Leefwereld van JVG's-Aspiranten

Uit FOSwiki

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

We volgen de officiële leeftijdscategorie van FOS: JVG/ aspiranten zijn 11 tem 14 jaar. De eerstejaars zitten dus doorgaans in het zesde studiejaar en de oudsten zitten doorgaans in het 2e middelbaar.

  • Groepsvorming is heel belangrijk. JVG/ aspiranten willen erbij horen. De groepsdruk groeit dan ook enorm. Dit kan tot uitsluiting leiden (vb door niet mee te gaan in een bepaalde rage).
  • Naast groepsvorming is de kans ook groot dat er aan kliekjesvorming gedaan wordt.
  • JVG/ aspiranten nemen zichzelf erg au serieux. Ze willen voor vol aanzien worden.
  • Spelen en actie is zeer belangrijk.
  • Er is een groot verschil tussen jongens en meisjes, 1e en derdejaars.
  • De groep gaat voor (specifieke) uitdagingen/ avontuur
  • JVG/ aspiranten ontdekken (zichzelf, de anderen, de wijk, de stad etc.)
  • Ze gaan niet direct meer op de vuist bij ruzies, maar leren gaande weg onderhandelen, praten en luisteren
  • Het wereldbeeld van JVG/ aspiranten wordt breder, ze worden geconfronteerd met het maken van keuzes (hobby’ s)
  • Ze beginnen zelf te beslissen of ze naar de scouts komen
  • JVG/ aspiranten zijn meer met zichzelf bezig. Er ontstaan en sneuvelen vele vriendschappen. Ze gaan van een IK naar een WIJ cultuur.
  • JVG/ aspiranten streven naar meer inspraak.
  • Het is niet aan te raden JVG/ aspiranten bij activiteiten zelf hun groepjes te laten indelen (is pijnlijk voor de laatste overblijvers). Een leuke groepsopdelingsmethodiek: De leden moeten op een rij gaan staan. De beste kaartspeler vooraan, de minst goede kaartspeler achteraan. Als je nu telkens iemand vooraan en achteraan selecteert kom je tot 2 groepen.
  • JVG/ aspiranten zijn keihard voor elkaar. Ze zijn weinig genuanceerd in vb hun woordgebruik en zetten dit tevens verder buiten hun groep. Hun hard woordgebruik komt vaak kwetsend over en ze beseffen dit niet altijd.

De problematiek jongens versus meisjes

  • Deze problematiek komt lang niet overal en altijd voor, het hangt sterk af van groep tot groep.
  • Men mag zich zeker niet blind staren op die problematiek. De JVG/ aspirantentak heeft nog veel meer aspecten.
  • Omtrent deze problematiek staat er reeds veel in De Takken van Open Scouting.
  • Een massage/ relax activiteit leert hen omgaan met lichamelijk contact. Dit is evenwel niet altijd eenvoudig met JVG/ aspiranten. Er moet genoeg ‘groepsveiligheid’ zijn voordat zo een activiteit kan.
  • Nog een activiteit die jongens en meisjes dichter tot elkaar kan brengen: jongens verkleden zich in meisjes en vice versa.
  • Eigenschappenspel
  • Soort Trivialspel
  • Bij spelverdeling moet er een goede verdeling zijn tussen jongens en meisjes.  Positieve discriminatie.
  • Bij de JVG/ aspirantentak is het heel sterk aan te raden dat er minstens één leidster in de leidersploeg zit.
  • Er moet op gelet worden dat leidsters niet continu bezig zijn met de meisjes en leiders dit ook niet doen met de jongens.
  • Er moet voldoende afwisseling zijn in het programma, het is af te raden dat er veel competitieve spelen gedaan worden.
  • Op kampen/ weekends is het aan te raden om vrije momenten te voorzien (Quality time)
  • Het is sterk aan te raden in één tak te werken en niet jonggidsen en jongverkenners op te splitsen in 2 aparte takken.
  • Het al dan niet samen slapen zullen we behandelen in de categorie KAMP.
  • Niet alleen een gemengde tak, maar ook gemengde patrouilles.
  • Belang van privacy (wasgelegenheid etc.), maandverbanden/ tampons in de EHBO-koffer
  • Omgaan met verliefdheid tussen de kinderen onderling, zowel hetero als holebi.

Eerste versus derdejaars

  • Leefwereld/ noden en interesses liggen enorm uit elkaar (zie ook op school)
  • De jongste zijn nog zeer ‘welpachtig’ en dit irriteert de oudsten enorm, ze willen er echt niets mee te maken hebben.
  • Deze situatie mag niet alleen gezien worden als een probleem, het draagt bij aan de rijkdom van de JVG/ aspirantentak.
  • Je kan inspelen op deze problematiek door aan patrouillewerking te doen, een goede overgang (overgangsweekend), op aparte weekends te gaan, aan teambuilding te doen, …
  • TT- weekends (technieken en teambuildingsweekends).
  • Opletten bij overgang: Het is niet omdat ik iets heb meegemaakt, dat een ander dit ook moet meemaken.
  • Leuk voor een overgang is dat er appart begonnen worden en er samen geëindigd wordt. Dat er symboliek inzit (het overgaan), er een parcours inzit etc.