Teervoetboekje:wet: verschil tussen versies

Uit FOSwiki

Regel 201: Regel 201:
 
[[Afbeelding:teervoet_ill2_2.png|center]]
 
[[Afbeelding:teervoet_ill2_2.png|center]]
  
[[categorie:Teervoetboekje]]
+
[[categorie:Teervoetboekje|2]]

Versie van 1 sep 2011 om 19:03


2. Ik beloof…

De scouts- en gidsenwet

Natuurlijk is scouting spelletjes spelen, avonturen beleven en samen met je vrienden veel plezier maken. Het ‘spel van scouting’ zelf, zoals het ook wel genoemd wordt, heeft zoals de meeste spelen enkele spelregels om het voor iedereen leuk te houden – andere scouts en gidsen, leiders, en eigenlijk gewoon iedereen. Deze hebben we niet zo maar verzonnen om je lastig te vallen, deze bestaan al zolang als scouting bestaat en maken er een belangrijk deel van uit. Het zijn tien zaken die we van je verwachten. Geen verboden dus, enkel dingen die je wél moet doen! Deze tien spelregels noemen we de scouts- en gidsenwet, en dit is ze:

Een scout/gids:
- is eerlijk,
- eerbiedigt de overtuiging van de anderen,
- maakt zich nuttig,
- is een vriend van allen,
- is vriendelijk en hoffelijk,
- kan gehoorzamen,
- staat open voor de natuur en is milieubewust,
- houdt vol,
- is ijverig,
- is zelfbewust en heeft eerbied voor zichzelf en voor de anderen.

Eigenlijk doe je de meeste dingen waarschijnlijk vanzelf al. Sommige regels snap je zó wel, andere zijn misschien iets moeilijker, dus we leggen ze allemaal even uit:


Een scout/gids is eerlijk.

Als je iets zegt, hoeft er aan je woord niet getwijfeld te worden. Als je zegt iets te zullen doen, doe je dit zo goed en zo vlug mogelijk. Je liegt niet, maar hebt steeds de moed om de waarheid te vertellen.

Een scout/gids eerbiedigt de overtuiging van de anderen.

Je kunt best trouw blijven aan je eigen overtuiging, maar je respecteert ook die van anderen, of dat nu op godsdienstig, filosofisch, sociaal of politiek vlak is. Probeer begrip op te brengen voor die andere overtuiging, en wie weet steek je er nog iets van op!

Een scout/gids maakt zich nuttig.

Het is je plicht om anderen te helpen, zelfs zonder dat erom gevraagd wordt, ook als dit betekent dat je misschien iets moet doen wat je minder leuk vindt. Leer te zien wat er gedaan moet worden, want mensen durven vaak niet om hulp te vragen.

Een scout/gids is een vriend van allen.

Niet iedereen is gelijk, maar wel iedereen is gelijkwaardig! Kijk dus niet neer op mensen die anders zijn dan jij, om het even welke opvattingen ze hebben, hoe rijk of arm ze zijn, hoe slim of dom ze zijn, van welk ras ze zijn, of hoe ze er verder uitzien. Natuurlijk zul je het niet met iedereen even goed kunnen vinden. Dat betekent niet dat je je anders moet voordoen dan je bent om in de smaak te vallen bij anderen!

Een scout/gids is vriendelijk en hoffelijk.

Je bent vriendelijk en beleefd tegen iedereen. Durf ook het juiste te doen als niemand anders dat doet: help die moeder die worstelt om haar kinderwagen van de bus te krijgen, sta je plaats af aan iemand die slecht ter been is, zeg vriendelijk goedendag en bedankt, geef een compliment wanneer iemand iets goed gedaan heeft, en sta niet toe dat iemand anders grof is tegen zijn of haar medemens. Ook in het spel kun je verliezen met de glimlach.

Een scout/gids kan gehoorzamen.

