Op kamp met Bevers-Zeehonden

Uit FOSwiki

Uit: Handboek Beverleiding 1987

Praktische tips voor op kamp.

Snoep

De eerste dag van het kamp wordt al het snoep dat de kinderen bij zich hebben, in één grote plastic zak samengebracht. Er wordt aan de kinderen uitgelegd dat het niet goed is de snoep zelf bij te houden in de tent omdat dit de bijen, wespen en muizen aantrekt. Er zijn altijd kinderen die teveel snoep bij zich hebben en er zijn altijd kinderen die niets bij hebben. Gewoonlijk wordt er dagelijks met de snoepzak rondgegaan tijdens de siësta. De rest van de dag wordt er niet gesnoept. Op die manier worden de grote snoepers afgeremd en de kinderen die niets mee hebben, krijgen ook wat.

Er wordt gewezen op het begrip “samen delen”. Wanneer er de laatste dag nog snoep overblijft, worden er spelletjes mee gespeeld zoals snoepjesrace, e.d. Wat nog een groot voordeel is van het “niet in het wilde weg snoepen”, is dat de kinderen over het algemeen een betere eetlust hebben. Ze eten meer, waardoor er achteraf zelfs weinig of geen vraag is naar snoep.

Speelgoed

Het komt niet vaak voor dat bevers/zeehonden speelgoed meenemen op kamp. Wel boeken, die mogen dan gelezen, verdeeld en omgeruild worden tijdens de siësta. De leiding kan zelf ook zorgen voor enkele gezelschapsspelletjes en boekjes. Kinderen die nu toch speelgoed mee brengen, worden erop gewezen er niet egoïstisch mee om te gaan. Ook andere kinderen willen wel eens met hun speelgoed spelen.

Kledij tijdens de aktiviteiten

Hier ook vragen we aan de ouders om enkel spelkledij mee te geven, en zeker geen nieuwe spulletjes. Genoeg warme truien en ook lichte bloesjes. We moeten er immers op voorzien zijn de kinderen een week te kunnen kleden tegen de kou, maar ook tegen de warmte.

Bagage

De kinderen slapen samen in één grote tent. In een andere grote tent worden rekken gesjord en koorden (waslijnen) gespannen. Dit vormt de bagagetent. Hier komen de koffers van de kinderen (gemakkelijkheidshalve in dezelfde volgorde als de kinderen slapen) in te staan. De kinderen zelf komen niet aan hun bagage. Eén persoon van de leiding of een apart iemand van het oudercomité staat in voor deze bagagetent. De eerste dag wordt alle bagage nagekeken, wie wat bij heeft, of er genoeg reserve is, enz. Slaapkledij ligt steeds boven op de bagage. ’s Avonds mogen de kinderen zichzelf omkleden. Hetgeen ze uitdoen leggen ze op hun koffer. Alles gebeurt onder toezicht van de leiding. Daarna wordt alles nagekeken. Het vuilgoed wordt in de linnenzak gestopt en proper goed wordt boven op de koffer van elk kind klaargelegd voor ’s anderendaags. Ook ’s morgens mogen ze zichzelf omkleden. Dan doen ze de kleren aan die boven op hun koffer klaar liggen en hun slaapgoed leggen ze in de plaats terug. De leiding kijkt weer alles na, plooit de pyamaatjes op en legt ze boven op de koffertjes weer klaar voor ’s avonds. Ook ligt er steeds een warme trui boven op de koffers klaar voor als het kouder wordt. Het is gemakkelijk wanneer de ouders een lijstje meegeven met de inhoud van de koffer. Zo heeft de leiding steeds een controle. Er wordt aan de ouders ook steeds met nadruk gevraagd om alle bedjes, enz., hoe klein ook, te merken. Zo kunnen we steeds alle verloren voorwerpen terug thuis wijzen. Een ideaal bagagerek ziet er als volgt uit:

  • op het onderste rek komen de schoenen te staan
  • op het rek erboven liggen de koffers. Hier komen de kinderen zelf niet in. Wel aan het materiaal dat er bovenop klaar ligt, mogen ze komen.
  • het volgende rek is voorzien om er de toiletzakjes en handdoeken en washandjes op te leggen.
  • bovenaan het rek is een waslijn gespannen waaraan ieder kind een linnenzak heeft hangen en een kapstok met hun jasjes, enz. …
  • in het midden van de tent staat een bank waar de kinderen op kunnen zitten om zich om te kleden. Er is ook een waslijn gespannen om de natte spulletjes aan te drogen te hangen, (buiten hangt ook een waslijn).

