Voorbeelden van spelen bij bevers

Uit FOSwiki


Poppenspel

Poppenspel is een gegarandeerd succes voor deze leeftijdsgroep. Doe maar eens navraag in de kleuterschool.

Een poppenspel maak je eevoudig zelf. Desnoods kan heel wat geimproviseerd worden. Decors en poppen maken zijn reeds een activiteit op zich. Dit kan met zeer eenvoudige materialen, bv. figuurtjes (uit een kleurboek bv.) uitknippen en op kartonnen rolletjes (zoals die van keukenrollen of toiletpapier) kleven, of gewoon op een stokje met wat tape aan de achterzijde vastmaken. Je kan ook sokpoppen maken. Met enkele sokken en wat overschotjes stof, wol, inpakmateriaal, enz. Natuurlijk kan je ook met “echte” poppen spelen.

Hier volgt een voorbeeld van een uitgeschreven poppenspel, speciaal voor deze leeftijdsgroep. Het kan je op weg helpen om zelf stukjes te maken. Uiteindelijk moet je altijd voor ogen houden dat het poppenspel een spelvorm blijft. Spelen is dus ook hier het belangrijkste.

Poppenspel : Op reis (vakantie)

(dit kan gespeeld worden na een bezoek aan het station of een uitstap naar zee)

- Figuren : eend Kwik en Kwak of kabouter Pim en Pam, spoorwegman

- Materialen : speelgoedtrein, reiskoffer

- Verhaal :

 Veel drukte.
 Eendje Kwik en Kwak hebben vakantie en gaan op reis. Zij komen met een reiskoffer te 
 voorschijn. Gesprekje over vakantie en reizen met de bevers. Eendje Kwik beweert dat zij met 
 de trein naar de zee reizen.
 In het gesprek maken Kwik en Kwak allerlei onvoorstelbare allusies op wat zij er zullen beleven :
 Bv. : Wij zullen daar een stoomboot nemen en naar het land van Sinterklaas varen... (reactie 
         bevers) ...
         Wij zullen aan zee een zandkasteel bouwen en er zelf gaan in wonen, dan zijn wij koning 
         en koningin Kwik en Kwak.
 Nu moeten wij onze koffer klaarmaken.
 Wat hebben wij nodig?
 De verschillende attributen worden door de kinderen opgesomd en beurtelings door de eendjes 
 in een koffer gelegd (poppekledij).
 Kwik : “O, wat een werk, onze reiskoffer is bijna vol!”
 Kwak : “Moet er ook speelgoed bij?”
 (de kleuters sommen maar op : strandbal, speelgoedboot, enz.)
 De reiskoffer wordt dichtgemaakt (duwen en veel kracht gebruiken, zo nodig de bevers laten 
 helpen).
 Nu nog eenmaal slapen...
 Gordijn.
 De volgende dag :
 Kwik en Kwak worden gewekt door de wekker (wekker laten aflopen).
 Alle handelingen bij het opstaan worden uitgevoer voor of achter het scherm : wassen, tanden 
 Poetsen, pluimen kammen, koffie zetten, eten).
 Een druk weg en weer geloop.
 Ze nemen de reiskoffer en vertrekken.
 Gordijn.
 In het station :
 Geluid van remmende, fluitende treinen, voorbijlopende mensen (kan vooraf in een echt station 
 op band opgenomen worden).
 Kwik en Kwak komen eraan. Zij vertellen over de drukte.
 Waarheen moeten zij nu? Naar spoor vijf.
 In al hun haast vergeten zij de reiskoffer. De trein vertrekt (fluitje, geluid van vertrekkende trein).
 Een spoorwegman ziet de eenzame reiskoffer, vraagt aan de kinderen van wie die is. Wat zit 
 erin? Waarheen zijn Kwik en Kwak?
 Besluit de reiskoffer naar de verloren voorwerpen te brengen.
 (Alternatief : De koffer kan beginnen praten en zijn angst aan de kinderen vertellen. Waar zal hij 
 nu overnachten? Wat met de spullen die hij meedraagt? Wat met de eendjes als zij opmerken 
 dat de koffer is vergeten?
 Wil ergens binnen gaan om te schuilen.
 Plots komt de spoorwegman en ziet de verlaten koffer.)
 Gordijn.
 Kwik en Kwak komen aan zee.
 Stappen uit de trein (decor : een zicht op zee).
 Laten treurig hun vleugels hangen en komen op het randje van de poppenkast zitten treuren. 
 Maken elkaar verwijten als : “Jij moest ervoor zorgen!”. “Nee, jij hebt de koffer neergezet!”. Zij 
 maken bange veronderstellingen. Waarmee moeten wij nu spelen? Wat moeten wij nu 
 aantrekken?
 Spreken de kinderen aan. Deze vertellen wat er met de koffer is gebeurd en waar hij zich 
 bevindt. De eendjes zoeken samen met de kinderen een oplossing voor hun probleem.
 De kinderen kunnen de koffer nemen (staat ergens in het lokaal) en hem terug aan de eendjes 
 overhandigen.
 Zo komt er een gulle bedanking aan de goede kinderen die hen hielpen. Zij gaan vlug een zakje 
 snoep kopen voor de kinderen.
 Daarna vertrekken de eendjes zingend naar zee!

