Begeleidershouding

Uit FOSwiki

Versie door Femke (500e Nationale structuren) (overleg | bijdragen) op 7 sep 2009 om 17:57 (Nieuwe pagina: =Positief omgaan met je scouts & gidsen= Om een goede band met je leden op te bouwen, is je eigen houding erg belangrijk. Je kan op verschillende manieren omgaan met je scouts & gidse...)

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Positief omgaan met je scouts & gidsen

Om een goede band met je leden op te bouwen, is je eigen houding erg belangrijk. Je kan op verschillende manieren omgaan met je scouts & gidsen. Een goede leid(st)er ben je niet van de ene dag op de andere. Je leert het met vallen en opstaan en vooral door veel ervaring op te doen. Bovendien heeft elke leid(st)er een eigen stijl: streng of flexibel, meer afstandelijk of eerder open, uitbundig of rustig, eerder creatief of eerder verzorgend. Elke leid(st)er binnen je ploeg heeft zo zijn of haar eigen sterktes. Toch zijn er een aantal elementen die een goede begeleidershouding kenmerken:

Open scouting

In een federatie die zichzelf “open” noemt, vinden we het belangrijk dat omgangsvormen getuigen van eerlijkheid en respect voor de andere persoon. We kiezen dan ook voor omgangsvormen die uitgaan van gelijkwaardigheid in de relatie, zodat iedereen zichzelf kan zijn en kan groeien.

Een positief zelfbeeld stimuleren

Kinderen groeien op en ontwikkelen een beeld van zichzelf. Dit zelfbeeld omvat zowel positieve als negatieve ideeën over zichzelf, wat heel bepalend is voor hun gevoelsleven en hun gedrag. Het is dan ook erg belangrijk dat kinderen en jongeren een positief beeld van zichzelf ontwikkelen. Dit beeld wordt bepaald door alle ervaringen die ze hebben, dus ook door de manier waarop je als leiding met hen omgaat. Je kan een positieve invloed hebben op het zelfbeeld van je leden door:

  • warmte naar hen uit te stralen;
  • hen het gevoel te geven dat ze heel erg welkom zijn en dat je het leuk vindt om met hen te werken en te spelen;
  • je in te leven in hun leefwereld, te luisteren naar hun verhalen en hen een enthousiast of troostend woordje te geven als dat nodig is;
  • hen te tonen dat je hen vertrouwt en dat ze heel wat in hun mars hebben;
  • hen aan te moedigen in hun sterke kanten en de nadruk te leggen op die aspecten van hun gedrag die je waardeert;
  • oog te hebben voor iedereen en ervoor te zorgen dat iedereen zich betrokken voelt.

Jezelf zijn

Binnen Open Scouting mag iedereen zichzelf zijn … en dat geldt ook voor jou! Je hebt je eigen persoonlijkheid, waarden en normen en die hoef je niet te verstoppen. Je hoeft als leiding geen rolletje te spelen. Als jij eerlijk en echt bent, weten je leden waar ze aan toe zijn. Anderzijds hebben ook je leden het recht om zichzelf te zijn. Wees je er dus van bewust dat jouw mening de jouwe is en dat iemand anders er een andere opinie op na kan houden. Probeer je mening en ideeën te delen zonder ze op te dringen.

Scouting da’s fun

Scouting is in de eerste plaats een enorm plezierige vrijetijdsbesteding! Je maakt het voor je leden nog plezanter met een creatief en origineel aanbod en door zelf enthousiast en actief deel te nemen aan de activiteiten. Probeer je leden structuur te bieden zonder hen daardoor af te remmen in hun enthousiasme.

Kritische & zelfstandige scouts & gidsen

Met scouting hebben we ook een doel voor ogen. We willen kinderen en jongeren helpen opgroeien tot kritische en zelfstandige scouts en gidsen. Het is dan ook belangrijk dat je hen – volgens leeftijd en kunnen – de verantwoordelijkheid geeft om dingen waar te maken en uit te proberen. Betrek hen – op maat van hun leeftijd – zoveel mogelijk bij beslissingen en stel je gelijkwaardig aan hen op. Je geeft het goede voorbeeld, komt je eigen engagementen na en houdt je aan de afspraken.

