Vuur maken

Uit FOSwiki

Vooraleer we wat verder ingaan op vuren (en het maken ervan), toch nog eerst even een woordje over het veiligheidsaspect. Want wie zijn gat verbrand moet op de blaren zitten!

  • Een belangrijk aandachtspunt is alvast dat je nooit vuur stookt in de buurt van brandbaar materiaal. Hou dus een voldoende grote afstand met bijvoorbeeld je tent, de bosrand,...
  • Zorg er verder voor dat je het vuur onder controle houdt. Het is niet wenselijk dat er meer begint aan te branden dan dat jij wil. Baken dus je vuur goed af (stenen, dikke balken, aarde,...).
  • Best heb je ook wat blusmateriaal bij de hand. Je weet immers nooit of er iets zal foutlopen.


De geheimen van een goed kampvuur

Om een goed vuur te stoken is wat basiskennis erg handig. Als je bijvoorbeeld een kampvuur stookt kan het geen kwaad om te weten hoe je ervoor kunt zorgen dat je zo min mogelijk rook hebt. Wil je snel koken op houtvuur, dan is het wel zo makkelijk als je weet hoe je het vuur snel en effectief kunt opbouwen. We zullen in dit overzicht een aantal zaken voor je op een rijtje zetten.

Vergeet niet: vuur stoken is iets waarmee je veel ellende op je hals kan halen als je het verkeerd doet of op verkeerde plaatsen. Doe het daarom alleen tijdens de scouts onder toezicht van volwassenen.


Wat is een vuur?

Voor een vuur heb je drie dingen nodig:

  • zuurstof (lucht),
  • brandstof (in ons geval hout)
  • en voldoende warmte (ontstekinsbron).

Hoeveel warmte je nodig hebt hangt af van de brandstof. Zo weet je dat je bij een brandstof als benzine heel weinig nodig hebt om het te ontvlammen.
Bij hout zul je meestal wat meer je best moeten doen om de boel aan de gang te krijgen. Het vuur zal warmer worden als je meer zuurstof toevoert. De andere kant van de medaille is dan dat je wel sneller door je brandstof heen zal gaan. Met minder zuurstof brandt het minder hard, en zal het vuur gaan gloeien.


Hoe voorkom je rook?

Rook is een gevolg van onvolledige verbranding. Zorg voor voldoende zuurstof in je vuur en gebruik geen naaldhout als je zeker wilt zijn van een rookvrij vuur. Om die zuurstof binnen te laten moet je opletten dat je het vuur niet verstikt. Smijt dus niet zomaar een stapel hout op elkaar, want dan kan er niet genoeg lucht tussen. Als je vuur warm genoeg is en je geen nat hout gebruikt dan zal je vuur zo min mogelijk roken.


Sprokkelen

Natuurlijk hebben we voor een goed vuur een flinke voorraad hout nodig. Als scout ga je goed met de natuur om, al was het maar omdat je wilt dat je voorraad brandhout zichzelf blijft aanvullen. Sprokkel dus altijd dood hout en leg het, als dat kan, bij je clubhuis of bivak te drogen.

Verdeel je voorraad in drie stapels, die oplopen in grootte.

De eerste (kleine) stapel is de tondel. Dit is het kleinste spul dat je gebruikt om het vuur mee aan te steken. Een goed voorbeeld hiervan is berkenschors. Haal dan het buitenste laagje, ook wel het 'papier' genaamd, (dat vaak al los zit) van de berkenboom. Let daarbij goed op dat je de bast zelf niet beschadigt. Stukken bast die je op de grond ziet liggen zijn ook geschikt maar zijn vaak natter. Bewaar je tondel op een droge plek.

De tweede voorraad is het aanmaakhout. Dit zijn de kleine takken die door de tondel aan worden gestoken en die op hun beurt weer de grotere balken aan moeten steken. Zachte houten zijn hier erg geschikt voor. Die branden wel sneller en je hebt er dus wat meer van nodig.
Hars houdend hout is ook erg geschikt. Het zal wat vonken, maar het brand wel goed. Dit aanmaakhout moet wel droog zijn. Met tondel alleen zul je normaal niet genoeg warmte hebben om nat aanmaakhout droog te stoken. Heb je geen droog aanmaakhout, dan zou je kunnen overwegen vuuraanmakers te gebruiken. Natuurlijk gebruik je geen giftige troep uit de winkel, maar je eigen vuuraanmakers.

De derde en grootste voorraad is het grotere hout. Dit is het hout waarop je vuur uiteindelijk moet branden. Gebruik hiervoor de hardere, zwaardere houtsoorten. Deze produceren ook prima kolen. Op die hete kolen is het gemakkelijk om je vuur uren aan de gang te houden. Als je geen droog hout hebt is het een goed plan om met een kloofbijl of gewone bijl je balken te splijten. Het hout in de kern is vaak een stuk droger.

Zorg dat je genoeg hout hebt. Je laat een vuur natuurlijk nooit alleen om meer hout te gaan zoeken.

Het is altijd handig een voorraad aan te leggen. Leg het te drogen in je clubhuis. Je hebt dan altijd hout bij de hand als je zin hebt om een vuurtje te stoken.


