Teervoetboekje:pionieren

Uit FOSwiki



10.Bouw eens iets

Knopen & Pionieren

Platte knoop

Gebruik: De platte knoop wordt gebruikt om twee touwen van gelijke dikte met elkaar te verbinden.

Werkwijze: Als de twee uiteinden van het touw niet langs dezelfde kant liggen, heb je een „oude wijvenknoop” gelegd. Deze knoop zal niet houden en is bovendien moeilijk los te maken als er spanning op staat.

Voordelen: De knoop is klein en plat, gemakkelijk te leggen en weer los te maken.

Nadelen: Als er veel kracht op de touwen komt is de knoop minder betrouwbaar. Bovendien kun je hem ook niet gebruiken bij gladde kunstvezellijnen (bv. nylontouw): de knoop zal dan slippen.

Schootsteek (of weversknoop)

Gebruik: De schootsteek wordt gebruikt om twee touwen van ongelijke dikte met elkaar te verbinden, maar ook bij touwen van gelijke dikte kan hij geschikter zijn dan een platte knoop (bv. bij het aan elkaar knopen van touwen van verschillende materialen of bij natte en bevroren touwen). Let op dat je met het het dunne touw het kruis maakt,anders komt de knoop zeker los.

Voordelen: de schootsteek is gemakkelijk te leggen, verbruikt niet te veel touw en is gemakkelijk los te maken. Indien de spanning erop niet te wisselend is zal hij niet loskomen.

Mastworp

Gebruik: de mastworp wordt gebruikt om een touw aan een paal vast te maken (bv bij het begin van een sjorring).

Werkwijze: de mastworp kan op verschillende manieren gelegd worden, naargelang de top van de paal al dan niet vrij is.

Nadelen: indien er voortdurend wordt gerukt aan een lijn, die met een mastworp werd vastgezet, heeft de mastworp de neiging om zich los te werken, zeker indien de paal waarrond hij werd gelegd kan ronddraaien.

Timmermanssteek

Gebruik: de timmermanssteek is een zeer eenvoudige manier om een schuivende lus rond een voorwerp of een paal aan te leggen. Hij kan bv gebruikt worden als begin van een sjorring of voor het slepen of hijsen van palen.

Werkwijze:

Achtknoop

Gebruik: de achtsteek dient om een verdikking in het uiteinde van een touw te maken. Hij wordt gebruikt om het uitrafelen van een touw te voorkomen.

Werkwijze:

Opschieten van een touw

Met het opbergen van een touw bedoelen we het oprollen of opschieten in slagen, waarna het geheel dusdanig wordt gezet dat de slagen niet uiteenvallen. Als men de tros nodig heeft, dan kan hij snel en eenvoudig weer worden afgerold, zonder dat hij in de knoop raakt.

Kruissjorring

De kruissjorring wordt veel toegepast. Een kruissjorring wordt gebruikt om twee palen aan elkaar vast te maken die niet meer van stand hoeven te veranderen. Je kunt deze sjorring ook gebruiken, als de palen niet loodrecht op elkaar staan. De kruissjorring is uitstekend geschikt voor het maken van dwarsverbindingen en kan veel kracht verwerken, als hij tenminste goed wordt uitgevoerd.

Je begint de kruissjorring met een mastworp of een timmermanssteek op de vaste balk. (je kan voorslagen en constrictorknopen gebruiken voor extra zekerheid)

Komt de druk op de horizontale paal van boven, dan komt de worp of knoop net onder de horizontale paal om de verticale paal te zitten.

Je slaat het touw om de palen. Bij de horizontale balk komen de slagen binnen elkaar en bij de verticale paal buiten elkaar te liggen.

Doe dit tot 5 keer. Trek steeds strak aan en behoudt spanning.

Daarna ga je wurgen. Je slaat het touw tussen de palen door om de slagen heen. Deze wurgingen trek je zeer strak aan. Je maakt 3 of 4 wurgingen afhankelijk van hoeveel ruimte er is. De wurgingen moeten netjes naast elkaar liggen en dus niet elkaar afknellen.

Je eindigt met een mastworp op de ‘losse’ balk, om je spanning hierbij niet te verliezen leg je eerste een halve steek (zoals in de tekening). Die houdt de spanning lang genoeg om je mastworp te leggen. Je kunt ook iemand vragen om met de duim de spanning even te houden.


Gereedschap

Tijdens het kamperen en pionieren wordt heel wat gereedschap gebruikt. We zullen hier ingaan op het veilig gebruik en dagelijks onderhoud van het gereedschap. Het herstellen van het gereedschap behoort niet tot de eisen van teervoet of tweede klas, dit laat je best over aan de materiaalmeester van je eenheid. Gereedschap wordt enkel gebruikt waarvoor het gemaakt is. Zo mag je met een spade geen takken gaan afhakken. Omgekeerd gebruik je ook geen bijl om een put te maken, daarvoor gebruik je de spade, schop en houweel. Wanneer je het gereedschap correct gebruikt en niet laat rondslingeren zal het veel langer mee gaan. Met slecht materiaal werken is gevaarlijk en kan tot ongevallen leiden! Breng dit onmiddellijk terug naar de materiaaltent. De beste manier om met gereedschap te leren om gaan is door het te gebruiken. Wanneer je voor je begint onderstaande puntjes eens leest en je vraagt aan een leider om je even te helpen zal het snel lukken. Daarna moet je het zoveel mogelijk proberen doen!