Het woord “begeleidershouding” zegt het zelf: het is de houding die je aanneemt bij het begeleiden van je leden. Probeer deze houding dan ook voortdurend aan te nemen, zowel in alledaagse situaties als in probleemsituaties.

Objectief waarnemen

Positief omgaan met kinderen heeft alles te maken met je reactie op het gedrag van kinderen en jongeren. En jouw reactie op hun gedrag wordt dan weer bepaald door de manier waarop je hun gedrag waarneemt.

Verschil tussen observeren, interpreteren & beoordelen

Je neemt voortdurend de werkelijkheid waar, ook tijdens de scoutsactiviteiten. Maar waarnemen is een veel ingewikkelder proces dan het op het eerste zicht lijkt. Een waarneming bestaat eigenlijk uit drie verschillende processen, namelijk observeren, interpreteren en beoordelen. Deze processen zijn vaak sterk verweven in je hoofd. Meestal besef je amper of je nu aan het observeren, interpreteren of beoordelen bent. Nochtans is er een belangrijk onderscheid tussen deze drie:

  • observeren: ik zie, ik hoor, ik ruik, ik tast, ik smaak
  • interpreteren: ik denk hierover, ik voel hierbij, ik besluit hieruit, …
  • beoordelen: dit is goed of slecht, juist of fout, normaal of abnormaal, gewoon of ongewoon, …

Uiteraard zal je reactie beïnvloed worden door de interpretatie en beoordeling die jij aan het gedrag van je leden koppelt.

Aangezien je waarneming zo’n grote invloed heeft op je reactie, is het goed om je ervan bewust te zijn wanneer je ‘puur’ observeert en wanneer je interpreteert en beoordeelt. Door een onderscheid te maken tussen wat je observeert en wat je daarbij denkt, krijg je een beter en betrouwbaarder zicht op de kinderen en op de situatie.

Filters in je hersenen

Je zintuigen en hersenen moeten voortdurend informatie opnemen en verwerken. Het gaat om zo’n grote hoeveelheden informatie dat ze er niet in slagen alle prikkels te verwerken. Je waarneming wordt dan ook op verschillende manieren gefilterd. Je hersenen zoeken allerlei manieren om observatie, interpretatie en beoordeling sneller en eenvoudiger te doen verlopen.

Selectie

Bewust of onbewust wordt er een selectie gemaakt in de prikkels die je wel en niet opneemt en verwerkt.

Referentiekader

Zelfs indien verschillende mensen hetzelfde observeren, zullen zij dit dikwijls op een verschillende manier interpreteren en beoordelen. Je maakt deze sprong op basis van jouw kijk op de wereld. Dit noemen we het referentiekader. Iedereen heeft een eigen uniek kader, een bril waardoor je naar de werkelijkheid kijkt. Deze bril wordt bepaald door een aantal elementen, zoals je kennis, vroegere ervaringen, je gevoelens, je stemming, je waarden, normen en overtuigingen, vooroordelen, je opleiding en dergelijke meer.

VOORBEELD

Je stemming op dat moment Als je kwaad of verdrietig bent, zal je eerder denken dat Timon kwade bedoelingen heeft, dan wanneer je vrolijk en gelukkig rondloopt.

Je vroegere ervaringen Wat je observeert zal je steeds toetsen aan je vroegere ervaringen. Als een van je leden bijvoorbeeld al eens eerder in de beek is gevallen, zal je sneller denken dat dit ook bij Timon het geval is.

