(*) herhalen twee eerst regels van vorige strofe

Als je een flinke teerpoot wil wezen
moet je eerst luisteren naar de wet.
Weten wat een jong wolfje moet vrezen
dat zich aan deze wet onttrekt.

Als je een flinke teerpoot wil wezen
moet je eerst kennen het Meesterwoord,
met een vreemd wolfje kunnen spreken
en hem begroeten zoals het hoort.

Als je een flinke teerpoot wil wezen
wees dan niet bang voor een beetje wind
of het nu dondert, vriest of regent
blijft steeds vrolijk en welgezind.

Tien kleine negers

Tien kleine negers (bis)
die zaten in de regen (bis)
eentje werd er doodgeregend (bis)
toen waren ze nog met negen (bis)

  • negen kleine negers, die zaten in een gracht
  • acht kleine negers, die zaten te beven
  • zeven kleine negers, die speelden met een mes
  • zes kleine negers, die gingen aan ’t gekijf
  • vijf kleine negers, die dronken een pint bier
  • vier kleine negers, die vloekten sapristie
  • drie kleine negers, die zwommen in de zee
  • twee kleine negers, die vochten om een been
  • een kleine neger, die huwde met Katrien

en na vele jaren,
toen waren ze weer met tien.

Toen ik nog een wolfje was

Toen ik nog een wolfje was
Van een jaar of zes
Toen ving ik graag van alles wat
En liet ik niets met rust
Toen wou ik ook op kamping gaan
Zo stond het in het boekske
Van slapen in een grote tent
En lag ik in het hoekske tralala

Toen ik bij de scouten kwam
Ik was er gaarne bij
Toen mocht ik al eens wandelen gaan
Met de hopman aan mijn zij
Een aardig jong, een lief gezicht
en in zijn hoed een deukske
Hij had een kaki hemdken aan
En een smerig vloeren broekske tralala

Toen ik bij de seniors kwam
de speeltijd was voorbij
Toen wou ik ook aan ’t smoren gaan
Maar dat was niets voor mij
Ons vader had het gauw gezien
En hij zei het met een vloekske :
Hier hebt ge van mij een goei sigaar
En ik deed wat in mijn broekske
tralala

Toen ik dan bij Petrus kwam
Ik klopte aan de poort
St. Pieter zei : Komt gij er maar in
Ge staat er heel goed voor
Ge hebt toch niemand kwaad gedaan
Ge staat niet in mijn boekske
Ik zei : St. Pieter zet me dan
met een gidske in een hoekske
tralala

Trek aan de riemen

Trek aan de riemen, wij varen
Flink op de maat van een lied
Klieft onze boot door de baren
Weg alle zorgen en verdriet.

Refr.: Ohee kameraad, vaar mee kameraad (bis)
De zeilen haal op. De vlag in de top. Haal op!

Zijn wij niet jong en vol leven
Wij vrezen regen noch zon
Stormen zij doen ons niet beven
’t Druipende nat, lach er om !!

Tiyaya O

Tiyaya, tiyaya, tiyaya o (X 3)
tiyaya, tiyaya o. Ya o, ya o, ya o
tiyaya, tiyaya o. Ya o, ya o (X 2)

Afscheidslied

Er moet nu toch vaarwel gezegd
En voor altijd vaarwel.
Aan vriend en spel vaarwel gezegd,
en voor altijd vaarwel.

Refr.:
Wel neen, ’t is geen vaarwel, mijn vriend,
we zien elkander weer
In vreugd en in jolijt, mijn vriend,
zien wij elkander weer!

Want God die uit zijn hemel zend, Hij zegend op ons neer. Brengt ons in zijne hemeltent, ons bij elkander weer.

Refr.: Wel neen, ’t is geen vaarwel, mijn vriend, we zien elkander weer In vreugd en in jolijt, mijn vriend, zien wij elkander weer!

Vader Abraham

Vader Abraham had zeven zonen
zeven zonen had vader Abraham
en ze aten veel
en ze dronken veel
en hadden veel plezier

Van aan het frisse Noordzeestrand

Van aan het frisse Noordzeestrand,
tot aan de Kempische hei
daar trekken kerels door het land,
steeds opgewekt en blij

refr.: hali, halo, wij trekken
wie trekt er met ons mee
hali, hali, halo, wij trekken
wij zijn de FOS.

Zo trekken wij het leven door
steeds blij en onvervaard
wij volgen ’t ene rechte spoor
dat voert in snelle vaart.

Verzamellied

Wiens nest zal er het eerst de raadsrots
met zijn leider vervoegen
Wie heeft er eerst zijn welpen klaar op Akela’s geroep ?
Broeders, welp en gids, zie dat g’uw oren spitst
in de wijde jungle volgt ied’re wolf de wet;
volg haar lijk Mowgli, zijn plaats is reeds bezet
Wiens nest zal er het eerst de Raadsrots
met zijn leiders vervoegen?
Wie heeft het eerst zijn welpen klaar op Akela’s geroep?

