Teervoetboekje:vuur

Uit FOSwiki



11. Etenstijd!

Vuren

vuurdriehoek

Je hebt drie dingen nodig om een vuur te beginnen:

  • brandstof (hout, gas, ...),
  • zuurstof,
  • ontsteking (vlam, vonk, ...)

Waar maak je een vuur

Voor het vuur aan te maken kiezen we een geschikte plaats, natuurlijk is dit niet tussen de struiken of midden in een bos. We zorgen er voor dat al het brandbaar materiaal uit de directe omgeving weg zijn. Dit zijn alle takjes en losse bladeren, verwijder ook keien uit de vuurcirkel. Zoek de windrichting en zorg er voor dat de rook niet door je volledige kampplaats waait.

Hout

Om vuur te maken hebben we hout nodig. Voor je het vuur aansteekt moet je voldoende hout verzamelen om het vuur goed te laten branden. Daarvoor heb je zowel dun sprokkelhout als dikker hout nodig. Het sprokkelhout breek je gemakkelijk terwijl je het vuur voorbereidt. Het dikkere hout zal je moeten kappen of zagen voor je het vuur kan aansteken. Wanneer je hout in het bos gaat zoeken, kies je best droog en dor hout. 'Vers' hout waar nog bladeren op staan of dat nog buigzaam is, is te nat om vuur mee te maken.

Voor je begint zorg je er voor dat je genoeg sprokkelhout en dikker hout verzameld hebt. Het beste sprokkelhout om een vuur mee aan te steken komt van naaldbomen. Het dikkere hout van naaldbomen is ook goed om een vuur mee te maken, maar het brandt echter zeer snel op. Probeer dus ook wat loofboomhout te vinden.

Veiligheidsmaatregelen

Voor we een vuur maken moeten we enkele maatregelen nemen die ongelukken moeten voorkomen. Hier moet je zeker op letten wanneer je een vuur stookt:

  • Verwijder alle brandbaar materiaal uit de omgeving van het vuur
  • Voor je begint zorg je ervoor dat je een emmer water, een schop en eventueel een brandblusser bij de hand hebt.
  • Verlaat nooit een vuur zonder dat je er zeker van bent dat het volledig gedoofd is.
  • Begraaf geen takken en gooi geen hete as weg.
  • Bij het doven sprenkel je best voorzichtig water over het vuur uit, verspreidt de vuurblokken over de kampvuurruimte om ze een voor een volledig te doven.
  • Indien, ondanks alles, toch brand uitbreekt doof dan het vuur met aarde of water. Sla het brandende gras met groen hout en stamp het uit met de voeten. Dooft het vuur niet, verwittig dan zo vlug mogelijk een hulppost.

Een vuur aansteken

Je hebt om te beginnen een goede ontsteking nodig. Wees creatief en gebruik niet altijd papier of karton. je kan bijvoorbeeld ijzerwol gebruiken en er een vonk inkrijgen met een 9 volt batterij of je kan kleine stukjes sjortouw gebruiken, het een beetje ontrafelen, en met een magnesiumstick er een vonk in krijgen. Voor je begint zorg je ervoor dat je alles bij je hebt vooral véél klein sprokelhout, maar ook vrij veel dikker hout (een vinger tot een arm dik). Verwijder al het brandbaar materiaal (mos, ondergrondse wortels, ...) op de plek waar je vuur wil maken.

  1. Je verfrommelt het papier en legt het in de vuurplaats op een hoop. Leg nooit je papier bovenop je hout, dat heeft geen zin en kan brandend wegwaaien!
  2. Op het papier stapel je zoveel mogelijk sprokkelhout.
  3. Bovenop de stapel komt het iets dikkere hout (een vinger dik). Zorg ervoor dat er nog genoeg zuurstof bij de vlammen kan.
  4. Wanneer dit laatste hout brandt en het papier en sprokkelhout in elkaar begint te zakken, leg je er nog hout van deze dikte op, tot het goed brand. Probeer de gloeiende as van het hout zoveel mogelijk samen te houden en leg het nieuwe hout hier net boven. Zo bekom je een warme kern die de basis vormt van je vuur.
  5. Je kunt pas dikker hout gaan gebruiken wanneer je een goed brandend vuur met veel gloeiende as hebt.

Soorten vuren

Afhankelijk van de situatie waarin je je bevindt of de functie van het vuur kan je verschillende soorten vuren maken. Om op de koken kan je een tafelvuur of een jagersvuur maken. Een tafelvuur maken vraagt veel tijd, dit vuur maak je enkel wanneer je langer op een dezelfde plek blijft kamperen. Een jagersvuur daarentegen is zeer snel gemaakt.

Tafelvuur

Voor dit vuur wordt eerst een lage tafel gesjord op kniehoogte. De tafel wordt volledig bedekt met omgekeerde graszoden en modder. Hierop maak je muurtjes met stenen, graszoden en modder. Tussen de muurtjes kan je dan vuur maken, de kookpotten komen boven het vuur op de muurtjes en roosters te staan. Bij de opbouw van het tafelvuur let je best op de windrichting en zorg je er voor dat de wind door je vuur kan waaien. Zorg er ook voor dat de laag tussen het sjorhout en je vuur dik genoeg is, anders kan het gebeuren dat je sjorhout uiteindelijk toch doorbrandt.

Isolatievuur

Eigenlijk een tafelvuur op de grond: platform van stammetjes op de grond met daartussen een vlechtwerk, vervolgens een laag zand, pas daarop het vuur.

Jagersvuur

Een greppel in de grond, in de windrichting. De greppel mag niet te diep zijn zodat de wind er nog goed in kan. Je kan dit ook doen met dikke balken.

Pagodevuur

Typische kamp vuur, een volle pyramide van ingekeepte stammetjes. Dit wordt vaak gebruikt voor grotere kampvuren.

Koken