Je opvoeding Dingen die jij anders geleerd hebt, zullen je misschien meer opvallen of je zal ze eerder beoordelen als ‘fout’. Als je zelf steeds geleerd hebt dat het belangrijk is om stipt op tijd te komen, zal je je eerder ergeren aan leden en leiding die te laat komen.

Je waarden & normen Iedereen heeft zijn eigen waarden en normen. Iets wat indruist tegen jouw waarden en normen zal je sneller opvallen, je zal dit anders interpreteren en beoordelen. De ene leider vindt een leugentje om bestwil wel kunnen, een andere leider vindt dit helemaal fout.

Dit referentiekader zal ervoor zorgen dat jij meer aandacht zal hebben voor bepaalde gedragingen of dat je bepaalde situaties eerder zal opmerken. Het zal je interpretatie en beoordeling van deze gedragingen en situaties ook sterk beïnvloeden.

De eerste indruk

Bovendien is dit een proces dat zichzelf versterkt. De eerste indruk die je je van iemand vormt, is vaak bepalend voor het beeld dat je daarna van die persoon hebt en verder opbouwt. De eerste indruk vormt een referentiepunt waarrond je alle verdere informatie probeert te groeperen. Al je latere interpretaties van iemands gedrag, zullen beïnvloed worden door het eerste beeld dat je je van die persoon gevormd hebben.

Halo- & Horneffect

Doorgaans probeer je ook een samenhangend beeld van iemand op te hangen. Als je een Aspirant leuk vindt, overschat je dikwijls ook al zijn talenten. Je vindt hem intelligenter, eerlijker, sportiever en handiger dan hij in werkelijkheid is. Dit noemen we het halo-effect. Het tegengestelde komt ook voor, namelijk het horneffect. Dit effect houdt in dat je op basis van een negatief kenmerk ook de rest van de persoon als negatief beoordeelt.

Mogelijke gevolgen

Indien je je niet bewust bent van het feit dat je gedrag interpreteert en beoordeelt op basis van je persoonlijk referentiekader, kan het gebeuren dat je je eigen waarheid als algemene waarheid aanziet. Je ziet dan over het hoofd dat jouw interpretatie en beoordeling grondig kunnen verschillen van de betekenis die het kind of de jongere aan de situatie geeft. Op langere termijn kan dit je band met je leden erg schaden, doordat:

  • je een negatieve invloed hebt op het zelfbeeld van het kind:

Steeds als Kaat opgaat in het spel en enthousiast roept naar de tegenspeler, zeg je dat ze teveel lawaai maakt. Kaat dacht dat het goed was om flink mee te spelen, maar begint “lawaaierig” steeds meer als een negatief aspect van zichzelf te zien en durft na een tijd niet meer zo enthousiast te spelen.

  • je een “selffulfilling prophecy” (zichzelf waarmakende voorspelling) veroorzaakt:

Jorne moet de glazen naar de bar brengen. Vorige keer heeft hij een glas laten vallen. Je zegt: “Jorne, laat het niet vallen hé. Straks maak je wéér iets kapot.” Als je dit steeds herhaalt zal Jorne onzeker worden en aarzelen om nog dingen te doen. Door de onzekerheid wordt hij onhandiger en je onbedoelde voorspelling is dus uitgekomen.

TIP

  • Probeer je steeds bewust te zijn van bovenstaande filters.
  • Probeer je eerste indruk regelmatig bij te stellen op basis van nieuwe informatie.
  • Toets je eigen observaties en interpretaties bij andere mensen.
  • Probeer je beoordeling steeds zoveel mogelijk te baseren op objectieve gegevens.
  • Om zeker te zijn dat je het gedrag van je leden juist inschat is het belangrijk om na te gaan of jouw interpretatie wel overeenstemt met wat de ander bedoelt alvorens je zijn of haar gedrag beoordeelt. Een goede communicatie is daarbij erg belangrijk. Als je je interpretaties eerst toetst, kan je de situatie beter inschatten en een correctere beoordeling maken. Dit is een goede basis om op een juiste wijze te reageren.