Klaarmaken van de vuurplaats

Voordat we het vuur gaan opbouwen kijken we eerst eens naar de plaats waar we gaan stoken. Let op de volgende punten:

• Is er bluswater in de buurt? Zorg bij kampvuren altijd voor een emmer water. Als je het niet gebruikt om het vuur te doven, dan misschien wel om iemand met brandwonden zo snel mogelijk te kunnen helpen.

• Hoe staat de wind? Natuurlijk kies je de stookplaats zo dat de rook niet over het eten en de plek waar je straks gaat zitten eten waait. Zorg ervoor dat de opening van je vuur op de wind staat en vrij is. Dat scheelt je een flinke hoofdpijn van het aanblazen.

• Zorg ervoor dat er geen brandbare zaken in de buurt zijn. Denk daarbij aan beplanting, overhangende takken, maar ook aan boomwortels in de grond.

• Denk aan je kleding. Zorg dat je geen snel brandbare kleding aan hebt. Een fleecetrui is lekker warm als je 's avonds een vuurtje moet opbouwen maar smelt heel snel als het warm wordt. Doe liever een paar lagen veiliger kleren aan. Op die manier kun je ook later nog eens een laagje uitdoen als het door het vuur te warm is geworden.


Opbouw van vuren

Er zijn drie hoofdgroepen: boven, op en in de grond. Beslis eerst waarvoor je het vuur wil gebruiken (als kampvuur, om een omelet te maken,…) en kies daarna het soort vuur in functie daarvan.

Vuren boven de grond

  • Tafelvuur: Vuur op een geconstrueerde tafel, de lucht zorgt voor de gewenste isolatie.
  • Isolatievuur: Platform van stammetjes op de grond met daartussen een vlechtwerk, vervolgens een laag zand, pas daarop het vuur.
  • Pagodetafelvuur: Piramide met ingekeepte stammetjes, daarop een platform en dat weer afgedekt met zand.
  • Kribbevuur: Het veiligste type tafelvuur. Op de warmste plaats is het zand het dikst.

Stoken6.jpg Stoken5.jpg


Vuren op de grond

De simpelste vorm van vuur maar vaak onveilig (brandbare ondergrond zoals turf of met wortels doortrokken grond) en vaak zelfs verboden.

  • Piramide vuur: Dit is de basis voor elk vuur. Je bouwt de pyramide door van binnen naar buiten hout tegen elkaar te zetten, dat dikker wordt naar gelang je verder van de kern afkomt. Laat aan de windkant de zogenaamde stookgang open, waardoor het vuur kan worden aangestoken.

Vuur piramide.gif

  • Houthakkersvuur: Het houthakkersvuur is een simpel kookvuur. Je legt twee moeilijk brandbare stammen of rijen stenen naast elkaar, waartussen zo een geul ontstaat. Aan de windkant is die geul het breedst en loopt dan langzaam naar elkaar toe. Daarboven wordt met enkele V-stokken een constructie gemaakt waar je een pan aan kunt ophangen.

Vuur houthakkersvuur.gif

  • Jagersvuur: Het jagersvuur is eigenlijk het basisprincipe van het hiervoor beschreven houthakkersvuur. Hier worden de pannen echter onmiddellijk op de twee moeilijk brandbare stammen geplaatst. Je kunt eventueel kookstaven of een kookplaat gebruiken om de pannen op te zetten.

Vuur jagersvuur.gif

  • Kraanvuur: Het kraanvuur ontstaan door met een lange tak een pan boven een teepeh (=pyramide) -vuur te hangen.

Vuur kraanvuur.gif

  • Pagodevuur: Het pagodevuur wordt veel toegepast wanneer een groot vuur moet worden gemaakt, en is dus uitermate geschikt voor een kampvuur. Het heeft de vorm van de oosterse pagodetempels en geeft door de spitse vlam uitzonderlijk veel licht. Die vlam ontstaat door de bouwvorm van het pagodevuur die dezelfde eigenschap heeft als een schoorsteen. Als je het vuur aansteekt, ontstaat er een warme luchtkolom die opstijgt waardoor er vanonder af verse zuurstof wordt aangezogen. Dit natuurkundig verschijnsel zorgt voor snelle verbranding.

Vuur pagodevuur.gif

  • Reflectorvuur: De reflector wordt gemaakt van stevige, moeilijke brandbare stammen. De vlammen behoren door de wind tegen de reflector te worden geblazen. Je kunt aluminumfolie tegen de reflector doen, waardoor het reflecterend effect nog wordt vergroot. Je kunt dit vuur maken als er iets geroosterd moet worden, maar ook als het erg koud is, want dan maak je zo'n vuur voor de opening van de tent.

Vuur reflector.gif

  • Stervuur: Dit is een vuur dat lang kan doorbranden zonder dat je het bos in hoeft om nieuw hout te halen. Je schuift namelijk gewoon de dikke balken (bijvoorbeeld eik en beuk), die met hun uiteinden in het vuur zijn gelegd, iets meer naar het midden.

