Tweede-klaswerking: verschil tussen versies

Uit FOSwiki

Regel 124: Regel 124:
 
* een KRUISSJORRING, een DIAGONAALSJORRING, een DRIEPIKKELSJORRING en een STEIGERSJORRING kunnen maken.
 
* een KRUISSJORRING, een DIAGONAALSJORRING, een DRIEPIKKELSJORRING en een STEIGERSJORRING kunnen maken.
 
* een ontwerp van een sjorconstructie schetsen en berekenen hoeveel en welke soort balken en touw er nodig zullen zijn.
 
* een ontwerp van een sjorconstructie schetsen en berekenen hoeveel en welke soort balken en touw er nodig zullen zijn.
 +
=Vuren=
 +
* een tafelvuur kunnen maken en onderhouden.
 +
* een behoorlijk kampvuur kunnen maken en onderhouden.
 +
* brandbaarheid van de houtsoorten kennen.

Versie van 1 jul 2011 om 10:51

Deze pagina is een onderdeel van de pagina Klasse- & Badgewerking.


Geschiedenis, wet en belofte

  • de beknopte geschiedenis van scouting, FOS en de eigen eenheid kennen.
  • de wet en zijn betekenis kennen.
  • de belofte naleven.

Patrouilleleven

  • de kampsignalen en de stomme bevelen kennen. (zie Teervoeteisen)
  • de verschillende functies in de patrouille kennen (zie Teervoeteisen) en weten wat hun taak is.
  • de noodzakelijke inhoud van een patrouillekoffer kennen.

Kaartlezen

  • de metrische schaal kennen en kunnen gebruiken. (zie Teervoeteisen)
  • de grafische schaal kennen en kunnen gebruiken.
  • een tocht op kaart kunnen afmeten met max 10% fout.
  • de betekenis van de kaartsymbolen kennen.
  • een afstand terugbrengen op kaart en de schaal van een kaart terugzoeken.
  • hoogtelijnen kennen en kunnen gebruiken : heuvels en dalen, steile en zachte hellingen herkennen.
  • een "vierkantennet" (Lambert of UTM) kennen en een punt met gegeven coördinaten terugvinden.
  • coördinaten van een punt op kaart bepalen.
  • zelf een "roomer" maken.

Oriënteren

  • zich kunnen oriënteren door middel van :

- de zon

- een uurwerk

- de sterren

- 1 merklijn

- 2 merkpunten

- 2 richtingslijnen

Kompas en gebruik

  • de 3 Noordens en het begrip "declinatie" kennen.
  • de begrippen "azimuth", "kaarthoek" en "tegenazimuth" kennen.
  • een voorwerp in de natuur kunnen terugvinden met gegeven richting en afstand.
  • de richting van een merkpunt in de natuur kunnen bepalen.
  • op kaart kunnen terugvinden wat zich in een bepaalde richting en op een bepaalde afstand bevindt.
  • de richting en de afstand bepalen om een bepaalde plaats op kaart te bereiken.
  • bij nacht een richting lopen op kompas. (max. afwijking is 10% van de afgelegde afstand)

Uniform

  • het correcte uniform kennen en weten waarom het gedragen wordt.
  • plaats en betekenis kennen van de juiste kentekens.

Schatten

  • persoonlijke maten kennen.
  • persoonlijke pas kennen en de tijd kunnen schatten, nodig om een bepaalde afstand af te leggen.
  • de breedte van een rivier bepalen d.m.v.

- methode van Napoleon

- methode de driehoeken

- methode van de steen

  • een hoogte bepalen d.m.v.

- methode van het potlood (=vergelijkingsmethode)

- neerklappen van de hoogte

- schaduwmethode

- methode der driehoeken

Observatie

  • de "natuursporen" kennen voor

- te volgen weg (met takken, stenen en gras)

- afslaan

- gevaar (met takken, stenen en gras)

  • een "natuurspoor" volgen en zelf aanleggen

Natuur

  • aan de hand van een natuurgids iets schrijven over enkele bomen, planten en dieren, die vrij voorkomen in de natuur of een bespreking maken van een natuuronderwerp uit de eigen interessesfeer (b.v. milieu).

Telefoon

  • een degelijk telefoongesprek kunnen voeren.
  • de nummers van de belangrijkste hulpdiensten kennen.

Treingids

  • een spoorboekje kunnen gebruiken.
  • voor de eigen tak een groepsbiljet kunnen aanvragen.

E.H.B.O.

  • weten wat te doen bij een ernstig ongeval.
  • de inhoud kennen van een patrouille- EHBO- koffer.
  • een eenvoudige wonde kunnen verzorgen.
  • weten hoe men te werk gaat bij het verzorgen van :

- een ernstige bloeding

- een ernstige brandwonde

- de werkwijze kennen voor het toepassen van mond-op-mond ademhaling

  • een driehoeksverband aanleggen

- aan knie of elleboog

- aan voorarm of been

  • weten hoe en wanneer een gekwetste te transporteren.
  • zelf een noodbrancard kunnen maken.

Handvaardigheid

  • een gipsafdruk maken.
  • een lekke fietsband herstellen.
  • deelgenomen hebben aan 5 crea-activiteiten in de tak.

Exploratie

  • het begrip "exploratie" kennen.
  • weten waarom we aan exploratie doen.
  • de basiselementen kennen voor de opbouw van een goede explo.
  • meegewerkt hebben aan een exploratie in patrouilleverband.

Morse

  • weten hoe een seinploeg en een ontvangstploeg op te stellen.
  • 1 van de 3 manieren kennen om het morse alfabet te onthouden.
  • kunnen seinen met een fluitje, met vlaggen en met een lamp.
  • weten hoe "semafoorseinen" in zijn werk gaat.
  • goed gebruik kunnen maken van de moderne communicatiemiddelen (bv walkie-talkie)

Bijl en zaag

  • kenmerken van een goede bijl kennen.
  • een handbijl veilig en goed kunnen gebruiken.
  • een handbijl kunnen onderhouden en herstellen.
  • weten hoe een boomzaag te gebruiken en te onderhouden.

Knopen

  • weten hoe een touw te behandelen en degelijk op te rollen.
  • kennen en kunnen gebruiken van :

achtsteek, platte knoop, timmermanssteek, mastworp, schootsteek, paalsteek, dubbele paalsteek, galeisteek, trompetsteek of verkortingsknoop, vissersknoop.

  • een touwbezetting maken.
  • een vervangingsscheerlijn aanleggen.

Sjorren

  • een KRUISSJORRING, een DIAGONAALSJORRING, een DRIEPIKKELSJORRING en een STEIGERSJORRING kunnen maken.
  • een ontwerp van een sjorconstructie schetsen en berekenen hoeveel en welke soort balken en touw er nodig zullen zijn.

Vuren

  • een tafelvuur kunnen maken en onderhouden.
  • een behoorlijk kampvuur kunnen maken en onderhouden.
  • brandbaarheid van de houtsoorten kennen.