Kleding

We raden de ouders aan om toch voor alle dagen vers ondergoed (broekje + hemdje) en sokken mee te geven, evenals enkele reserven. Liefst ook voor dagelijks andere kleren (zo mogelijk). Ook vragen we steeds om reserve nachtgerei mee te geven (een pyama of nachtkleed). Enkele ouders van onze beverkes doe het zo : per dag een plastic zakje met daarin een onderbroekje, hemdje, sokken, shortje en T-shirt. Daarnaast nog een zakje met reserve spulletjes. Drie dikke pulls, drie lange broeken, een training en vijf tot zes paar dikke sportkousen vinden we genoeg om als warme kledij mee te geven, naast de dagelijkse plastic zakjes. Voor de voetjes rekenen we steeds op een paar stevige schoenen (liefst sportschoenen), sandalen, rubberlaarzen, pantoffeltjes en eventueel watersandalen (hangt van de omgeving af).

Wasbeurten

Voor een goede organisatie en een vlot verloop tijdens de wasbeurten zijn we liefst met zes personen. Dit wil dus zeggen dat we hier de hulp van het oudercomité moeten inroepen. Handdoeken, washandjes en zeep worden gezamenlijk gebruikt. De car-wash gebeurt als volgt : één persoon staat bij het uitkleden, één wast en droogt af, twee kleden aan en kammen het haar, één staat bij het tanden poetsen en één animeert de kinderen die nog niet of reeds gewassen zijn. De kinderen worden slechts per twee of drie samen geroepen. Wat ook prettig is om doen als het heel warm is : je zeept alle kinderen van top tot teen in, je laat ze in groep staan en je spuit ze schoon met de tuinslang. Daarna mogen ze elkaar droogwrijven. De kinderen vinden dit heel prettig. ’s Morgens gebeurt er telkens maar een “kattenwasje”. Dit houdt in : alle kinderen zitten in de kring. Drie personen gaan rond in de kring, één wast het gezicht en de handen, één droogt af en één kamt de haren. Het tanden poetsen gebeurt na elke maaltijd.

Siësta

Na het middageten wordt er steeds een uur siësta gehouden. Dit houdt in dat de kinderen verplicht zijn een half uur stil op hun bed te blijven liggen. Het tweede half uur wordt er met de snoepzak rondgegaan en mogen ze boeken lezen of gezelschapsspelletjes spelen. Er wordt wel voor gezorgd dat de sfeer rustig blijft. Er zijn immers altijd kinderen die in slaap vallen en nog even verder slapen. Soms worden de kinderen in de gelegenheid gesteld om iets te drinken van de kantine, anders gebeurt dit tijdens het vieruurtje. De kinderen zelf komen echter nooit in de kantine. De bestelling gebeurt bij de leiding en die gaat dan de drank halen. Op zeer warme dagen mogen ze tweemaal gedurende de dag drinken.

Knuffeldieren

Iedereen mag een knuffeldier meenemen. Er wordt zelfs de nadruk op gelegd dat de ouders dit belangrijk stukje “troost” niet vergeten mee te geven op kamp. Ook tegen de kinderen wordt voor het kamp nog eens gezegd dat ze hun knuffeldier niet mogen vergeten meenemen. Zo ervaren ze dat wij dit niet als abnormaal of kinderachtig beschouwen om met een knuffeldier te slapen, en durven ze het gemakkelijker mee brengen. Eénmaal hebben we het voor gehad dat een bever z’n knuffelbeer vergeten was. Het kind zelf had er ons niets van gezegd, tot op een dag een brief van z’n moeder toekwam, waarin stond dat ze z’n beer had opgestuurd met de post. We hebben het pakje echter nooit ontvangen, tot groot verdriet van het jongetje. Sindsdien leggen we er nog meer de nadruk op dat de ouders dit kostbare stukje speelgoed zeker niet vergeten mee te geven en hebben we ook steeds enkele knuffeldieren in reserve mee. Dit vervangt echter nooit het eigen vertrouwde beertje, want meestal kan zelfs het mooiste en duurste speelgoed dat ene voddepopje niet vervangen.