Vuur stervuur.gif

  • Greppelvuur: Greppel of goot in de grond, windrichting in de lengterichting. Kan recht of in kruisvorm. Geschikt om op te koken. Als de greppel in een T-vorm wordt gegraven spreken van een T-vuur.

Vuur greppelvuur.gif


Stoken1.jpg Stoken2.jpg Stoken3.jpg Stoken4.jpg

Vuren in de grond

Bij deze vuren wordt de grond zelf gebruikt als isolatie. De warmte van het vuur wordt gericht naar de plaats waar die het best tot haar recht komt.

  • Bermvuur of commando-vuur: In een steile wand wordt vlak onder de rand een gat gegraven, waarin het vuur wordt gestookt. Loodrecht hierop maak je een gat, waardoor de vlammen omhoog komen en waarop je een pan kunt zetten. Het vuur kan alleen in redelijk stevige grond worden gegraven. Zorg er voor dat de schuingegraven ingang naar de wind staat. De vlammen komen dan omhoog. Je stookt het vuur door hout toe te voegen door de horizontale of schuine ingang.

Vuur commandovuur.gif

  • Dakotavuur: Dit vuur is een variant op het commandovuur. Je graaft als het ware een tunnel in de grond (dit kan enkel als de grond voldoende stevig is), waarin het vuur wordt gestookt. Dit is een zeer 'zuinig' vuur, de warmte wordt optimaal gebruikt. Let op voldoende luchtdoorvoer, anders stikt je vuur. Als je nog een schoorsteen op de vuurpijp zet, heb je een Yukonkachel.

Vuur dakotavuur.gif

Aansteken

Elke manier van opbouwen heeft met elkaar gemeen dat de tondel in het midden komt te liggen. Van daaruit worden de takken en balken naar buiten toe steeds dikker. Je steekt de tondel door een opening aan en hoopt dat het de omliggende takken aan zal steken. Blaas eerst voorzichtig en daarna iets harder om het beter te laten branden. Blaas nooit tegen de wind in.

Zorg dat de tondel lang genoeg blijft branden en dat de vlammen (die natuurlijk naar boven gaan) ook echt wat hebben om aan te steken. Je moet er wel op letten dat je aan de andere kant ook weer niet te gretig bent en er meteen een boel hout bovenop gooit. Je zal het vuur dan verstikken. Vergeet de vuurdriehoek niet! Werk zo steeds een stapje groter tot je de grote blokken aan het branden hebt en je goede kolen hebt die heet genoeg zijn om nieuw hout te ontbranden. Als je zover bent kun je rustig achterover leunen in de kampvuurkuil, want het vuur zal voorlopig niet uit gaan. Af en toe een blokje erbij en wat hout te drogen leggen en je kan er zonder problemen een hele lange avond van maken.

Als je wilt koken op het vuur, zorg dan dat je snel een boel licht hout verstookt, zonder het vuur te verstikken. Het koken gaat namelijk het beste en het schoonste op hete kolen.
Dat scheelt je weer een paar zwart geblakerde hamburgers. Heb je geen haast? Leg er dan een paar kleine stukken van harder hout op. Die branden minder snel, maar leveren mooiere kolen op. Laat jezelf (tenzij je echt haast hebt) niet verleiden tot het koken in de vlammen van het aanmaakhout. Je pannen worden zwart, tenzij je ze ontzettend goed hebt ingesmeerd met groene zeep en de vlammen zijn bovendien een stuk minder heet dan gloeiende kolen.



Stenen

Je kunt stenen als steun of als afbakening gebruiken bij de opbouw van je vuur. Een groot voordeel van stenen is dat ze heel goed warmte vasthouden. Je kan zo bijvoorbeeld heel mooi koken in de resten van je kampvuur.
Maar we willen je vooral op het hart drukken op te passen met stenen. Gebruik NOOIT natte stenen, poreuze stenen, leisteen en andere zachte stenen. Je kan de stenen testen door ze tegen elkaar te slaan. Het gevaar zit hem erin dat het water snel zal uitzetten als de stenen in of naast het vuur liggen. De steen kan zo uit elkaar spatten. Pas dus erg goed op!



Doven

Als stoker ben je niet alleen verantwoordelijk voor de gang van zaken tijdens de opbouw en tijdens het kampvuur of het koken, maar ook voor het netjes achterlaten van de stookplaats. Zorg ervoor dat het vuur helemaal uit is op het moment dat je vertrekt. Denk niet dat die laatste paar gloeiende kolen onschadelijk zijn. Een licht briesje kan de smeulende kolen alweer doen ontvlammen en zo kan het hele vuur weer oplaaien. Zorg dus dat je je vuur goed dooft met water of zand. Als je met water blust, leg dan het vuur eerst uit elkaar en blus dan de afzondelijke blokken. Dat scheelt water en een modderpoel.

Let er goed op dat er geen boomwortel of heide in de grond zit dat kan gaan smeulen.


OPMERKING
Kampvuren en koken op houtvuur is voor velen een van de leukste dingen die je bij scouting doet. Met een beetje oefening en de info op deze pagina zul je er al gauw goed in worden.
Veel plezier bij de lange avonden rond het kampvuur!