Buitenleven

Er is bij kinderen een drang naar “openluchtleven” aanwezig. Blijf niet in je lokaal zitten, trek de open lucht in. Heel belangrijk is ook het zich bewust worden van de omgeving, erop inspelen. We belanden hier bij de natuur, die we als dankbaar materiaal kunnen gebruiken (wel gebruiken, niet misbruiken). Buitenleven hoeft niet in een bos, het kan in het centrum van een drukke stad, al was het maar om het verschil in hartslag te voelen tussen stad en volle natuur.

Weinig mensen staan vandaag nog stil bij het mooie in de natuur. Hoe een spin haar web maakt, hoe een bloem ruikt, hoe de vogeltjes fluiten, hoe de natuur rondom ons groeit en bloeit van de ene lente op de andere. We vinden het allemaal zo doodnormaal dat we er geen aandacht meer aan schenken.

We kunnen in de natuur zoveel inspiratie opdoen voor allerlei spelen. We kunnen ook gewoon genieten met al onze zintuigen van die natuur. Wat we al niet allemaal kunnen horen, zien, voelen, ruiken, enz.

Horen

- het fluiten van de vogels - het zoemen van een bij - het ritselen van de bladeren, gras, graan, enz. - het huilen van de wind - het kabbelen van stromend water - ...

Zien :

- hoe een bijtje gaat eten op een bloem - kleurverschillen tussen bomen, planten, bloemen, grassen, stenen, enz. - konijnepijpen, vogelnesten, ,mierennesten, enz. - hoe vogels een nestje maken - wat de mensen in de natuur achterlaten (vervuiling) - het verschil tussen vervuild water en zuiver water - het verschil in seizoenen - ...

Voelen :

- harde grassen, zachte grassen - struiken met en zonder doornen - harde grond (keien), zachte grond (zand) - in de schaduw is het kouder dan in de zon - water waar de zon nooit op schijnt is koud, water waar de zon wel op schijnt is warmer - ...

Ruiken :

- pas afgemaaid gras - het bos na een regenbui - verschillende geuren van bloemen - de geur van koeien, varkens, enz.

Proeven :

- bosbessen, vlierbessen, braambessen, zurkel, enz. - verse melk van de koe, de geit

Wat we allemaal kunnen doen met de natuur :

- hutten bouwen van takken - memory-spel met natuurprodukten - spelen in het zand - kliederen met klei en zand - vanalles verzamelen - bloemen drogen - een bloemstukje maken - ...

herfst

Planten :

- bomen verkleuren, bladeren worden geel, rood, bruin en vallen af - klimop komt in bloei - tijd van appels, peren, noten, kastanjes, ... - paddestoelen bloeien in volle glorie - chrysanten en asters zijn de laatste bloemen - overal staan de bieten rijp

Dieren :

- de zwaluwen verzamelen zich - hond/poes ruift en krijgt z’n wintervacht - het aantal vlinders vermindert - eekhoorntjes leggen hun wintervoorraad aan - de jacht op konijnen, hazen en fazanten wordt geopend

Weer – kledij :

- de regenjassen en rubberlaarzen worden terug bovengehaald - we trekken warmere bloezen en lange broeken aan - ook kousen kunnen we nu niet meer missen - wind, regen, wolken, onweer

Activiteiten :

- boswandeling + bladeren, noten, kastanjes verzamelen om mee te knutselen - paddestoelen bekijken en vergelijken - uit bieten en andere wortelsoorten figuren snijden

winter

Planten :

- de bomen zijn nu volledig kaal - naaldbomen blijven groen - alles wordt bedekt met sneeuw - vanaf februari komen de eerste winterbloemen uit (sneeuwklokje, krokus, narcis) - binnen kun je hyacintenbollen planten

Dieren :

- veel dieren doen een winterslaap (vleermuizen, schildpadden, ...) - veel vogels zijn naar warmere streken getrokken (zwaluw, eend) - toch zijn er nog roodborstjes, mussen, mezen, spechten, ... - in februari begint de mol molshopen te graven

Weer – kledij :

- iedereen draagt nu muts, sjaal, handschoenen, laarzen, dikke mantel, ... - ijspegels, vriesbloemen tegen de ruiten - onze adem dampt - er valt sneeuw, hagel - we voelen de koude snijden in ons gezicht

Activiteiten :

- sneeuw en ijspret - bollen en knollen planten (bv. tulp, hyacint) - vogelplankjes maken, vogels voeren - nestkastjes timmeren - in de sneeuw dieresporen zoeken van hazen, konijnen, eekhoorntjes, fazanten, ...

lente

Planten :

- bomen en struiken beginnen te botten en te bloeien - tussen het gras vinden we weer sleutelbloemen, anemonen, paardebloemen, dovenetels,

 boterbloemen, ...