Heimwee

De meeste beverkes hebben wel één of meerdere broertjes en zusjes bij de welpen. Daarom gaan wij de eerste dag van het kamp die welpen met gans de groep even goedendag zeggen en spelen we enkele spelletjes met hen. Zo weten we al dadelijk dat ze niet alleen op dat grote vreemde terrein zitten. Het is ook een voordeel dat welpen en bevers samen eten. Zo zien ze nog eens de familiale gezichten. Is er af en toe toch eentje met heimwee en begint het plots midden in het spel hartstochtelijk te huilen, dan wordt het even apart genomen en geknuffeld. Er wordt een wandelingetje gemaakt en het kind mag vertellen wat het op z’n hart heeft liggen en het mag zich volledig uitwenen. Je praat samen over wat er nu thuis zou gebeuren. Wat zou mama nu aan het doen zijn, wat zou papa nu aan het doen zijn? Zij zullen hun kind zeker even hard missen als hij hen. Wanneer het kind uitgeweend en uitverteld is, zal het zich al een heel stuk beter voelen. Gaat het verdriet echter niet over, dan kan je voorstellen om een kaartje te sturen naar huis of in het ergste geval even bellen. Hou het kind echter niet te lang uit de groep. Ook helpt het vermijden van heimwee door ’s avonds bij het slapen gaan een zoveel mogelijk huiselijke sfeer te scheppen. Je gaat ieder kind apart nog eens onderstoppen, knuffelen en een zoentje geven. De kinderen zijn daar erg op gesteld. Ook de post kan veel heimwee vermijden. Ieder jaar wordt er aan de ouders gevraagd om tenminste éénmaal te schrijven. Dagelijks wordt de post uitgebreid nagekeken. De brieven (meestal versierd met prenten en tekeningen) worden voorgelezen en boven het bed van de bever in kwestie omhoog gehangen. Op het einde van het kamp hebben we een mooi versierde slaaptent.

Kampvuur

Het kampvuur heeft altijd plaats tijdens de laatste kampavond, als afscheidsfeestje. Voor de bevers betekent dit een ganse dag feest. ’s Voormiddags wordt er nog gerepeteerd op liedjes en wordt er een dansje bedacht (of iets anders) dat ze dan ’s avonds kunnen opvoeren. ’s Namiddags wordt er aan de kledij gewerkt. Er wordt gesnuffeld in de verkleedkoffer en er worden kostuumpjes bijgemaakt van lappen stof, papier, plastic zakken,… enz. Na het vieruurtje gaan we met gans de eenheid hout bijeenzoeken in het bos, voor ons kampvuur. Daar doen de beverkes bijzonder ijverig aan mee. Na het houtsprokkelen worden ze met water en zeep goed onder handen genomen, want dan zien ze eruit! Na het eten staan ze reeds te trappelen van ongeduld om zich klaar te maken. Ze hebben dan reeds hun pyama aan, maar daarover worden ze toch nog gekleed en geschminkt voor het feest van ’s avonds. En dan kan het snel beginnen. Heel de avond is boeiend : het vuur, het licht, de warmte, het plezier, de gezelligheid. Ze genieten er echt van. Die avond mogen ze maximum één uur langer op blijven dan andere avonden (liefst maar een half uurtje). Ze mogen dan ’s anderendaags ’s morgens ook wel een half uurtje langer blijven liggen.


