Leeftijdskenmerken Welpen

Uit FOSwiki

Versie door WikiSysop (overleg | bijdragen) op 22 aug 2008 om 12:02 (Nieuwe pagina: <big>'''“wie zijn de kinderen of jongeren van mijn groep?”'''</big> Om dat te weten te komen moeten je de leefwereld van je leden door en door kennen, hun interesses, wat ze doen ...)

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

“wie zijn de kinderen of jongeren van mijn groep?” Om dat te weten te komen moeten je de leefwereld van je leden door en door kennen, hun interesses, wat ze doen en wie ze zijn, … Eens je dat weet kan je je activiteiten daarop afstemmen.

Individu

Motoriek

Welpen zijn al relatief handig: hun fijne motoriek is flink opgeschoten. Ze worden sneller en sterker en ontwikkelen nieuwe vaardigheden omdat hun coördinatie verbetert. Er is weinig of geen verschil tussen jongens en meisjes, hoewel dit verschil bij oudere welpen wel al duidelijker kan worden. Op deze leeftijd hebben kinderen al een beter ontwikkelde motoriek. Ze springen, lopen en kruipen graag. Ze kunnen echt deugddoend spelen op die manier. Ze meten zich graag met elkaar. Ze willen spelen met elementair materiaal: in bomen klimmen, ploeteren in de modder, … Ze zitten vol energie en uitbundigheid. Welpen tonen een enorme levenslust in hun luidruchtige en wilde spelletjes. Zoals een jonge hond kauwend op een been, ontwikkelt het kind zijn natuurlijke talenten en vindt hij/zij zichzelf terug in het spel. Naarmate hij/zij ouder wordt krijgt dat spel een meer doelgericht karakter.

Intellectueel

In hun brein is er heel wat aan de gang: ze leren hun aandacht spreiden (zo kunnen ze bvb. Tijdens een voetbalspelletje aandacht hebben voor de bal én voor de tegenstander). Ze houden van uitdagingen, ontdekkingen en willen dingen kunnen bijleren. Ze gaan zich ook meer en meer interesseren voor specifieke onderwerpen.

Cognitief

Welpen beschikken over een geweldig geheugen. Vooral het puur memoriseren, inprenten, van buiten leren, zonder een inzichtelijke verwerking, bereikt hier een hoogtepunt. Ze playbacken bijvoorbeeld foutloos Engelse liedjes waar ze geen woord van verstaan. Ze lijken dan ook soms meer te weten dan wat ze in feite echt begrijpen. Om dingen bij te leren moeten nieuwe zaken vaak herhaald worden. Door die herhaling maken ze zich nieuwe vaardigheden eigen. Ze zijn ongelooflijk nieuwsgierig. Nieuwe mensen, toestanden, omgevingen willen ze onderzoeken. Hun nieuwsgierigheid is nooit voldaan. Als welpenleid(st)er is het belangrijk het waardevolle hiervan in te zien en de mogelijkheden ervan te gebruiken. Zoals het spreekwoord zegt: “Nieuwsgierigheid is het groeiende eindje van de geest”.

Abstract denken

Op school leren ze rekenen en ze passen die kennis ook toe op de werkelijkheid.

Waarneming

Langzaam kunnen ze afstand nemen van hun persoonlijke waarnemingen en de werkelijkheid een beetje breder bekijken.

Fantasie

Ze hebben een grote verbeelden, zonder moeite stappen ze van de ene rol in de andere.

Normbesef en geweten

Vanaf welpenleeftijd zijn kinderen steeds beter in staat om bij het beoordelen van gedrag rekening te houden met innerlijke intenties en niet enkel met de gevolgen van het gedrag. Waar Bevers/Zeehonden uitgaan van ‘de wet is de wet en die geldt altijd’ kan een welp al beter rekening houden met de omstandigheden. Het kind stelt de normen zelf nog niet echt in vraag, maar kan ze wel al soepeler toepassen. Het ontwikkelt dus nog niet echt een eigen normenkader. Op moreel vlak zien welpen de werkelijkheid nog zwart wit: iets of iemand is goed of slecht, zonder nuance. Het is wel belangrijk dat ze dat onderscheid leren maken, omdat hun hele morele ontwikkeling ervan afhangt. Hier wordt hun houding ten opzichte van geweld, milieuvervuiling, criminaliteit e.d. voor het eerst bepaald. Ten opzichte van volwassenen zijn ze ook nog heel gehoorzaam (eens de grenzen duidelijk zijn) en dienstbaar. Ze hanteren de waarden en regels heel strak. Ze zien in waarom ze er zijn, maar ze kunnen ze nog niet nuanceren naar een bepaalde situatie. Ze denken dus heel sterk zwart-wit. Dit zwart-wit denken zie je ook in hun mening over personen: ofwel ben je goed, ofwel niet. Of je bent hun vriend of niet. De leden die zich niet volgens de groepsnorm gedragen, worden uitgesloten. Pesten is vaak een serieus probleem binnen deze leeftijdsgroep.

In groep

Interactie met leeftijdsgenoten

Gaandeweg krijgt de groep een duidelijker structuur en organisatie: met een vast lidmaatschap, strenge toetredingsvoorwaarden, een eigen plekje, eigen regels en afspraken, geheimtaal en codetekens en een taakverdeling. Kinderen beginnen nog maar net te ontdekken wat je moet doen om geaccepteerd te worden. Dikwijls wordt dan ook het gedrag van de meest actieve, stoere welp nagebootst. Welpen zijn minder egocentristisch dan Bevers/Zeehonden. Ze hebben meer aandacht voor wat er rondom hen en in de wereld gebeurt. Ze doen veel nieuwe ervaringen op die hun persoonlijkheid vormen. Ze hebben meer aandacht voor anderen: ze proberen erachter te komen en te begrijpen wat anderen denken en voelen. Ze leren verder te kijken dan de verschijning van mensen: ze hebben ook aandacht voor de persoonlijkheid van anderen. Op basis daarvan ontstaan vriendschappen. Samen spelen met andere kinderen is voor Welpen heel leuk. Door te spelen en om te gaan met leeftijdsgenootjes leren Welpen de verschillen kennen die er tussen hen bestaan op persoonlijk en maatschappelijk vlak. Die relaties met leeftijdsgenoten worden alsmaar belangrijker ten opzichte van de relatie met de ouders. Vriendjes nemen steeds meer een centrale plaats in. Langzamerhand beginnen zich duidelijke rollen af te tekenen in de groep waarme ze leven: je hebt de leidinggevende figuren en de volgelingen. Zo ontstaan er kliekjes. Deze kliekjes wijzigen echter regelmatig van samenstelling. Ouders – andere volwassenen Dat neemt niet weg dat de ouders en andere volwassenen heel belangrijk blijven: ze hebben nood aan de bescherming en veiligheid die alleen volwassenen hen kunnen bieden. Welpen hebben nog steeds duidelijke regels nodig, maar de nood aan vaste rituelen en structuren (zoals bvb. Een vast ritueel voor het slapengaan) neemt af. Dat betekent dat de teugels al eens gevierd mogen worden. Maar natuurlijk mag het allemaal niet té losjes worden: welpen zullen op zoek gaan naar hoe ver ze kunnen gaan…

Bronnen

De levensloop van de mens, Inleiding in de ontwikkelingspsychologie, Pol Craeynest. Ontwikkelingspsychologie, Inleiding tot de verschillende deelgebieden., DR. F. J. Mönks & Dr. A. M. P. Knoers.