Tweede-klaswerking: verschil tussen versies

Uit FOSwiki

Regel 76: Regel 76:
 
* een degelijk telefoongesprek kunnen voeren.
 
* een degelijk telefoongesprek kunnen voeren.
 
* de nummers van de belangrijkste hulpdiensten kennen.
 
* de nummers van de belangrijkste hulpdiensten kennen.
 +
=Treingids=
 +
* een spoorboekje kunnen gebruiken.
 +
* voor de eigen tak een groepsbiljet kunnen aanvragen.

Versie van 1 jul 2011 om 10:34

Deze pagina is een onderdeel van de pagina Klasse- & Badgewerking.


Geschiedenis, wet en belofte

  • de beknopte geschiedenis van scouting, FOS en de eigen eenheid kennen.
  • de wet en zijn betekenis kennen.
  • de belofte naleven.

Patrouilleleven

  • de kampsignalen en de stomme bevelen kennen. (zie Teervoeteisen)
  • de verschillende functies in de patrouille kennen (zie Teervoeteisen) en weten wat hun taak is.
  • de noodzakelijke inhoud van een patrouillekoffer kennen.

Kaartlezen

  • de metrische schaal kennen en kunnen gebruiken. (zie Teervoeteisen)
  • de grafische schaal kennen en kunnen gebruiken.
  • een tocht op kaart kunnen afmeten met max 10% fout.
  • de betekenis van de kaartsymbolen kennen.
  • een afstand terugbrengen op kaart en de schaal van een kaart terugzoeken.
  • hoogtelijnen kennen en kunnen gebruiken : heuvels en dalen, steile en zachte hellingen herkennen.
  • een "vierkantennet" (Lambert of UTM) kennen en een punt met gegeven coördinaten terugvinden.
  • coördinaten van een punt op kaart bepalen.
  • zelf een "roomer" maken.

Oriënteren

  • zich kunnen oriënteren door middel van :

- de zon

- een uurwerk

- de sterren

- 1 merklijn

- 2 merkpunten

- 2 richtingslijnen

Kompas en gebruik

  • de 3 Noordens en het begrip "declinatie" kennen.
  • de begrippen "azimuth", "kaarthoek" en "tegenazimuth" kennen.
  • een voorwerp in de natuur kunnen terugvinden met gegeven richting en afstand.
  • de richting van een merkpunt in de natuur kunnen bepalen.
  • op kaart kunnen terugvinden wat zich in een bepaalde richting en op een bepaalde afstand bevindt.
  • de richting en de afstand bepalen om een bepaalde plaats op kaart te bereiken.
  • bij nacht een richting lopen op kompas. (max. afwijking is 10% van de afgelegde afstand)

Uniform

  • het correcte uniform kennen en weten waarom het gedragen wordt.
  • plaats en betekenis kennen van de juiste kentekens.

Schatten

  • persoonlijke maten kennen.
  • persoonlijke pas kennen en de tijd kunnen schatten, nodig om een bepaalde afstand af te leggen.
  • de breedte van een rivier bepalen d.m.v.

- methode van Napoleon

- methode de driehoeken

- methode van de steen

  • een hoogte bepalen d.m.v.

- methode van het potlood (=vergelijkingsmethode)

- neerklappen van de hoogte

- schaduwmethode

- methode der driehoeken

Observatie

  • de "natuursporen" kennen voor

- te volgen weg (met takken, stenen en gras)

- afslaan

- gevaar (met takken, stenen en gras)

  • een "natuurspoor" volgen en zelf aanleggen

Natuur

  • aan de hand van een natuurgids iets schrijven over enkele bomen, planten en dieren, die vrij voorkomen in de natuur of een bespreking maken van een natuuronderwerp uit de eigen interessesfeer (b.v. milieu).

Telefoon

  • een degelijk telefoongesprek kunnen voeren.
  • de nummers van de belangrijkste hulpdiensten kennen.

Treingids

  • een spoorboekje kunnen gebruiken.
  • voor de eigen tak een groepsbiljet kunnen aanvragen.