- de boomgaarden komen in volle bloei - overal vinden we wilgenkatjes

Dieren :

- bijen, hommels, vliegen, … - merels, zanglijsters zingen weer hun mooiste lied - vele trekvogels komen zich terug op hun oude plaatsen vestigen - ze bouwen nesten en leggen eitjes - we zien vlinders, kikkers, wormen, slakken, hagedissen - jonge vogels vliegen uit - het is ook de tijd van de glimwormen, lieveheersbeestjes, krekels, …

Weer – kledij :

- soms schijnt de zon, maar we voelen de warmte er zo nog niet van - soms overtrekt de lucht met dikke, donkere wolken - maartse buien en aprilse grillen - wintermantels, mutsen, sjalen worden thuisgelaten en vervangen door regenjassen en

 rubberlaarzen

Activiteiten : - sla, waterkers, radijsjes kunnen geplant worden - zaden in een potje zaaien - uitstap naar de boerderij (het is de tijd van lammetjes, kalfjes, veulens, biggen, kuikens, …)

zomer

Planten :

- men vindt korenbloemen en klaprozen in het veld - ook klaver en varens groeien - de bomen en struiken zijn uitgebloeid en dragen volop vruchten : aardbeien, kersen, krieken,

 rode/zwarte bessen, stekelbessen, vlierbessen, braambessen, rabarber, …

- veel huizen zijn met bloemen versierd - het graan rijpt en wordt gemaaid (koren, gerst, tarwe, haver, …)

Dieren :

- we zien jonge vogels, vlinders, slakken, waterjuffers, spinnen

Weer – kledij :

- minder regen - witte, lichte vederwolkjes - felle blauwe hemel - de zon geeft een heerlijke warmte - regenjassen worden thuisgelaten - sandalen, shorts, open bloesjes in alle kleuren worden volop gedragen - we zien een gamma zonnebrillen en zonnehoeden

Activiteiten :

- water- en strand- of zandspelen - het is de ideale tijd voor uitstappen


Informatieve spelen

Sommigen zullen de wenkbrauwen fronsen als ze de titel van deze paragraaf lezen. Informatieve spelen voor bevers? Het hangt er natuurlijk van af wat je onder een informatief spel verstaat. Voor bevers “beperken” we ons tot het overbrengen van en spelen met “informatie”. Er zit soms wel een maatschappelijke ondertoon in sommige thema’s, maar een vereiste is dit voor deze tak echt niet. Informatieve spelen voor bevers kunnen ook handelen over verkeerstekens, bloemen, snoepen, enz. We beperken ons hier tot enkele voorbeelden.



Enkele muziek- en zangspelletjes

Muziek- en zangspelletjes zijn bijzonder geschikt voor deze leeftijdsgroep. We vertrekken telkens van gekende kinderliedjes en –dansjes. Indien je problemen mocht hebben met tekst of “danspasje”, ga je best eens de plaatselijke kleuterjuf bezoeken. Ze zal je zeker kunnen helpen. En... misschien kunnen de bevers het zelf wel...

Dag mijn Roosmarijntje, dag mijn Augustijntje

- Materiaal : geen

- Tekst :

 Dag mijn Roosmarijntje, dag mijn Augustijntje,
 ’t schijnt dat gij mij gaarne ziet?
 Nee, nee, nee dat geloof ik niet.
 ’t Kan me niets meer schelen, ’t kan me niets meer schelen
 Jij blijft hier en ik ga door...

- Spel :

 Alle kinderen staan in een kring. Eén kind gaat voor een ander staan en zingt :
 kind		: Dag mijn Roosmarijntje (ze schudden elkaar de hand)
 antwoord	: Dag mijn Augustijntje (ze schudden elkaar de linkerhand)
 samen		: ’t Schijnt dat gij mij gaarne ziet?

