Persoonlijke vooruitgang Bevers-Zeehonden

Uit FOSwiki

Deze pagina is een onderdeel van de pagina Klasse- & Badgewerking.


Elke dag een beetje meer

Bevers-Zeehonden zijn op een grote ontdekkingsreis. Veel dingen die ze meemaken in hun dagelijkse leven zijn nieuw voor hen. Op die ontdekkingsreis leren ze bijna dagelijks nieuwe dingen. Ze boeken ontzettend snel vooruitgang. De onwennige kleuter groeit uit tot een stoerder, mondiger, handiger, steviger en sterker kind. Ze leren allerlei kleine en grote vaardigheden. Ze worden steeds handiger in dagelijkse taken en klusjes. Als leid(st)er kan je een belangrijke bijdrage geven aan die ontwikkeling.

Ze zijn trots om hun nieuwe kunstjes te tonen aan hun ouders. Als je ze voldoende aanmoedigt, genoeg geduld opbrengt om hen iets uit te leggen, zullen ze veel vooruitgang boeken. Soms zijn de kleinste verwezenlijkingen al een grote stap: zelf vragen of ze naar het toilet mogen, zich zelfstandig aankleden (ook de schoenen!), lekkere koekjes klaarmaken, hun das plooien: allemaal kleine stapjes die hen iets groter maken!

Bevers-Zeehonden zijn heel enthousiast om nieuwe zaken bij te leren. Ze kijken op naar de oudere kinderen en willen alles wat zij kunnen ook zo snel mogelijk leren. Ze apen de grotere kinderen na en doen hun best om ook zo handig en flink uit de hoek te komen.

Al dat bijleren loopt niet van een leien dakje. Daarom heb je als leid(st)er een belangrijke taak om de Bevers-Zeehonden aan te moedigen en te ondersteunen. Op die manier draag je bij tot de persoonlijke vooruitgang van de Bevers-Zeehonden. Je geeft hen daarbij voldoende tijd en werkt met veel herhalingen. Zo kunnen ze hun nieuwe stapjes inoefenen en vergeten ze niet meer wat ze hebben opgestoken.

De ene Bever/Zeehond is de andere niet…

Hoe sterk en hoe snel Bevers-Zeehonden bijleren is heel erg afhankelijk van kind tot kind. Het ene kind ontwikkelt al wat sneller dan het andere. Door hun snelle vooruitgang is er ook een groot verschil in ontwikkeling tussen de vijf- en de zevenjarige Bevers-Zeehonden. Daardoor komt het dat de oudsten al gefascineerd kunnen zijn door technieken, terwijl de jongste Bevers-Zeehonden zich amper alleen kunnen behelpen met de tandenborstel. Een groot onderscheid tussen jongens en meisjes is er nog niet: ze zijn beide ongeveer even sterk en handig. Hun interesses zijn wel al relatief verschillend. Het aanleren van vaardigheden vergt dus een persoonlijke aanpak. De kinderen in deze tak hebben hoe dan ook veel individuele aandacht nodig. Als ze bijleren is dit niet anders. Het is belangrijk dat je de lat niet te hoog legt en niet iedereen afrekent aan dezelfde eindresultaten. Veel belangrijker is hoezeer ze hun best doen.

Enkele voorbeelden

  • Orde en netheid:
    • Een mooi opgeplooide slaapzak aan het voeteinde van het bed
    • Een netjes opgerolde en correct gedragen das
  • Het lezen van de klok, enkel de volle uren
  • EHBO: als er iets gebeurt, moeten ze aan de leiding kunnen vertellen over het wat, het waar en het hoe. Dit kan je hen bijvoorbeeld aanleren door middel van toneeltjes.
  • Zwemmen: kennismaken met water en hun angst overwinnen (uiteraard onder strikte begeleiding).
  • Een bal werpen en vangen
  • Schoenveters knopen
  • Zelfstandig aankleden, wassen, tandenpoetsen,…

Tot slot

Of we het nu hebben over techniekenwerking of ‘vaardigheidswerking’ dienen we altijd goed voor ogen te houden dat het hier gaat over een middel om een aantal doelen te bereiken. Zo mag het leren netjes vouwen van de das nooit een doel op zich zijn. Het aanleren van deze specifieke vaardigheid is eerder een middel om zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid (=doel) te bevorderen.

Het bijleren is uiteraard belangrijk, maar nog mooier is dat persoonlijke vooruitgang gebeurt op een leuke, speelse manier.