Vier weverkes

Vier weverkes zag men ter botermarkt gaan
en de boter die was er zo diere
zij hadden geen duit meer in hunne tas
en ze kochten een pond savieren
schietspoele sjerrebekke spoelza
djikkedjakke kerrekoltjes klits klets
en ze kochten een pond savieren

En als zij dat boterken hadden gekocht
zij hadden nog een platelen
zij spraken dat vrouwken zo vriendelijk aan
om hun boter in vieren te delen

Wel geren zei’t vrouwke zal ik U dat doen
ja zo wel als een vrouwke vol eren
want wel weet ik wat er de weverkens zijn
en de weverkens die zijn er geen heren.

Wat zouden die weverkens heren zijn
zij en hebben noch huize noch erven
en kruipt er een muisken in hunne schapraai
van honger zo moet het er sterven.

En als dat muisken gestorven zal zijn
waar zullen ze het begraven
al onder de weverkens hunne getouw
en het grafke zal rooskens dragen.

Vlaamse Leeuw

Zij zullen hem niet temmen,
de fiere Vlaamse leeuw
Al dreigen zij zijn vrijheid.
Met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen.
Zolang een Vlaming leeft.
Zolang de leeuw kan klauwen.
Zolang hij tanden heeft.
Zij zullen hem niet temmen
Zolang een Vlaming leeft.
Zolang de leeuw kan klauwen
Zolang hij tanden heeft.
Zolang de leeuw kan klauwen
Zolang hij tanden heeft.

Vrienden kom zit neder in de ronde

Vrienden, kom zit neder in de ronde
En genieten wij van deze stonden.
Al te zamen opgewekt en blij.
Schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij.
Al te zamen opgewekt en blij.
Schuif wat dichter, dichter, dichter, dichter bij.

Denk niet meer aan al die droeve dagen.
Met hun stormen, wind en regenvlagen.
Want de winter is al lang voorbij.
Schuif wat dichter…

Ziet de zon is weer in ’t land gekomen.
En wij mogen al te zamen dromen
Van den zomer en den blijden mei.
Schuif wat dichter…

Waar gij later allen moget varen.
wil in ‘t harte trouw den eed bewaren.
Haat door ’t leven altijd zij aan zij.
Schuif wat dichter…

Vrienden voor 't leven

(Down by the riverside)
Vrienden voor ’t leven
in vreugde en in leed
wij blijven steeds bijeen
door heel het leven heen.
Wij zullen samen
in wind en zonneschijn
Vrienden voor ’t leven zijn.
Vrienden voor ’t leven zijn
want onze trouwe band
is als een diamant
gevonden in het zand.
Wij durven zeggen
als j’ onze vriendschap kent
dat je gezegend bent.

Vrolijke vrienden

Vrolijke vrolijke vrienden
Vrolijke vrienden dat zijn wij.
Als wij samen gaan kamperen
in het bos of in de hei
dan klinkt het wel duizend keren
vrolijke vrienden dat zijn wij.

Wel Annemarieken

Wel Annemarieken waar gaat gij naartoe (X 2)
‘k ga naar de buiten al bij de soldaten
hopsasa fallera Annemarie (X 2)

Wel Annemarieken wat gaat gij daar doen
haspen en spinnen, soldaatjes beminnen.

Wel Annemarieken hebt gij er geen man
heb ik geen man, krijg is geen slagen.

Wel Annemarieken hebt gij er geen kind
heb er geen kind, heb er geen zorgen.

Wek Annemarieken hebt gij er geen lief
heb er geen lief, heb er wel zeven.

Welkomstlied

In ons nest, wees welkom mijn broertje (zusje)
wees welkom in ons nest.
Alle wolfjes, groot en klein,
zullen je behulpzaam zijn.
In ons nest, wees welkom mijn broertje (zusje),
wees welkom in ons nest.

Wij bouwen

Wij bouwen
op rotsvaste grond
wij bouwen, wij bouwen
wij vormen een vriendschapsverbond
paraat voor FOS.

Wij voelen ons thuis

(Home on the range)
Wij voelen ons thuis in de wilde natuur
Waar de den en de spar heerlijk geurt
Waar ’s morgens de zon door de nevelen scheurt
En ’s avonds de wolkrand kleurt.

Refr.: Kom kom naar ons kamp
Waar het woudlopersleven u wacht
Stoer maakt gij u sterk voor het komende werk
Dat de roep van het dienen u bracht.

Woutertje

O die…Woutertje, Woutertje, wiede wiede wiede woep.
Piepklein kaboutertje; kom als ik roep.
Woutertje, Woutertje, piepklein kaboutertje,
wiede wiede wiede woep, kom als ik roep.