(ze wijzen naar elkaar) Nee, nee, nee, dat geloof ik niet (afwijzende gebaren) ‘t Kan me niets meer schelen (2 maal) (met de handen in de zij draaien ze beurtelings links en rechts en stampen ze

 beurtelings met de rechter, dan met de linkervoet op de grond)
 Jij blijft hier en ik ga door (uitbeelden)
 (ze schuiven één plaats op en het lied begint opnieuw)

De kikkertjes

- Materiaal : geen

- Tekst :

 De kikkertjes, de kikkertjes zijn aardig om te zien.
 In ’t hoge gras, in ’t lage gras daar springen zij in ’t rond.
 En vader puit en moeder puit die gingen met de kleintjes uit.
 Twee oogjes, twee oortjes, een neusje en een mond.
 Refrein : O kwak kwak kwak, o kwak kwak kwak, o kwak kwak kwak, 
                o kwak kwak kwak (2 maal)

- Spel :

 De kinderen stappen in de kring. Op “kwak” draaien ze naar het midden en bootsen ze met hun 
 handen het open en sluiten van een bek na.
 Strofe 1 : De kinderen bootsen hoog en laag na en springen als een kikker.
 Strofe 2 : Terug rondstappen in de kring. Op “vader puit” stappen ze zeer stoer, op “moeder 
                puit” zeer lief stappen, op “kleintjes” zeer snel trippelen.
 Strofe 3 : Aangezicht naar het midden en de zintuigen tonen.

Kom wat dichter

- Materiaal : geen

- Tekst :

 Kom wat dichter, dichter, dichter
 Kom wat dichter, dichter bij
 Ga nu verder, verder, verder
 Ga nu verder weg van mij
 Zet de handjes, handjes, handjes
 Zet de handjes in de zij
 En dan draaien, draaien, draaien
 En dan draaien in de rij.

- Spel :

 De kinderen staan in een kring en zingen het lied. Terwijl ze zingen lopen ze naar het midden 
 van de kring, daarna weer terug.
 Terug op hun plaats laten ze de handen los, draaien rond hun eigen as met de handen in de 
 lucht draaiend.

Daar liep een oude vrouw op straat

- Materiaal : geen

- Tekst :

 Daar liep een oude vrouw op straat
 In de Kei, in de Kei, in de Keizersstraat.
 Zij had een aardig mutsje op in de Kei, in de Kei
 In de Keizersstraat
 Die oude vrouw die bleef nu staan in de Kei,
 in de Kezersstraat.

- Spel :

 De kinderen stappen in de kring rond. Eén kind staat in de kring en loopt de tegenovergestelde 
 richting uit. Ze zingen allen het lied “In de Kein, ... straat”.
 Het kind huppelt met de handen in de zij voor een ander kind.
 Dan loopt het terug verder. Op “In de Kei, ... straat” voor de tweede maal, pakt het de handen 
 van het kind waar het voor staat en huppelt ter plaatse. Het tweede kind komt ook in de kring en 
 het lied begint opnieuw.

Kimberleyse trein

- Materiaal : geen

- Spel :

 De kinderen staan per twee in een kring, handen op schouderhoogte.
 Dan zingen ze :
 Daar komt de trein, daar komt de trein
 De Kimberleyse trein, tuut tuut (2 maal)
 Lalalalalalala (3 maal)
 De kinderen gaan naar binnen en wentelen hun armen voorwaarts, terwijl ze de eerste tekst 
 zingen. Daarna gaan ze achteruit en wentelen hun armen achterwaarts. Op het refrein per twee 
 ronddraaien met de zon mee.

De zevensprong

- Materiaal : geen

- Tekst :

 Heb je wel gehoord van de zeven de zeven,
 Heb je wel gehoord van de zevenzprong?
 Wie zegt dat ik niet dansen kan?
 Ik dans gelijk een edelman, en dat is één, ... zeven

- Spel :

 De spelers staan in een kring. Het spel bestaat uit zeven fasen :
 1) linkervoet pasje vooruit
 2) rechtervoet pasje vooruit
 3) op linkerknie zitten
 4) op rechterknie zitten
 5) linkerelleboog steunen op de grond
 6) rechterelleboog steunen op de grond
 7) voorover buigen, hoofd op de grond

Zeg ken jij de mosselman?

- Materiaal : geen

- Tekst :

 Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman?
 Zeg ken jij de mosselman, de man van Scheveningen?
 Ja ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman.
 Ja ik ken de mosselman, de man van Scheveningen.
 Samen kennen wij de mosselman, de mosselman, de mosselman.
 Samen kennen wij de mosselman, de man van Scheveningen.

- Spel :

 De spelers staan in een ruime kring. Eén speler wordt aangeduid om het spel te beginnen. Hij 
 staat tegenover een medespeler en begint te zingen. Hierbij zet hij de handen in de zij en 
 huppelt beurtelings zijlings op linker- en rechterbeen. De andere antwoordt : “Ja ik ken...”. 
 Daarna dansen beide kinderen de armen gekruist op de rug rond de kring en zingen daarbij : 
 “Samen kennen wij...”. Wanneer het lied uit is, gaan beide kinderen voor twee andere staan en 
 het spel herbegint.