Onze samenleving – België, je school, je eenheid – wordt in goede banen geleid door regels, reglementen en wetten. Dit zijn in feite afspraken die gemaakt zijn met de deelnemers aan die samenleving. En je hebt al geleerd dat je je als scout/gids aan afspraken houdt, nietwaar? Doen wat iemand je vraagt – bijvoorbeeld je tak- of patrouilleleider – is laten zien dat je hem of haar vertrouwt. Als je het nut van een opdracht niet inziet, durf dan te vertrouwen op de wijsheid en ervaring van de opdrachtgever.
Denk je dat een regel fout is, of niet rechtvaardig? Dan is het je plicht om op een beleefde manier te reageren, en niet om de regels zo maar te overtreden!

Een scout/gids staat open voor de natuur en is milieubewust.

De natuur lijkt soms ver te zoeken, maar in feit heeft bijna alles wat je doet een effect op haar. Als je in de natuur speelt spreekt het voor zich dat je planten en dieren probeert geen schade toe te brengen. Probeer meer te weten te komen over de natuur, het is niet enkel een decor of een speelterrein. Doe ook als je thuis bent, of in het scoutslokaal, je best om de natuur te sparen: bespaar energie en maak zo weinig mogelijk afval.

Een scout/gids houdt vol.

In het leven – of dat nu op school of in de patrouille is – komen er wel eens moeilijke momenten. Laat je hierdoor niet ontmoedigen en ga ze niet uit de weg. Zie moeilijkheden als een uitdaging, breng je taak tot een goed einde en leer ervan.

Een scout/gids is ijverig.

Je hebt geen schrik om je handen vuil te maken en doet altijd minstens jouw deel van het werk, naar je beste vermogen. Je verwacht immers toch ook dat anderen hun deel doen? Een scout/gids is zelfbewust en heeft eerbied voor zichzelf en voor de anderen. Eerbied voor jezelf toon je door je lichaam en kleding goed te verzorgen, door je goed te gedragen. Dit gaat niet altijd vanzelf, dus je moet jezelf daarvan bewust maken. Een scout/gids heeft een gezonde geest in een gezond lichaam.
Anderen eerbiedig je door hun werk niet te verknoeien, hun rust niet te verstoren, je kalmte te bewaren en geen grove taal te gebruiken. Aanvaard ook niet dat er kwaad gesproken wordt over anderen.


De scouts- en gidsenbelofte

Als je een tijdje hebt meegedraaid in je patrouille, de spelregels van scouting kent, en dus weet waar je aan begint, is het tijd om ‘de belofte’ af te leggen. Je bent hierin niet alleen: sinds het ontstaan van scouting hebben honderden miljoenen mensen de scouts- en gidsenbelofte afgelegd. Door je belofte maak je dus deel uit van een wereldwijde ‘broederschap’ van scouts en gidsen.

De belofte voor Jongverkenners, Jonggidsen en Aspiranten luidt:

Ik beloof te trachten:
- goed samen te werken in onze groep,
- te leven naar de scouts- en gidsenwet,
- anderen te helpen waar ik kan.

Het is niet een belofte waarmee je jezelf verplicht tot onmogelijke zaken. Je zegt immers dat je zult ‘trachten’ je aan de belofte te houden. Eigenlijk is het zoals bij de Welpen: je doet je best!

Je zegt dus dat je je wilt inzetten voor je groep waarin je scouting beleeft: je patrouille en je troep. Dat is meer dan goed en eerlijk meespelen, het betekent ook dat je de handen uit de mouwen steekt als iets gedaan worden.

Als scout of gids wil je je houden aan de scouts- en gidsenwet, omdat je die belangrijk vindt. Je doet dit niet ‘omdat het zo hoort’. Pas als alle troepsleden zich hieraan houden, is scouting leuk voor iedereen.

En bovenop wat al in de wet staat vermeldt, beloof je nog eens te helpen waar je kunt. “Waar ik kan” betekent ook dat je geen dingen moet doen die je echt (nog) niet kunt: spring bijvoorbeeld niet in het water om een drenkeling te redden als je zelf niet kunt zwemmen. Hulp zoeken wanneer nodig is óók helpen!