Maaltijden

Alle kinderen zijn steeds verplicht om tenminste een heel klein beetje te eten. Ze moeten minstens van alles eens geproefd hebben. Excuses als : “ik lust dat niet”, gelden niet vooraleer ze ervan geproefd hebben. Lusten ze het dan nog niet, dan mogen ze het laten liggen. Slechts wanneer de ouders schriftelijk bevestigd hebben dat zoon of dochter één of ander soort groente niet moet eten omdat het er ziek van wordt of een allergie van krijgt, wordt dit aangenomen. Langzame eters en treuzelaars blijven aan tafel zitten tot hun bord leeg is, ook al is de rest van de groep reeds vertrokken. Willen ze echt niet eten en beginnen ze er lastig om te doen, dan worden ze niet gedwongen, maar ze krijgen die dag dan ook geen snoepje. Wie niet kan eten, kan ook niet snoepen. Aan de andere kant moet er ook op gelet worden dat de kinderen zich niet gaan overeten totdat ze er ziek van worden. Voor de bevers worden de borden opgeschept en rondgedeeld door de leiding en enkele mensen van het oudercomité. Het vlees wordt vooraf in kleine stukjes gesneden. Dit spaart tijd en geknoei aan tafel. Ook de boterhammen worden vooraf gesmeerd. Je moet er immers rekening mee houden dat bevers meer tijd nodig hebben om zelf hun vlees te snijden of hun boterhammen te smeren. Velen kunnen het zelfs nog niet. De meesten gaan dan ook meer tijd verdoen aan het smeren van een boterham dan om hem op te eten. Wanneer de borden worden opgeschept, wordt er steeds op gelet dat men niet teveel opschept. Men kan beter met een beetje beginnen waarvan je weet dat ze het zullen opeten, dan dat ze de helft moeten laten liggen. Diegenen die nog honger hebben, kunnen altijd nog bij krijgen.

Het slapen gaan

Meestal zijn de kinderen ’s avonds zo moe gespeeld dat ze dadelijk inslapen. Er moet wel een duidelijke overgang bestaan tussen dag en nacht. Dit gebeurt door middel van een verhaaltje, een liedje dat gezongen wordt, onderstoppen, nog een knuffel en een zoen en dan … lichtjes uit. De leiding slaapt steeds in dezelfde tent bij de bevers. Aan de kinderen wordt vanaf de eerste dag duidelijk getoond wie van de leiding waar slaapt. Zo weten ze steeds waar naartoe als ze ’s nachts wakker worden. Het geeft hen immers ook een gevoel van veiligheid. Soms gebeurt het weleens dat een kind ’s nachts huilend wakker wordt. Dan wordt het even op schoot genomen en gesust. Wanneer het kind gekalmeerd en opnieuw rustig is, wordt het opnieuw ondergestopt. Eénmaal werd een bever bij het naar bed gaan door heimwee geplaagd. Geen verhaaltje, geen liedje, geen knuffel of zoentje hielp. Tenslotte zijn we zijn zus bij de welpen gaan roepen en zij kon hem wel troosten. Onze jongen heeft de rest van de nacht als een roosje geslapen.

Coëducatie

Op kamp doen de bevers alles samen. Ze slapen samen, wassen zich samen,… enz. Ze vinden dit allemaal zeer normaal en maken er geen drukte over. Enkelen doen er zelfs dan pas hun ontdekkingen op over de verschillen tussen jongen en meisje, maar schaamte kennen ze meestal niet.

Ochtendgymnastiek

Velen houden er aan om ’s morgens na het opstaan aan “ochtendgymnastiek” te doen. Men kan dit op een prettige manier doen met behulp van dit gedichtje : (de leiding zegt het op, de kinderen beelden uit, ze kunnen het eventueel ook meezeggen) :

In de handen klappen : één, twee, drie! Met de voeten trappen : één, twee, drie! Handen in de hoogte heen en terug! Houd de handen nu maar op de rug! Steek de handen dan weer flink vooruit. Klap nu in de handen stil en luid. Ga dan eens vlug zitten op de grond. Draai je hoofdje links en rechts eens rond. Hef je voeten op en dan weer neer. Met de handen zijwaarts nog een keer. Ga nu languit liggen op je rug. Strek je benen heel hoog in de lucht. En tot slot, wel luister allemaal. Doe het nog eens flink ‘n tweede maal! (derde maal, vierde maal,…)

Opmerking : de leiding doet natuurlijk mee!