De bijl

Bijlen worden gebruikt om kleinere takken door te hakken. Je kan een kleine bijl goed gebruiken voor takken die ongeveer een arm dik zijn. Dikkere takken en stammen kunnen met een grote bijl gehakt worden maar dikwijls is zagen dan efficiënter. Voor het gebruik van een grote bijl is ook heel wat kracht en techniek nodig. Leer eerst hout hakken met een kleine bijl, wanneer je dit goed kan kan je een grotere bijl proberen. Een kleine bijl heeft een steel van ongeveer 40 cm en de kop van de bijl weegt 800 gram of minder. Grotere bijlen hebben een langere steel en een zwaardere kop. De steel is belangrijk voor een goede bijl. Hij moet tijdens het hakken schokken en trillingen kunnen opvangen. Een slechte steel geeft deze trillingen gewoon door aan je hand, dit is veel vermoeiender en leidt tot pijn in de hand en de pols. Daarom hebben houten stelen een dubbele buiging, die helpt bij het opvangen van de trillingen. Nieuwere bijlen hebben een steel die gemaakt is uit kunststof of 'vezels'. Niet al deze stelen zijn even goed, let dus op bij de aankoop van bijlen met een kunststof steel. Deze stelen zijn vaak ook duurder dan de gewone houten stelen maar ze kunnen wel duurzamer zijn. Hoewel bij goed onderhoud en gebruik van bijlen met een houten steel deze ook lang kunnen mee gaan.

Enkele kenmerken van een goede bijl:

  • Het zwaartepunt moet net achter de kop van de bijl liggen.
  • De kop van de bijl moet in gesmeed staal zijn en het snijdende gedeelte moet licht rond zijn.
  • Een houten steel moet een dubbele buiging vertonen.
  • Kies een bijl die niet te zwaar is zodat je ze gemakkelijk met één hand kan hanteren

Voor je een bijl gebruikt controleer je best als deze nog in goede staat is. Enkele puntjes waarop je kunt letten:

  • De snede moet scherp zijn, met een botte bijl schiet je gemakkelijker uit
  • De kop moet vast op de steel zitten, gebruik geen bijlen waarvan de kop los op de steel zit
  • Een houten steel mag geen barsten of breuken vertonen

Gebruik:

  • Hak nooit op leunend hout, steeds op steunend hout
  • Gebruik altijd een houten hakblok
  • Sla niet recht maar onder een hoek van 45° in het hout, afwisselend links & rechts
  • Laat de bijl in het hout vallen, je hoeft niet teveel kracht te gebruiken
  • Als je aan het hakken bent, let je er op dat er niemand anders in de kaphoek staat. Je hakt ook enkel en alleen in de kaphoek
  • Zorg er voor de je handen en voeten buiten bereik van de bijl zijn, ook wanneer deze uitglijdt
  • Een handbijl (kleine bijl) gebruikt men met één hand, nooit met twee.

Na gebruik berg je de bijl terug op. Wanneer je ze direct terug nodig hebt kan je ze in de kapblok plaatsen. Laat nooit een bijl in het gras slingeren. Je vind ze niet rap terug, je kan er over of op vallen en je zal vergeten ze 's avonds op te bergen. Laat bijlen nooit nat worden, de kop van de bijl gaat dan roesten en de houten steel kan hierdoor permanent beschadigd worden.

De zaag

Dikkere takken en stammen worden gezaagd. Hiervoor wordt meestal een boogzaag gebruikt. Bij een dergelijke zaag wordt het zaagblad in de metalen boog opgespannen (tekening). Er zijn verschillende zaagbladen voor nat en droog hout. Zagen met een boogzaag doe je steeds met twee, tenzij je een kleine boogzaag gebruikt. Om een stuk hout te zagen leg je het over de kapblok en je zaagt het overhangende deel af. Eventueel kan je een zaagbok sjorren om het zagen te vergemakkelijken (tekening) tijdens het zagen laat je de zaag gelijklopend heen en weer bewegen zonder veel kracht uit te oefenen of de zaag in het hout te duwen.

Net zoals de bijl leg je een zaag nooit in het gras! Leg ze over de kapblok of hang ze ergens op. Wanneer je de zaag opbergt moet je het zaagblad ontspannen.

Wanneer gebruik je nu een bijl en wanneer een zaag?

  • Voor kleine takjes, tot ongeveer 5 cm dik, is een bijl het handigst als je er goed mee overweg kan. Voor dikkere takken gebruik je beter een zaag.
  • Een bijl of machete is heel handig om kleine takjes van een grotere stam te hakken.
  • Je kunt een bijl ook gebruiken om uit een groot droog stuk hout spaanders de hakken die je kan gebruiken om je vuur aan te steken.

Spaden, schoppen en houwelen

Deze worden gebruikt voor het graven van een hudoput, afvalput, vuurkring, …

Een houweel gebruik je enkel wanneer je met een spade of schop niet verder kunt en je door een harde laag of een laag met veel keien moet. Gebruik de houweel enkel om de grond los te werken, met een schop haal je deze dan uit de put. Wanneer je een sjorbalk recht in de grond wilt 35 plaatsen kan je hiervoor een grondboor gebruiken. Hiermee maak je ronde gaten in de grond waar de sjorbalk perfect in past.

Dit materiaal moet steeds proper opgeborgen worden, met een staalborstel of een bol versleten sjortouw kan je de aarde verwijderen. Net zoals bijlen en messen moeten spaden en schoppen scherp zijn om ze goed te kunnen gebruiken.

Messen