Ik zag hem voor het eerst op de mat in de gang.
Ik zei “Goeiemorgen, ben je hier al lang ? “
Hij zei: “Nou ik denk een minuutje of vijf .”
Ik vind jou wel aardig, ik denk dat ik blijf.
Ik heb hem al jaren en nooit geeft hij last.
Hij woont in een trommeltje onder de kast.
Maar ’s morgens om zeven hoor je geluid.
Dan roept hij om eten en wil hij eruit.

Hij is reuze aardig, we maken veel pret.
Maar ’s avonds om zeven uur moet hij naar bed.
Hij trekt zijn pyjamaatje aan van katoen.
Dan rolt hij zijn baard op en krijgt nog een zoen.

Zaltbommel

In de grote stad Zaltommel
heerste grote watersnood
En zo menig arme drommel
die niet zwemmen kon ging dood.

Refr.: : En te midden van die rommel,rommel. )
Dreef de torenspits van Bommel. )2x

Een Chinees met lange haren
met een knalrood zwembroekie aan
Viste met machinegaren
appelsientjes en banaan.

In een mand met verse broodjes
zat des bakkers jongste kind
’t Waaide met zijn zwarte pootjes
het stonk uren in de wind.

Op een vlot met houten planken
zat een grote herdershond
Zo erbarmelijk te janken
omdat hij zijn baasje niet vond.

Een matrooos met houten benen, benen en een grote zwembroek aan, zwembroek aan stond als een klein kind te wenen, wenen want zijn schip dat was vergaan, was vergaan.

Zeg kwezeltje

Zeg kwezelke wilde gij dansen ?
Ik zal U geven een ei.
“Wel neen ik”, zei dat kwezelke,
“van dansen ben ik vrij.
Ik kan niet dansen,
Ik mag niet dansen,
Dansen is onze regel niet,
begijntjes en kwezeltjes dansen niet.”

Zeg kwezelke wilde gij dansen ?

ik zal u geven een koe.
“Wel neen ik” zei dat kwezelke,
“van dansen wordt ik moe
Ik en kan…

Zeg kwezelke wilde gij dansen ?
Ik zal u geven een paard
“Wel neen ik”, zei dat kwezelke,
“’t en is mij ’t dansen niet waard,
Ik kan…

Zeg kwezelke wilde gij dansen ?
Ik zal U geven een man.
“Wel ja ik” zei dat kwezelke,
“’k zal dansen al
wat ik kan.
Ik kan niet dansen…

Zeppelin

We stegen met een zucht
tot boven in de lucht
we zaten zo gezellig in ons huisje
we konden alles zien
we hadden pret voor tien
leve de Zeppelin.

Zeven violen

Zeven violen en een kontrabas
en een kontrabas, en een kontrabas
en een kontrabas.
Zeven violen en een kontrabas
en een kontrabas.

77 violen en een kontrabas

777 violen en een kontrabas

7777 violen en een kontrabas

77777 violen en een kontrabas.

Ziet dat eens aan

Zie dat eens aan(2x)
Wat wilde troep(2x)
Wat hels lawaai(2x)
Wat dom geroep(2x)

Refr.: Bij ’t zien van zulke kerels
maakt u maar geen verdriet
twee maanden bij de scouten (of eenheidsnaam)
en gij herkent ze niet

Ze lopen scheef
Ze staan niet fiks
Van groet of wet
Verstaan ze niks

Ze vinden niet
Een simpel spoor
Langs pijl of kruis
Lopen ze door

De A.P.L.
Voelt zich niet wel
Want de P.L. is nu aan ’t spel

De assistent
Ligt in zijn tent
Want bij ’t corvee
Is hij niet mee

De akela
Is ambetant
De bagheera
Is soms plezant

Patat en soep
Dat smaakt ons goed
Doch vis en brood
Is voor de goot

De E.L.
Zit in de knel
Want op het kamp
Heeft hij steeds kramp

Zingen is een ding

Zingen is een ding
dat maakt de mensen flink
Zingen is een ding, dat ons bij eenhoud
Al zijn we nog zo oud
en zovele jaren scouts
Zingen is een ding dat ons bijeen houdt.

Refr.: Tiralalalala, tiralalalala,
tiralalalala, tiralalalala, (2 x)

Bij het kraaien van de haan,
stappen we langs de baan.
De rugzak op de rug en blote knieën
dan zoeken wij in ’t bos
naar het zachtste stukske mos.

Intussen zingen wij er flink op los.

En rond het middaguur
staan de pottekens op het vuur.
En staan de cotelettekes te braden
gebeurd er passant
dat de boel is aangebrand
Dan scheppen we alles onder het zand.

(Br*m L**n*s) kan het niet aan

(Br*m L**n*s) kan het niet aan
Hij is mentaal te zwak
Wenen Wenen
Mama papa wenen
Geef hem nog een koekske
... (vul zelf aan)