Vergeet niet dat deze belofte niet enkel geldt tijdens scoutsactiviteiten, maar ook in het dagelijks leven. Je uniform draag je misschien maar een paar uur per week, een gids of scout ben je 24 uur per dag, zeven dagen per week: thuis en op school, nu en ook later. Want scout of gids dat ben je bovendien voor het leven.

De belofte Verkenners, Gidsen, Juniors en alle oudere scouts is iets uitgebreider, maar bestaat in feite uit de drie zelfde punten (trouw, plicht en dienstbaarheid). Deze belofte luidt:

Ik beloof, op mijn eer, te trachten:
- trouw te zijn aan een hoger ideaal, onze groep en de democratie,
- de scouts- en gidsenwet na te leven,
- te helpen waar ik kan.

In deze belofte komen er een paar zaken bij. Om te beginnen is de belofte iets plechtiger: je belooft iets “op je eer”. Een belofte breken is sowieso niet eervol, door deze toevoeging wordt je daar nog eens herinnerd.

Behalve trouw aan de groep, komt daar nu ook trouw aan “een hoger ideaal” en “de democratie. Vroeger was dat “God, koning, land en troep”, maar daar kan niet meer iedereen zich achter scharen.

“Een hoger ideaal” kan voor jou je geloof in een god zijn. Maar het kan ook gewoon het vertrouwen in de goedheid van de mens zijn, in je eigen kunnen of de kracht van de samenleving.

“De democratie” staat voor het land, gewest of de gemeenschap waarin we leven en haar wetten, maar ook voor de mensen die daar deel van uitmaken. Het staat ook voor de manier waarop wij die gemeenschap sturen: door samen beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid op te nemen.


Groeten als een scout

De scoutsgroet

Onlosmakelijk verbonden met de belofte is de scoutsgroet: als je de scouts- en gidsenbelofte opzegt, maak je de scoutsgroet, en als je de scoutsgroet maakt, herinner je jezelf en anderen aan de belofte. De drie gestrekte vingers stellen namelijk de drie punten van de belofte voor. De duim die de pink bedekt, staat symbool voor de sterkere die de zwakkere beschermt.

De scoutsgroet is niet een teken van onderdanigheid of van discipline, het is een teken van respect voor elkaar. Vroeger mochten alle vrije mannen wapens dragen. Het tonen van de lege rechterhand was een manier om te laten zien dat men geen wapen getrokken had, en dat men elkaar dus als vrienden ontmoette. Slaven en lijfeigenen groetten dus niet.

Je maakt de scoutsgroet met de rechterhand net boven schouderhoogte, de onderarm verticaal omhoog gestoken. Wanneer je een hoed zou dragen, raak je met de wijsvinger de rand van de hoed aan. Wanneer je een patrouillevlag of staf in je rechterhand draagt, maak je de groet met de linkerhand, de onderarm horizontaal voor je borst en de wijsvinger tegen de stok.

Teervoet ill2 1.png


De scoutshand

Waar ook ter wereld gidsen of scouts elkaar tegenkomen: ze geven elkaar een linkerhand, waarbij pinken in elkaar verstrengeld zijn. Bij formele gelegenheden wordt tegelijkertijd de scoutsgroet gegeven met de rechterhand, maar vaak wordt enkel de hand gegeven.

Het gebruik van de linkerhand verwijst naar een oud Zoeloe-gebruik. Om de linkerhand te schudden, moest men namelijk zijn belangrijkste bescherming – het schild – neerleggen. Scouts en gidsen geven elkaar dus de linkerhand als teken van vertrouwen en vriendelijkheid.

Het verstrengelen van de pinken – waardoor je hand de vorm krijgt van een scoutsgroet, maar ook meer ‘verbonden’ is met de ander – is niet bij alle scouts gebruikelijk, de linkerhand wel.

Teervoet ill2 2.png